|
Bij katten is
dit vermogen beperkt tot 4% watertekort. Het spreekt natuurlijk
vanzelf, dat er
geen ziekte ten grondslag mag liggen aan het watertekort, dan is dit
snelle herstel niet mogelijk.
- Waterbehoefte
De dagelijkse waterbehoefte bedraagt 30-60 ml/kg lichaamsgewicht.
Dit is ongeveer 2½ tot 3 maal de hoeveelheid droge stof die per dag
wordt opgenomen.
Verschillende factoren zijn van invloed op de waterbehoefte:
- Voeding: de waterbehoefte stijgt licht met het aantal maaltijden
per dag; ook een hoog eiwit-
en/of zoutgehalte (NaCl) doen de waterbehoefte stijgen.
- Fysiologie: jonge honden en volwassen dieren van de kleine rassen
hebben een grotere water
behoefte: 80 ml/kg lichaamsgewicht. Dit wordt veroorzaakt door een
hoger stofwisselingsniveau
en een slechter vermogen om urine te concentreren.
- Ziekte: lichamelijke aandoeningen waarbij vocht verloren gaat,
leiden tot een verhoogde water
behoefte. Te denken valt hierbij o.a. aan diarree, braken,
bloedverlies, nierziekten, suikerziekte etc.
- Temperatuur: honden zijn nauwelijks in staat om een
temperatuursstijging te compenseren door zweten.
Om toch af te kunnen koelen gaan ze hijgen, waarbij water verdampt
van het oppervlak van de tong.
Dit is een doelmatig en snelwerkend mechanisme. Dit houdt echter in,
dat honden bij een aanhoudende
hoge temperatuur ('s zomers in de auto !) snel kunnen uitdrogen en
het gevaar van shock is dan niet
denkbeeldig.
-Waterbehoefte bij inspanning.
Inspanning doet de waterbehoefte sterk stijgen ten gevolge van het
hijgen.
Ook kan een eventueel hoge temperatuur van de omgeving waarin de
inspanning plaats vindt,
de behoefte doen toenemen. Soms heeft de 'stress' diarree tot
gevolg, waarbij ook water verloren gaat.
De waterbehoefte neemt met een factor 2 toe bij korte afstandsrennen
(1-12 km) en met een factor 3 bij
lange afstandsrennen (>30 km/dag).
Als voorbeeld: een sledehond die een wedstrijd loopt in een koud
klimaat heeft een waterbehoefte van circa
1 ltr/5 kg lichaamsgewicht.
Uitdroging wordt vooral gezien bij honden, die niet in een goede
conditie verkeren of honden die lijden aan
overgewicht. Als deze honden zich dan toch gaan inspannen, leidt dat
tot indikking van het bloed, m.a.w.
het haematocriet (rode bloedcel-gehalte) stijgt.
-Praktische wenken voor het drinken geven.
Enkele maatregelen om uitdroging te voorkomen:
- Bescherm de hond tegen zon en hitte.
- Zorg dat er altijd voldoende vers water ter beschikking van de
hond is.
Als er lichamelijke prestaties verwacht worden:
- Training dient plaats te vinden in de koele uren van de dag.
- Na inspanning kleine beetjes water geven; het water mag niet te
koud zijn.
- Voeg water aan het droogvoer toe om de wateropname te verhogen
(dit is vooral van belang voor
Poolhonden die van nature al weinig drinken).
In geval van ernstige uitdroging verdient het aanbeveling om
electrolyt-oplossingen toe te voegen aan
het water, dat voor en na de prestatie wordt gedronken.
Met name electrolyten natrium (Na), kalium (K) en bicarbonaat
(HCO3). |
|