Pyothorax

Een pyothorax is een ophoping van etter/pus in de borstholte ten gevolge van een ontsteking
van het borstvlies als gevolg van een infectie. In feite drijven de longen bij zo’n pyothorax dus
in een plas met etter. Een grote hoeveelheid vloeistof in de borstholte is een belemmering voor
het normaal functioneren van longweefsel. Als die vloeistof dan ook nog eens uit etter bestaat
dan is het niet zo moeilijk te begrijpen dat een hond met een pyothorax zich flink beroerd voelt.

De vraag rijst dan ook: is een patiënt met een pyothorax eigenlijk wel te redden?

Hoe onstaat een pyothorax ?
Een pyothorax ontstaat doordat er ‘n infectie binnen dringt in de borstholte.
Zo’n infectie kan de borstholte binnendringen via de longen, de slokdarm, of de
borstwand. Bij honden kan ‘n infectie binnendringen via de longen. Vooral bij
honden blijkt een pyothorax nogal eens te ontstaan ten gevolge van het

binnendringen van een vreemd voorwerp (bijvoorbeeld een grasaar), dat wordt ingeademd
en uiteindelijk het longweefsel perforeert. Honden snuffelen nu eenmaal veel. Maar ook spelen
met stokken of het doorslikken van andere mogelijk splinterende materialen kunnen aanleiding
zijn tot een infectie van de borstholte als deze splinters bijvoorbeeld de slokdarmwand perforeren.
Een andere mogelijkheid is dat de infectie de borstholte binnendringt via het bloed, bijvoorbeeld
vanuit een ontsteking of wondje in de bek. Het is dan ook mogelijk dat naast een pyothorax bv.
een pyelonefritis (’n nierbekkenontstekingmet pusvorming) aanwezig is. Een voorafgaande virale
infectie van het borstvlies kan het aanslaan van zo’n via het bloed verspreide bacterie bevorderen.

De symptomen.
Een pyothorax ontwikkelt zich meestal een beetje ‘stiekem’.
De ziekte geeft meestal pas in het laatste stadium duidelijke symptomen. Het dier is meestal wat
minder actief en lichamelijke inspanning gaat ze niet zo goed af. De eetlust is slecht en het dier
kan langzaam aan wat vermageren. Bij een borstholte vol met etter/pus zou je verwachten, dat
een hond hoge koorts heeft. Meestal wordt inderdaad wel koorts gezien, maar de temperatuurs
verhoging is eigenlijk meestal vrij gering (in de meeste gevallen zo rond de 39.5°C).
In een wat verder gevorderd stadium van de ziekte wordt het dier steeds benauwder.
Het dier knijpt met de buik bij de ademhaling en ademt meestal ook sneller dan normaal en soms is
er sprake van hoesten.
In het geval van een perforerende wond van de borstholte is het soms mogelijk om een litteken of
een korst terug te vinden. Meestal is het trauma echter al zo lang geleden, dat er aan de behaarde
huid nauwelijks iets te zien is. Bij klinisch onderzoek vinden we aanwijzingen voor vocht in de borstholte:
onderin de borstholte (aan de kant van het borstbeen) zijn de longgeluiden gedempt tot afwezig, het
hart is slecht te horen (aan de kant waar het vocht staat althans) en bovenin de borstholte (aan de
kant van de rug) zijn de longgeluiden juist versterkt hoorbaar.

De diagnose.
Bij de diagnose moet systematisch te werk worden gegaan. Op een röntgenfoto zien we allereerst
een borstholte gevuld met vocht. Het is van belang voor de diagnose maar ook voor de behandeling
om vast te stellen of het vocht éénzijdig of tweezijdig zit. De borstholte van honden wordt namelijk
door een vlies in twee helften gedeeld, zodat met een beetje geluk de infectie (en dus de etter)
slechts aan één kant zit.
Omdat we op een röntgenfoto slechts kunnen zien dat er vocht in de borstholte staat, maar we niet
kunnen zien om wat voor vocht het gaat, moeten we vervolgens de borstholte puncteren. Het op
deze wijze verkregen vocht kunnen we dan laten analyseren, zodat we antwoord kunnen geven op
de volgende vragen: is het vocht inderdaad etter (celonderzoek of cytologisch onderzoek), welke
bacteriën veroorzaken de infectie (bacteriologisch onderzoek) en voor welke antibiotica zijn de
bacteriën goed gevoelig?
Het is zeker niet altijd nodig om een cytologisch onderzoek te laten doen, om te bevestigen dat het
gepuncteerde vocht inderdaad etter is. Het macroscopisch uiterlijken de geur van het vocht zegt
meestal wel genoeg! Een bacteriologisch onderzoek moet geschieden in een gespecialiseerd micro
biologisch laboratorium, omdat de bacteriën die gekweekt worden uit een pyothorax vaak alleen onder
speciale omstandigheden (bijvoorbeeld en zuurstofarme of zuurstofloze omgeving) groeien.
Het kan tevens zinvol zijn om ook een bloedonderzoek en een urineonderzoek uit te voeren, om te
kijken of andere organen bij de infectie betrokken zijn (lever, nier). Het witte bloedbeeld zal natuurlijk
sterk afwijkend zijn: we zien de kenmerken van een uitgebreide chronische ontsteking: dus een sterke
toename van de oudere witte bloedcellen (= segmentkernigen) en mogelijk ook een monocytose.

De behandeling.
In de inleiding hebben we de vraag opgeworpen of een hond met een pyothorax een kans heeft om
gered te worden. Het antwoord is gelukkig “ja” !
De behandeling is een langdurig proces en vraagt een goede begeleiding en intensieve verpleging,
maar de kansen zijn eigenlijk lang niet zo slecht als ze op het eerste gezicht lijken.
Het belangrijkste onderdeel in de behandeling is het draineren van (de zieke helft van) de borstholte.
De etter/pus moet eruit, net als bij een abces ! Via de drain kan de borstholte dan tevens gespoeld
worden, zodat langzamerhand alle bacteriën, pus en ontstekingsmateriaal verdwijnen.
Het plaatsen van de drain moet vakkundig gebeuren, zodat de longen, het hart en de grote bloedvaten
niet beschadigd raken. Verder moet worden voorkomen dat er lucht in de borstholte komt bij het plaatsen
van de drain en het spoelen van de borstholte. In de borstholte heerst namelijk normaal gesproken een
negatieve druk zodat de longen gemakkelijk kunnen uitzetten bij de ademhaling. Zou er lucht tussen de
longen en de borstwand terecht komen, dan wordt de druk in de borstholte te groot. De longen kunnen
dan niet meer uitzetten bij het inademen en er ontstaat een zogenaamde ‘klaplong’. Men voorkomt het
ontstaan van een klaplong (of met een mooi woord pneumothorax) door de drain op een speciale manier
te plaatsen en het gebruik van een speciaal driewegkraantje bij het leegzuigen van de drain en het spoelen
van de borstholte. Het plaatsen van de drain kan bij sommige honden onder locale verdoving gebeuren,
’n lichte (veilige !) narcose.

Naast het draineren van de borstholte moet worden behandeld met een passend antibioticum.
We kiezen het beste antibioticum aan de hand van de uitslag van het bacteriologisch onderzoek en de
gevoeligheidstest.

Meestal zal er ongeveer gedurende 10 dagen drainage moeten plaatsvinden.
De drain zelf veroorzaakt ook altijd wat vochtproductie (het is immers een vreemd voorwerp in de borstholte),
dus we hoeven niet te wachten tot er helemaal geen vocht meer uit de drain tevoorschijn
komt. De behandeling met antibiotica moet nog wel langer worden voortgezet, in totaal meestal minimaal
6 weken. In ieder geval 1 maand nadat het dier klinisch weer gezond is, het witte bloedbeeld weer normaal
is en er geen vloeistof meer gevormd wordt. Of er geen vloeistof meer gevormd wordt en of de longen zich
weer goed hersteld hebben is te controleren door middel van röntgenfoto’s.

De prognose.
De prognose is eigenlijk vrij gunstig, mits de behandeling agressief genoeg is.
Bij complicaties zoals abcesvorming in het longweefsel zelf, de vorming van compartimentjes (afgesloten
ruimtes) in de borstholte waardoor het adequaat draineren van de borstholte bemoeilijkt wordt of het
ontstaan van een sepsis (een verspreiding van de infectie via het bloed door het gehele lichaam) wordt
de kans op genezing natuurlijk veel kleiner.

 

                                                          << index-pagina >>

                                                    © van het Labber Kampje Cavaliers