Dit lijkt te maken
te hebben met het
feit dat de
hondenpopulatie
gemiddeld ouder
wordt enerzijds, en
anderzijds vanwege
het feit dat in
bepaalde
rashondenpopulaties
er een (deels)
genetische basis
lijkt te zijn voor
sommige vormen van
kanker.
Daarnaast zijn de
diagnostische
mogelijkheden groter
geworden.
Wat is kanker?
Simpelweg kun je
spreken van een
ongeremde en
verwoestende
celgroei in bepaalde
weefsels of organen.
Dit kan op vele
manieren veroorzaakt
worden. Het kan zich
ook voordoen op veel
verschillende
wijzen. Het kan
langzaam of snel
uitbreiden. Het kan
het gehele lichaam
beïnvloeden of
slechts plaatselijk
voor overlast
zorgen. Het komt
voor op alle
leeftijden,
weliswaar met een
sterke kansverhoging
voor het oudere
dier. Er blijft
echter steeds een
gemeenschappelijk
kenmerk: er vindt
ongeremde celgroei
plaats.
De gevolgen voor het
lichaam zijn
afhankelijk van een
aantal factoren.
Belangrijkste is het
type tumor, uit wat
voor soort cel komt
hij voort? Dit
bepaalt heel sterk
zijn verdere
eigenschappen zoals
groeisnelheid, mate
van uitzaaiing en
bijkomende
ziekmakende
eigenschappen.
Daarnaast is er de
plaats van
voorkomen. Deze is
medebepalend voor
het soort
afwijkingen die we
bij de patiënt
kunnen zien.
Bijvoorbeeld een
snelgroeiende tumor
van de hersenen of
steunweefsels in de
schedel zal zeer
waarschijnlijk
allerlei
gedragsveranderingen
induceren, terwijl
een simpele wrat in
de huid alleen
cosmetische bezwaren
oplevert. Maar ook
de algehele conditie
van de hond is van
belang voor zijn
reactie op de
tumorgroei. Met name
bij de oudere hond
is dit het geval,
waarbij allerlei
lichaamsfuncties
verminderd kunnen
zijn. Het ontstaan
van kanker heeft
alles te maken met
een verandering in
het gedrag van
cellen. De
informatie hiervoor
is gelegen in het
DNA. Door middel van
een complex proces
worden van hieruit
boodschappen
gestuurd naar de
onderdelen en
functies van de cel.
Allerlei stappen in
dit proces kunnen
misgaan.
De diverse oorzaken
van kanker zijn:
1.Genetische
afwijkingen; bij de
mens geeft men aan
dat minimaal 10% van
alle kankergevallen
een afwijkend
genetisch patroon
heeft als gevolg van
mutaties in het DNA.
Bij de hond moet men
denken aan de
verhoogde
gevoeligheid voor
het ontstaan van
bepaalde typen
tumoren in bepaalde
rassen. Een
voorbeeld hiervan is
de maligne
histiocytose bij de
Berner Sennenhond.
Dit is een
ontsporing van een
bepaald type
ontstekingscel met
uiteindelijk een
zeer slechte
prognose. Een ander
voorbeeld is het
osteosarcoom, een
kwaadaardig gezwel
uitgaande van het
bot, bij bepaalde
grote rassen, zoals
de Mastiff en de
Duitse Dog komt dit
nogal eens voor. Dit
type kanker heeft
ook een zeer slechte
prognose.
2.Chemische stoffen
die het DNA kunnen
beschadigen, of
aanzetten tot
mutaties, en aldus
het ontstaan van
kanker bevorderen.
Bijvoorbeeld
gifstoffen in het
milieu of voedsel en
bijvoorbeeld het
roken bij de mens.
Veelal langdurige
blootstelling aan
deze factoren geeft
een verhoogd risico.
3. Hormonen. Bekend
inmiddels is dat bij
tumoren van de
geslachtsorganen en
prostaat, de
melkklieren, de
baarmoeder, de
schildklier en ook
bot, de diverse
hormonen een
belangrijke rol
spelen. Voorbeeld
bij de hond is de in
eerste instantie
goedaardige
prostaatvergroting
die ontstaat met het
ouder worden onder
invloed van onder
andere het mannelijk
geslachtshormoon
testosteron. Een
ander voorbeeld is
de teef, waarbij is
aangetoond dat een
castratie op een
leeftijd vóór de
eerste loopsheid het
risico op
melkkliertumoren
sterk verkleind.
Deze
melkkliertumoren
zijn bij de teef de
meest voorkomende
kankergroep en een
belangrijke
doodsoorzaak op
latere leeftijd. Ook
middelen toegediend
ter onderdrukking
van de loopsheid
(synthetische
progestagenen)
verhogen het risico
op tumorvorming.
4. Ioniserende
straling, zoals
gamma of
röntgenstraling, of
radioactieve
straling. Ook
ultraviolette
straling kan een
tumorstimulerend
effect hebben, met
name op bepaalde
huidgezwellen.
Bekend bij de mens
is het
huidcarcinoom, een
kwaadaardig gezwel
van de opperhuid,
die sterk beïnvloed
wordt door de
hoeveelheid en
intensiteit van
UV-straling tijdens
het leven.
5. Infecties die
kunnen leiden tot
tumoren. Een aantal
virusinfecties
kunnen hiervoor
verantwoordelijk
zijn. Een relatief
goedaardig voorbeeld
is het
papilloma-virus bij
de hond. Dit virus
veroorzaakt wratten
vooral op het hoofd
en in de bek. Je
kunt ze ook zien op
de tong, in de mond,
op de oogleden etc.
Vooral de
mogelijkheid tot
beschadiging en
daardoor bloedingen
maakt het een
vervelende
aandoening. Vaak
gaat het vanzelf
over. Daarnaast
heeft het
verwijderen van een
aantal van deze
wratten meestal het
gevolg dat de rest
uiteindelijk ook
vanzelf verdwijnt.
Bij de kat kennen we
het leukemievirus;
hierbij kunnen
verschillende vormen
van kanker aan de
witte bloedcellen
ontstaan.
6. Direct contact
met verschillende
vreemde stoffen.
Deze groep geeft
momenteel aanleiding
tot veel discussie.
Deze tumoren kunnen
zich voordoen rond
geïmplanteerde
platen of schroeven
bij breuken, rond
pacemakers bij de
mens, na inentingen
met bepaalde vaccins
of medicijnen. Ook
asbestreacties in de
longen moet men
hieronder scharen.
Vreemd lichaam
reacties door
materiaal wat na
trauma in het
lichaam
achterblijft, zoals
stukjes hout, kogels
etcetera kunnen ook
verhoogde kans op
tumorvorming geven.
Er ontstaat een
uitgebreide
ontstekingsreactie
ten gevolge van de
specifieke stoffen
welke leidt tot
bepaalde typen
tumoren.
7. Restgroep met
allerlei
verschillende
oorzaken. Bij de
hond is er een
parasiet, een soort
wormpje, dat
incidenteel in de
maag en slokdarm
gevonden wordt, de
Spirocerca Lupi.
Deze kan specifieke
woekeringen
induceren.
Diagnostiek en
behandeling.
Het onderzoek van de
patiënt met kanker
verloopt via een
aantal hoofdlijnen.
We willen allereerst
weten met wat voor
type tumor we te
maken hebben.
Daarnaast hoe groot
de tumor is, en of
deze goed afgegrensd
is van de omgeving.
Dit noemt men
stagering. Bij
sommige vormen van
kanker kun je ook
nog een onderscheid
maken hoe diep ze
groeien. Het
voorkomen op andere
plaatsen naast de
oorspronkelijke
noemt men uitzaaien
of metastaseren. Als
je vaststelt dat er
metastasen zijn in
het aangrenzend
weefsel,
lymfklieren, lever,
longen, of ander
weefsel, dan zegt
dat iets over de
kwaadaardigheid van
de tumor. Ook de
behandelingsmogelijkheden
waar we uiteindelijk
voor kiezen zijn
hiervan afhankelijk.
De conditie van de
hond kan een
aanwijzing geven
voor het stellen van
de diagnose, en is
daarnaast vaak een
belangrijk gegeven
bij de beslissing te
behandelen en soms
zelfs óf er wel
behandeld moet
worden. De meeste
tumoren komen voor
bij de oudere hond,
die toch al diverse
typische
gezondheidsproblemen
kan hebben. Het
beeld kan door deze
gezondheidsproblemen
sterk vertroebeld
worden. Honden
kunnen de neiging
hebben om minder
vlot mee uit te gaan
vanwege
ouderdomsartrose,
maar ook vanwege een
onderliggende tumor.
Uitgebreide
tumorgroei gaat
gepaard met een
groter verbruik van
eiwitten, vetten en
koolhydraten.
Vermagering en
slechte algehele
conditie gaan dan
opvallen. Sommige
typen kanker geven
echter specifieke
lichamelijke
afwijkingen die
direct aan de tumor
gerelateerd zijn.
Hierbij kun je
bijvoorbeeld denken
aan bepaalde typen
testikeltumoren die
vrouwelijk
geslachtshormoon
produceren. Bij deze
patiënten kun je
vergroting van
melkklieren en
tepels,
huidveranderingen
etc. zien (het zgn.
feminisatiesyndroom).
Je kunt ook denken
aan simpele gegevens
als kreupelheid bij
een tumor in een van
de beenderen, of
benauwdheid en
hoesten in geval van
een longtumor.
Andere vormen van
kanker geven door
hun langzame groei
of geringe omvang
niet of nauwelijks
merkbare
veranderingen in de
algemene conditie
van de hond. Een
veel in de praktijk
gehoorde gedachte
van de eigenaar van
de hond is dat toch
in het
bloedonderzoek
duidelijk naar voren
moet komen of de
hond kanker heeft of
niet. Dit is een
misvatting; er is
geen selectieve test
voor kanker in het
algemeen. De enige
vorm van kanker die
direct door
bloedonderzoek kan
worden opgespoord
zijn de
verschillende vormen
van leukemie.
Hierbij komen
specifiek afwijkende
typen bloedcellen
voor.
Het belangrijkste
middel om te komen
tot een diagnose is
de beoordeling van
een stukje weefsel
uit het verdachte
proces. Het uitnemen
van een stukje
weefsel noemt men
een biopsie. Dit kan
op verschillende
manieren gebeuren.
Het eenvoudigst is
het opzuigen met een
spuit en naald van
een hoeveelheid
cellen uit het van
kanker verdachte
proces. De
beoordeling van deze
cellen vindt plaats
door een patholoog.
Je kan ook een
(groter) stukje
weefsel verwijderen,
zoals met name
gebeurt bij van
kanker verdachte
huidletsels. Bij een
operatieve
verwijdering van het
hele proces kun je
achteraf een stukje
weefsel opsturen
naar de patholoog
ter beoordeling. Ook
lymfklieren, die een
rol spelen in de
eerste
verdedigingslinie
tegen verspreiding
van tumorcellen
worden in de
praktijk veelvuldig
gebiopteerd. Dit
geeft dan weer een
indruk over de mate
van uitzaaiing.
Overigens
veroorzaakt het
nemen van een
biopsie geen
vermindering van
levensduur van de
patiënt, zoals men
nogal eens denkt.
Naast de biopsie, of
beter gezegd vóór de
biopsie, dient een
uitgebreid
lichamelijk
onderzoek plaats te
vinden, waarbij ook
het verhaal van de
eigenaar van de hond
zeer belangrijk is.
(Hoe lang bestaan de
klachten, is de hond
sterk vermagerd en
zo ja binnen welke
tijd etc.) Het
onderzoek van de
lymfklieren, die op
specifieke plaatsen
in het lichaam
aanwezig zijn, ook
uitwendig, en die
vergroot kunnen zijn
bij kanker heeft
onze speciale
aandacht.
Aanwijzingen voor
eventuele metastasen
kan men krijgen door
het luisteren naar
de longen met de
stethoscoop en het
voelen in de buik of
er bepaalde
abnormale diktes
aanwezig zijn.
Uitgebreid
bloedonderzoek en
urine onderzoek
geven een goede
indruk over diverse
inwendige functies
met name die van
lever en nier, en
het celbeeld in het
bloed. Röntgenfoto´s
van de longen zijn
zeer belangrijk voor
het vaststellen van
eventuele primaire
tumoren of
metastasen.
Als we vervolgens de
diagnose kanker
hebben gesteld, het
type tumor kennen,
en weten of er
metastasen aanwezig
zijn, dan kunnen we
een
behandelingsstrategie
uitstippelen en dit
bespreken met de
eigenaar van de
hond. Dit kan
variëren van het
simpel onder lokale
verdoving wegbranden
van een wrat, tot
het langdurig met
celremmende middelen
nabehandelen van de
hond na een operatie
waarbij we het
grootste deel van de
tumor chirurgisch
verwijderd hebben.
Ook euthanasie van
de (oude) hond met
een te ver
voortgeschreden vorm
van kanker, met
langdurige en/of
ernstige pijn, is
een reële optie. De
wensen en
mogelijkheden van de
eigenaar spelen
hierbij een grote
rol.
De praktische
mogelijkheden van
behandeling van
kanker bij de hond
nog even op een rij:
Chirurgie: de meest
gebruikte methode in
de bestrijding van
kanker is het geheel
en ruim wegnemen van
het kankergezwel.
Soms, zoals
bijvoorbeeld bij
tumoren in de milt
of de testikel kan
het gehele orgaan
weggenomen worden
zonder dat dit voor
het dier tot
problemen leidt.
Soms wordt ook maar
een deel weggenomen
(debulking) om het
dier toch nog een
periode met minder
hinder van de
aanwezigheid van de
tumor te geven, of
om een ander type
behandeling hierop
te laten volgen.
Celremming dmv.
chemotherapeutica:
met behulp van
bepaalde stoffen of
combinaties van
bepaalde stoffen die
meestal via een
infuus rechtstreeks
in de bloedbaan
worden ingespoten
kan men cellen en
vooral sneldelende
cellen doden. De
conditie van de hond
moet goed zijn, want
ook gezonde cellen
(beenmerg, darmen,
huid etc.) worden
aangetast. Ook de
mensen die met deze
stoffen werken
dienen hier zeer
omzichtig mee om te
gaan, want direct
contact kan hun
gezondheid ook in
gevaar brengen.
Hormonaal:
Bijnierschorshormonen
of corticosteroïden
(prednison) remmen
met name in
combinatie met
andere middelen de
groei en ze
verminderen de
ontstekingsreactie
rondom de tumor.
Radiotherapie of
bestraling: nog niet
veel gebruikt in de
praktijk, echter
zowel als enige of
als aanvullende
behandeling goed
mogelijk voor
diverse tumoren.
Cryotherapie: met
behulp van afkoeling
door vloeibare
stikstof worden
kleine
huidprocessen, zoals
wratten, bevroren en
gedood. Nadeel is
dat ook de gezonde
omgevingscellen
aangetast kunnen
worden.
Restgroep: een grote
groep met totaal
verschillende
invalshoeken voor
het behandelen van
kanker, waarbij
enkele een heel goed
perspectief hebben
voor de toekomst.
Een voorbeeld
hiervan zijn de
immuuntherapieen,
waarbij specifieke
antistoffen gebruikt
worden tegen
tumorantigeen.
Kortom er zijn goede
mogelijkheden om
veel typen kanker te
behandelen, meestal
om de hond een zo
normaal mogelijk
leven te laten
leiden zolang hij
behandeld wordt,
doch ook om
definitief te
genezen.
Bron: Onze Hond
2004, Auteur:
Maarten Kappen
Kliniek voor
Gezelschapsdieren
Eersel, Hint 16b,
5525 AH Eersel, tel.:
0497-518000
Bron:
http://kvgd-eersel.com/index.php?page_id=75