|
De behandeling.
In de inleiding hebben we de vraag opgeworpen of een hond met een
pyothorax een kans heeft om
gered te worden. Het antwoord is gelukkig “ja” !
De behandeling is een langdurig proces en vraagt een goede
begeleiding en intensieve verpleging,
maar de kansen zijn eigenlijk lang niet zo slecht als ze op het
eerste gezicht lijken.
Het belangrijkste onderdeel in de behandeling is het draineren van
(de zieke helft van) de borstholte.
De etter/pus moet eruit, net als bij een abces ! Via de drain kan de
borstholte dan tevens gespoeld
worden, zodat langzamerhand alle bacteriën, pus en
ontstekingsmateriaal verdwijnen.
Het plaatsen van de drain moet vakkundig gebeuren, zodat de longen,
het hart en de grote bloedvaten
niet beschadigd raken. Verder moet worden voorkomen dat er lucht in
de borstholte komt bij het plaatsen
van de drain en het spoelen van de borstholte. In de borstholte
heerst namelijk normaal gesproken een
negatieve druk zodat de longen gemakkelijk kunnen uitzetten bij de
ademhaling. Zou er lucht tussen de
longen en de borstwand terecht komen, dan wordt de druk in de
borstholte te groot. De longen kunnen
dan niet meer uitzetten bij het inademen en er ontstaat een
zogenaamde ‘klaplong’. Men voorkomt het
ontstaan van een klaplong (of met een mooi woord pneumothorax) door
de drain op een speciale manier
te plaatsen en het gebruik van een speciaal driewegkraantje bij het
leegzuigen van de drain en het spoelen
van de borstholte. Het plaatsen van de drain kan bij sommige honden
onder locale verdoving gebeuren,
’n lichte (veilige !) narcose.
Naast het draineren van de borstholte moet worden behandeld met een
passend antibioticum.
We kiezen het beste antibioticum aan de hand van de uitslag van het
bacteriologisch onderzoek en de
gevoeligheidstest.
Meestal zal er ongeveer gedurende 10 dagen drainage moeten
plaatsvinden.
De drain zelf veroorzaakt ook altijd wat vochtproductie (het is
immers een vreemd voorwerp in de borstholte),
dus we hoeven niet te
wachten tot er helemaal geen vocht meer uit de drain tevoorschijn
komt. De behandeling met antibiotica moet nog wel langer worden
voortgezet, in totaal meestal minimaal
6 weken. In ieder geval 1 maand nadat het dier klinisch weer gezond
is, het witte bloedbeeld weer normaal
is en er geen vloeistof meer gevormd wordt. Of er geen vloeistof
meer gevormd wordt en of de longen zich
weer goed hersteld hebben is te controleren door middel van
röntgenfoto’s.
De prognose.
De prognose is eigenlijk vrij gunstig, mits de behandeling agressief
genoeg is.
Bij complicaties zoals abcesvorming in het longweefsel zelf, de
vorming van compartimentjes (afgesloten
ruimtes) in de borstholte waardoor het adequaat draineren van de
borstholte bemoeilijkt wordt of het
ontstaan van een sepsis (een
verspreiding van de infectie via het bloed door het gehele lichaam)
wordt
de kans op genezing natuurlijk veel kleiner. |
|