Ogen, Glaucoom.

Het oog is gevuld met vloeistof dat aan-en afgevoerd wordt. De hoeveelheid vloeistof bepaalt de druk in en de vorm van het oog.

Glaucoom is een verhoging van deze druk. In de meeste gevallen is de afvoerbuis geblokkeerd, echter de aanvoer gaat door. Er zal een vervorming van het oog optreden. Dit is een zeer pijnlijke aandoening.
Door de verhoogde druk in het oog wordt ook de oogzenuw in verdrukking gebracht. 

De oogzenuw zendt informatie naar de hersenen om beelden te vormen. Wanneer er teveel druk wordt uitgeoefend op de oogzenuw, zal deze zijn functie verliezen.

Niet alleen een erfelijke afwijking kan Glaucoom veroorzaken. Ook trauma, infectie, oogtumor en Lens Luxatie kunnen dit teweegbrengen. Bij een erfelijke afwijking zullen beide ogen aangetast zijn. Tussen Glaucoom in het ene oog en Glaucoom in het andere oog zit meestal een tijdspan van 5 maanden tot 2 jaar.

Glaucoom kan leiden tot acute blindheid binnen 24 uur of het kan weken/maanden duren eer dat gebeurd. Dit is geheel afhankelijk van de mate van drukverhoging in het oog. In geval van een glaucoom is het zeer belangrijk om snel met de hond naar de dierenarts te gaan. Wanneer de druk binnen 24 uur verlaagd kan worden, bestaat de kans dat het zicht behouden kan blijven. Wanneer de druk al geruime tijd aanwezig is, en het zicht verdwenen is, is de aandoening nog steeds bijzonder pijnlijk.

Veelal zal de diagnose pas in een later stadium vastgesteld worden en zal medicatie en/of operatie enkel als doel dienen om de pijn te verlichten. Het zicht zal echter nimmer terugkeren.

Glaucoom in het beginstadium is oa te herkennen aan een milde ooginfectie, toename van tranen, pijn aan het oog, knijpen met de ogen, gevoeligheid voor licht, troebel worden van het hoornvlies. 

Glaucoom in een later stadium is oa te herkennen aan het rood worden van het oogwit, vergroting van het oog, het niet geheel kunnen sluiten van de oogleden. In dit stadium is het zicht niet meer te redden.

Honden met Glaucoom dienen niet gebruikt te worden voor de fok. Echter, de aandoening wordt veelal pas op latere leeftijd zichtbaar en de meeste fokhonden hebben dan al reeds gezorgt voor nageslacht. Men dient er rekening mee te houden dat dit nageslacht drager/ lijder kan zijn. Jaarlijks testen door een gediplomeerd oogarts dient uitgevoerd te worden om de kans dat er toch met een lijder wordt gefokt te verkleinen.

 

                                                                                         << index-pagina >>

                                                                                     © van het Labber Kampje Cavaliers