- Wat wel goed is, is om de hond van jong
puppy af aan er aan te wennen dat u hem of zijn voerbak
even
aanraakt terwijl hij staat te eten. Juist door dit
regelmatig te doen, maar altijd zonder zijn voerbak af te
pakken (!), leert u de hond dat hij u kan vertrouwen en
dat hij zich geen zorgen hoeft te maken wanneer
u in de
buurt van zijn voer komt. Een goede manier is ook om in
de voerbak van uw puppy maar een deel
van zijn voer te
doen, en het andere deel bij te vullen wanneer hij zijn
bak bijna leeg gegeten heeft.
Zo gaat uw hond uw komst
bij zijn voerbak associëren met iets positiefs; het
gaat voor hem betekenen
dat u wellicht nog meer lekkers
komt brengen.
Is baknijd eenmaal ontstaan, dan adviseren wij om de
hond voortaan in een aparte, rustige ruimte
(bijv. in de
bijkeuken) te eten te geven. Zolang de hond eet laat u
hem volledig met rust! Pas wanneer de
hond (al lang) is
uitgegeten haalt u ongemerkt zijn voerbak weer weg. Ook
kunt u de "therapie" zoals onder-
staand omschreven
toepassen.
Baknijd heeft te maken met vertrouwen en wantrouwen.
Een hond die zijn voerbak tegenover u wil verdedigen
heeft er, om welke reden dan ook, geen vertrouwen in dat
u hem zijn voer zult laten behouden. Door een hond
met
geweld te dwingen het verdedigen van zijn bak op te geven
ontstaan vaak veel meer problemen dan dat er
worden
opgelost! Het wantrouwen van de hond en de spanning
rondom het eten worden namelijk steeds groter
als u
probeert er iets aan te doen of de ontstane baknijd terug
te draaien door de hond "flink aan te pakken".
Door het
groeiende wantrouwen en de oplopende spanningen is de
kans groot dat de hond ook in andere
situaties dan alleen
bij zijn etensbak wantrouwend en vooringenomen gaat
reageren en u zal bedreigen.
Probeer daarom liever het
vertrouwen van de hond (opnieuw) te winnen dan dat u met
geweld probeert de
hond tot andere gedachten te
brengen!
- Wanneer er naast baknijd ook andere problemen zijn in
de omgang met de hond, los deze dan eerst (voor zover
mogelijk) op. Als baknijd het enige of het grootste
probleem is, kunt u (al dan niet onder begeleiding van
een
hondengedragsdeskundige) oefeningen gaan doen om de
hond te leren dat hij zijn bak niet hoeft te verdedigen
tegenover u (of tegenover anderen).
Een aantal tips in dit kader:
1. Leer de hond een woord dat betekent dat hij iets
lekkers krijgt (het maakt niet uit welk woord, als u het
maar consequent gebruikt; bijvoorbeeld "goed" of "koekje"
of "kijk eens"). U leert dit aan de hond door dit
woord
te zeggen iedere keer vlak voordat u hem daadwerkelijk
iets geeft.
- 2. Laat iemand (die de hond kent en
vertrouwt/respecteert) de hond aan een lange lijn nemen.
Maak in het
bijzijn van de hond zijn eten klaar en zet de
bak op de grond (op enige afstand van de aanwezige
personen).
Laat de hond zijn bak leeg eten, waarbij u in
dezelfde ruimte aanwezig bent maar de hond volkomen
negeert.
Als de hond zijn bak leeg heeft, zegt u "koekje"
(of welk ander woord u hem maar geleerd heeft), u loopt
met
iets super-lekkers (een stukje worst o.i.d.) richting
de hond en zijn bak en u geeft het hem. Als de hond geen
enkele agressie vertoont, geeft u hem het stukje bij
voorkeur in zijn etensbak. Vertoont de hond tekenen van
spanning en/of agressie, dan laat u het stukje lekkers op
de grond vallen in de buurt van de hond en negeert
u hem
verder weer. De lijn aan de hond is alleen bedoeld als
veiligheidsmaatregel, mocht de zaak uit de hand
lopen.
Maar probeer om het één en ander zo
geleidelijk en rustig op te bouwen dat het nooit nodig is
de lijn te
gebruiken. Zorg dat er geen spanning op de
lijn staat zo lang de hond ontspannen en niet agressief
is!
3. Herhaal de oefening genoemd onder punt 2 een aantal
dagen achter elkaar iedere keer wanneer u de hond
voert.
Ga geleidelijk over naar het aanbieden van het extra
lekkers, nog vóórdat de hond zijn bak leeg
heeft.
Mocht de hond onverhoopt toch naar u dreigen, roep
dan hard en dreigend "nee !!" of "foei !!" en indien echt
nodig (de hond dreigt u te bijten) geeft u een
lijncorrectie. Maar zorg dat u zelf ook weer ontspannen
en
vriendelijk bent zodra de hond dat ook is. Als
agressie ontstaat dan bouwt u de oefeningen
waarschijnlijk te
snel op, doe een stapje terug in de
opbouw en doe het rustig aan.
4. Als de voorgaande oefeningen goed zijn verlopen zal
de hond inmiddels verlangend uitkijken naar uw komst
bij
zijn etensbak. Nu kunt u andere personen vragen om de
hond op dezelfde manier als boven beschreven
extra
lekkers te geven terwijl hij aan het eten is. Zo leert de
hond dat ook andere mensen in de buurt van zijn
voerbak
het tegendeel van bedreigend zijn.
Als de "therapie" volledig geslaagd is, geeft u (of
een andere aanwezige) de hond nog slechts af en toe
(bijvoorbeeld één keer in de week) iets
extra lekkers terwijl hij staat te eten. Ook het gebruik
van het
"codewoord" ("koekje") bouwt u geleidelijk
af.
<<
INDEX-PAGINA
>>
© van het Labber Kampje Cavaliers |
|