|
Vervolgens het dier gedurende meerdere uren goed in de gaten houden
om na te gaan of de verschijnselen opnieuw optreden.
- Het is verstandig om in geval van twijfel en ook wanneer het dier
niet reageert op de genoemde maatregelen contact op te nemen met de
dierenarts.
Een relatief tekort aan insuline wordt vooral veroorzaakt als er een
teveel aan hormonen wordt geproduceerd die de werking van insuline
tegengaan.
Insuline
Insuline is een hormoon dat gemaakt wordt in de alvleesklier.
Insuline zorgt er voor dat het bloedsuikergehalte op een normaal
peil wordt gehouden. Soms kunnen de cellen in de alvleesklier
onvoldoende insuline vormen. Het meest wordt dit gezien bij oudere
teven maar het kan ook bij jonge honden voorkomen. Bij bepaalde
hondenrassen komt suikerziekte meer dan gemiddeld voor.
Kan een dier genezen van suikerziekte
Vaak kan de oorzaak die ten grondslag ligt aan het ontstaan van de
suikerziekte niet worden weggenomen. Meestal kan het dier door een
regelmatig leefpatroon en door behandeling met ‘n insulinepreparaat
een vrijwel normaal leven leiden.
Wat zijn de verschijnselen van suikerziekte
AIs er veel glucose in het bloed aanwezig is, zal de nier glucose
aan de urine af gaan geven (de nierdrempel wordt overschreden).
De
glucose in de urine neemt extra vocht mee waardoor dieren meer gaan
plassen en als gevolg daarvan meer gaan drinken.
Omdat glucose een
belangrijke brandstof is die nu verloren gaat, zal het dier meer
gaan eten en desondanks gewicht gaan verliezen.
Verder worden de dieren trager en kunnen ze uiteindelijk ernstig
ziek worden.
De belangrijkste verschijnselen zijn dus:
1. veel drinken
2. veel plassen
3. honger (in eerste instantie)
4. vermageren
5. malaise en braken (later stadium)
De diagnose
De waargenomen verschijnselen wijzen wel in de richting van
suikerziekte maar kunnen ook bij andere ziekten voorkomen. De
definitieve diagnose wordt gesteld wanneer een te hoog
glucosegehalte in het bloed wordt aangetoond en de urine glucose
bevat. De aanwezigheid van een hoge bloedsuikerspiegel is een
betrouwbaarder maat dan de aanwezigheid van glucose in de urine.
De behandeling
Mogelijke oorzaken wegnemen.
Tijdens de cyclus bij teven wordt door de eierstokken het hormoon
progesteron afgegeven. Dit hormoon kan de afgifte bevorderen van een
hormoon dat een tegengestelde werking heeft aan insuline. Dit is de
reden waarom zo snel mogelijk de eierstokken moeten worden
weggenomen.
Belangrijk is ook dat aan suikerziektepatiënten geen hormonen worden
gegeven die de loopsheid tegengaan en ook geen
bijnierschorshormonen zoals prednisolon en cortison.
Dieren die te dik zijn (dikke dieren hebben een verhoogde kans op
suikerziekte) worden op dieet gezet, zodat ze in enkele maanden
(niet te snel) weer een normaal gewicht krijgen.
Insulinetoediening
Suikerziekte wordt veroorzaakt door een insulinetekort. Daarom moet
dit tekort dagelijks, op een vast tijdstip worden aangevuld met een
insuline-injectie. Dit lijkt eng, maar in de praktijk valt het reuze
mee. Omdat niet bekend is hoe groot het insulinetekort precies is,
moet de juiste dosering worden vastgesteld. Anders gezegd: uw dier
moet worden ingesteld.
Behandeling
Aan de hand van het gewicht van uw huisdier zal de dierenarts
bepalen hoeveel insuline moet worden gegeven. Hij zal u voordoen hoe
u de insuline uit het flesje opzuigt en hoe u het in moet spuiten.
AIs u het zelf kunt, en dat is echt niet moeilijk en veel minder
griezelig dan het lijkt, zult u alles meekrijgen om het thuis alleen
te doen.
In het begin worden bloed en/of urine regelmatig gecontroleerd op
glucose.
Urine wordt driemaal per dag gecontroleerd. Namelijk 's morgens voor
het eten, 's middags voor het eten en 's avonds wat later op de
avond.
Het glucosegehalte in de urine kan eenvoudig worden vastgesteld met
verkleurende strips. Bloedonderzoek wordt ongeveer een uur voor de
tweede maaltijd uitgevoerd met strips of een glucosemeter. Hiervoor
is slechts één druppel bloed nodig.
Ook
bloedonderzoek kan na een instructie van de dierenarts door uzelf
worden uitgevoerd. Het voordeel van bloedonderzoek is dat het een
betrouwbaarder beeld geeft van de situatie op dat moment.
Wanneer de juiste hoeveelheid insuline is vastgesteld, zal uw dier
snel herstellen. Het dier wordt levendiger en het vele drinken en
plassen zal afnemen. Ook hoeft dan het controleren van bloed of
urine veel minder vaak te gebeuren. Regelmatige controle blijft
echter wel noodzakelijk, want na verloop van tijd kan de behoefte
aan insuline veranderen en kan een aanpassing van de dosering nodig
zijn.
AIs uw dier eenmaal goed is ingesteld, kan het een normaal
leven leiden.
Voeding
Omdat de hoeveelheid insuline is afgestemd op de hoeveelheid glucose
die uw dier op een dag nodig heeft, is regelmaat in voeding
belangrijk. Daarom is het nodig dat uw dier op vaste tijdstippen,
dezelfde hoeveelheld eten krijgt waarvan de samenstelling steeds
hetzelfde is. Belangrijk is ook dat geen smakelijke 'tussendoortjes'
worden gegeven.
Beweging
Ook de hoeveelheid beweging (inspanning) dient dagelijks gelijk te
zijn. AIs een dier ineens veel meer inspanning verricht (lange
wandeling, opwinding door bezoek of door spel) verbrandt het ook
meer glucose. Dit kan tot gevolg hebben dat het bloedsuiker-gehalte
sterk daalt en een zogenaamde hypoglycemie ontstaat (zie ook: 'te
laag bloedsuikergehalte'). Als dit gebeurt moet onmiddellijk glucose
(druivensuiker) worden toegediend.
De vooruitzichten
De meeste suikerziektepatiënten kunnen, nadat
zij goed op de insuline zijn ingesteld, een normaal leven leiden. De
levensverwachting van een goed geregelde suikerpatiënt is dan ook
vergelijkbaar met die van een gezond dier. De belangrijkste
complicatie is een laag bloedsuikergehalte. Hoewel dit niet vaak
voorkomt, is het belangrijk dat u weet hoe u in een dergelijk geval
het best kunt handelen.
Te laag bloedsuikergehalte (hypoglycemie)
De belangrijkste oorzaken voor het ontstaan van een te laag
bloedsuikergehalte zijn:
- Opname van minder voedsel in combinatie met de gebruikelijke
insuline-dosering.
- Plotselinge toename van het glucoseverbruik door verhoogde
inspanning.
- Een te hoge dosering insuline.
- Een normale dosering insuline, wanneer de behoefte ineens is
afgenomen.
Bij een te laag bloedsuikergehalte krijgen de hersenen te weinig
brandstof. Dit kan levensbedreigend zijn, en daarom is het
belangrijk dat u de verschijnselen herkent. De volgende symptomen
kunnen voorkomen:
- honger
- rusteloosheid
- trillen of rillen
- vreemde bewegingen of vreemd gedrag
- spiertrekkingen
- bewusteloosheid (coma)
Als honden na de toediening van insuline gaan slapen en dan heel
vast slapen kan dat een aanwijzing zijn voor een laag
bloedsuikergehalte.
Wat u in zo'n geval moet doen:
- Direct voedsel geven.
- AIs het dier niet wil eten, dan zo snel mogelijk druivensuiker of
een druivensuikeroplossing geven. U geeft hiervan 1 gram
druivensuiker per kilogram lichaamsgewicht. De oplossing kunt u
voorzichtig in de wangzak gieten, het poeder kunt u op het
mondslijmvlies - vooral op en onder de tong - wrijven.
- Zodra herstel optreedt: voedsel geven. Vervolgens het dier
gedurende meerdere uren goed in de gaten houden om na te gaan of de
verschijnselen opnieuw optreden.
- Het is verstandig om in geval van twijfel en ook wanneer het dier
niet reageert op de genoemde maatregelen contact op te nemen met de
dierenarts.
<< index-pagina >>
© van het Labber Kampje
Cavaliers
|
|