Dominant, is mijn hondje mij de baas?

Wanneer spreek je van dominant gedrag? Wanneer spreek je van dominant zijn?
Als voorbeeld neem ik even een hond die, na het doen van zijn behoefte, flink met zijn achterpoten geur achter laat voor de volgende hond die daar langs komt
Het is dominant gedrag, maar het zegt niets of de hond dominant is. Het woord dominant gedrag gebruik je altijd in 'relatie' met. Dominant zijn heeft met standen van oren en staart te maken. Een hond die zonder interactie met soortgenoten of mensen ergens loopt met een hoge houding, geeft daarmee zelfverzekerdheid aan. Tijdens een ontmoeting met een totale vreemde zal de houding dus zekerheid of onzekerheid uitstralen, want er is nog geen sprake van een relatie. De dominantie is dus alleen afleesbaar uit houdingen en niet uit gedrag. Dominant zijn is op strategische plekken liggen, als eerste door de deur, trekken aan de lijn samen met route bepalen, als eerste eten, enz.

Wij mensen kunnen honden wel aansporen om dominante gedragingen toe te eigenen. Wanneer een hond maar vaak genoeg dominant gedrag kan vertonen en hierbij niet gecorrigeerd of zelfs beloond wordt, kan er op een subtiele wijze een rangwisseling plaatsvinden. De eigenaar wordt er zich meestal te laat van bewust. Hij wordt dan geconfronteerd met een rangordeprobleem en loopt het risico zelfs gebeten te worden. Want een ranghogere mag een ranglagere corrigeren.

Domonantieregels of Omgangsregels

  1. Laat de hond niet op hoge plekken liggen: hoge plekken zijn in een natuurlijke situatie altijd voorbehouden aan ranghogere dieren.
  2. Laat de hond niet op strategische plekken liggen, bv. bij de voordeur, in de opening van de keukendeur etc.: belangrijke plekken zijn voorbehouden aan ranghogere dieren, zij kunnen dan alles in de gaten houden.
  3. Een hond mag niet in de weg zitten/liggen: de mindere gaat opzij voor de hogere, niet uit angst maar uit respect.
  4. Laat de hond niemand de weg versperren.
  5. Laat de hond niet overal zijn poot optillen: leer de hond alleen maar zijn poot op te tillen of te plassen wanneer u dat zegt. Loop gewoon door totdat u die plek op de wandeling heeft bereikt, ga niet stilstaan voor de hond. (qua poot optillen minder van toepassing maar ook teefjes kunnen uren snuffelen).
  6. Laat de hond niet de richting bepalen: trekken van de hond is andere kant oplopen.
  7. Laat de hond niet als eerste eten.
  8. Laat de hond geen trekspelletjes winnen.

Door deze omgangsregels toe te passen, zal de hond zijn positie binnen uw familie/huis beter begrijpen en zijn gedrag daaraan aanpassen.



 
                                                                                << INDEX-PAGINA >>
                                                                              
© van het Labber Kampje