|
Te traag
werkende bijnierschors:
De ziekte van Addison ontstaat door een onvoldoende werking van de
bijnierschors.
Dit wordt wetenschappelijk aangeduid met de term
‘hypoadrenocorticisme’.
De bijnierschors maakt twee soorten corticosteroïden: de glucocorticosteroïden en de
mineralocorticosteroïden.
Bij de ziekte van Addison is er een tekort aan beide soorten
corticosteroïden. Het
tekort aan mineralocorticosteroïden veroorzaakt een
verschuiving
van de electrolytenbalans in het bloed. Er ontstaat een
tekort aan natrium en een overmaat
aan kalium in het bloed.
Het tekort aan natrium leidt tot vochtverlies en een daling van de
bloeddruk. De overmaat aan kalium heeft een vertraagde hartslag tot
gevolg.
Tel deze effecten bij elkaar op en we zien een dier met een
slechte circulatie met alle gevolgen
van dien.
Het tekort aan glucocorticosteroïden veroorzaakt algehele malaise en
een suikertekort
in het bloed. Alles bij elkaar voldoende om je als
hond
flink beroerd en slap te voelen !
De ziekte komt voor zover we weten vaker bij teven dan bij reuen
voor.
Waardoor de bijnierschors
onvoldoende werkt is in veel gevallen onduielijk. Er wordt onder andere gedacht aan
'n autoimmuun
ziekte waardoor de bijnierschors beschadigd raakt. Het abrupt
stoppen van het toedienen van
prednison of aanverwante stoffen kan ook een oorzaak zijn.
De oorzaak kan ook liggen in een ‘fout’
van de hypofyse (= het
orgaantje
in de hersenen dat de bijnier moet aansturen).
Bij dieren die
behandeld zijn voor de ziekte van Clushing met het
middel
”Lysodren” ontstaat door het vernietigen
van de bijnierschors ook
het beeld
van de ziekte van Addison.
Vandaar dat na deze behandeling er
eigenlijk
altijd levenslang hormonen toegediend moeten worden.
De symptomen:
Zoals gezegd zijn de symptomen nogal verschillend en niet echt
specifiek
voor de ziekte.
Ze kunnen variëren van zeer ernstige
levensbedreigende
symptomen tot milde symptomen die komen
en gaan.
Bij een acute crisis zien we een patiënt die plotseling collabeert:
het dier is
slap, koud, uitge-
droogd en heeft een trage en zwakke pols. Een soort
shock
toestand dus. Indien men zo’n hondje
behandeld met infusen en
eventueel corticosteroïden, het dier in zeer korte tijd enorm
opknapt !
Wordt echter de behandeling gestaakt, dan kan hetdier weer helemaal
terugvallen.
Minder duidelijk is
het als het dier komt met klachten als chronisch
braken,
af en toe diarree, bloed in de ontlasting,
recidiverende buikpijn,
sloomheid,
vermageren en een slechte eetlust. Deze symptomen doen in eerste
instantie
denken aan een probleem in het maagdarmkanaal, of aan een
nierprobleem.
Dat laatste zal zeker het geval zijn als de eigenaar ook nog vertelt
dat het dier
de laatste tijd wat
meer drinkt en plast. En vaak vinden we ook wat
verhoogde nierwaarden in het bloed !
Dit is echter een secundair
effect van het tekort aan
vocht en de te lage bloeddruk, hetgeen een
slechte doorbloeding van
de nieren veroorzaakt. Soms hebben de dieren een soort flauwtes, die
foutief
geïnterpreteerd kunnen worden als epilepsie aanvallen. En soms zien we
aanvallen van rillen
en geringe
slapte. Om de verschillen in symptomen goed te kunnen
herkennen
zijn soms hele kleine dingen in het
verhaal van de eigenaar of ‘t
klinisch onderzoek,
waardoor men op het spoor van de ziekte van ‘Addison’
zal komen.
De diagnose:
De diagnose wordt gesteld dmv een bloedonderzoek. De bevindingen van
een
te hoog kaliumgehalte en
een te laag natriumgehalte in het bloed
samen met
het typische klinische beeld is zeer sterk verdacht.
De diagnose is
echter pas
zeker na het uitvoeren van een zogenaamde ACTH-stimulatietest.
Hierbij wordt de uitgangswaarde van de cortisolspiegel in het bloed
gemeten,
waarna een hormoon
(AdrenoCorticoTroopHormoon of ACTH) wprdt
ingespoten (rechtstreeks in de bloedbaan) die normaliter
de
bijnierschors stimuleert tot het
maken van cortisol. Een uur later neemt de dierenarts nogmaals bloed
af en er
wordt nogmaals een cortisolspiegel bepaald. Aan de hand van de
uitgangswaarde
en de reactie
op de hormooninjectie kan de dierenarts dan zien of de
bijnierschors voldoende werkt.
Bovenstaande
tests worden natuurlijk pas afgenomen als er al een verdenking is
op de ziekte van Addison.
Bij een bloedscreening kunnen andere
afwijkingen in
het bloed ook reeds in de richting van de ziekte wijzen,
zoals
verhoogde nierwaarden, een verlaagd suikergehalte, een verhoogd calciumgehalte,
een verhoging
van het aantal witte bloedcellen en een geringe bloedarmoede.
De behandeling:
Soms hebben de
dieren 'n soort flauwtes, die foutief geïnterpreteerd kunnen worden
als epilepsieaanvallen.
En soms zien we aanvallen van rillen en
geringe slapte.
Om de verschillen in symptomen goed te kunnen
herkennen zijn soms
hele kleine
dingen in het verhaal van de eigenaar of het klinisch onderzoek,
waardoor
men op het spoor van de ziekte van ‘Addison’ zal komen.
De behandeling is een levenslange toediening van
de
glucocorticosteroïden en de mineralocorticosteroïden die het dier
tekort komt. Dit gebeurt in de vorm
van het toedienen van twee
soorten tabletten. Verder is het zinvol om een kleine hoeveelheid
zout aan de
voeding toe te voegen.
Het toedienen van corticosteroïden staat ons als diereigenaar altijd
enigszins tegen.
Men moet zich echter realiseren dat bij deze
patiënten er een tekort is aan deze stoffen. Door het toedienen
van
de corticosteroïden bootst men de normale situatie weer na. Er is
dus geen sprake van een overmaat
aan deze stoffen bij deze
patiënten. De nare bijwerkingen die we kennen van het toedienen van
corticosteroïden
(prednison) zoals veel drinken en plassen,
toegenomen eetlust, zwaar worden etc., zullen we dan ook niet zien !
De behandeling van een zgn. ‘Addison-crisis’, waarbij de hond een
echte collaps heeft bestaat uit het toedienen
van intraveneuze
infusen en corticosteroïden door de dierenarts. Een dergelijke
collaps is een spoedgeval, het is
namelijk een levensbedreigende
situatie.
Nadat de crisis weer onder controle is, wordt de behandeling
voortgezet
met de beschreven tabletten.
De prognose is goed, in de meeste gevallen reageren de dieren heel
goed op de
behandeling en kunnen ze een normaal leven leiden. Alle
aandoeningen die tot uitdroging of shock kunnen leiden
(bv. ernstige
diarree, bloedverlies) vormen bij deze dieren natuurlijk wel een
extra risico.
<< index-pagina >>
© van het Labber Kampje
Cavaliers
|
|