Het ontstaan van onze honden.

Tamme of huishonden behoren naar het skelet tot de soort CANIS. Ze lijken op de vos, de jakhals, de wolf en de dingo. De geschiedenis van Europa gaat minstens 10.000 jaar terug in de tijd. De huishond komt volgens velen oorspronkelijk uit NOORD-AFRIKA of VOOR-AZIE en is vandaaruit naar Europe geëmigreerd.

 

Geleerden twisten erover of de huishond afstamt van de wolf, de jakhals of de dingo. De meeste onderzoekers zijn het echter eens over de wolf en sluiten niet uit dat ook de jakhals een rol heeft gespeeld.

 

De Dingo ?
Een verwilderde tamme hond of een oorspronkelijke wilde hond?

Theorie: uitstervende hond CANIS FERUS als oorsprong van de huishond.
Echter zonder bewijzen.
Na de onderzoekingen van Werre is het echter zeker dat alleen de wolf de voorouder van onze hond is.


1. Het eerste huisdier. 

Zonder twijfel is de hond het oudste huisdier.
De onweerlegbare bewijzen voor het bestaan van gedomesticeerde honden werden aangetroffen in SCHOTLAND, DENEMARKEN en DUITSLAND. Men vond skeletten, schedels e.d. in samenhang met opgravingen op de woonplaatsen uit het STENEN TIJDPERK in geheel MIDDEN-EUROPA.

Zonder twijfel:

  • honden - zoeken van voedsel, botten van de vuilhoop - woonplaatsen van de mensen - die ondervonden dat die honden waakzaam waren en ze ontdekten vlug de komst van vreemdelingen, vijanden en roofdieren.
  • mensen - begrijpen van jachtinstinct: Enkel de sterkste door vlucht of verdediging hadden een kans om te overleven - veel later bij de komst van andere huisdieren, werd de hond gebruikt als veehoeder.


De taak van de hond werd steeds uitgebreider:

  • speurder naar verdwaalde mensen
  • blindengeleidehond
  • lawinehond
  • jachthond
  • waakhond
  • herdershond
  • trekhond
  • narcoticahond

2. De opkomst van de rassen .

In de natuur - alles wat leeft - aanpassing aan het milieu of de levensomstandigheden. Door de tijden heen ontstonden verschillende types van honden in verschillende delen van de wereld.
Vondsten van schedels en diverse skeletten bewijzen het bestaan van ten minste VIER hondetypes in Europa ten tijde van de STEENTIJD.
De verschillende types zijn vooral te onderscheiden door het verschil in grootte en de ongelijkheden in hoofdvorm.
In dit vroege stadium is het vrijwel uitgesloten dat dit berust op het bewust ingrijpen van de mens.

De Turfkees of Turfhond//Canis Familiaris Paustrus

Heeft zijn naam te danken aan de in de turfmoerassen bewaard gebleven en gevonden resten van honden. Eerste vondsten ca. 1800 i.v.m. onderzoekingen naar het paalwoningenvolk in Zwitserland. Het complete skelet vertooont gelijkenis dat wat gevonden is bij RINGSJON IN SKANE.

  • 40 - 45 cm hoog
  • ronde schedels
  • een duidelijke stop
  • smalle snuit

Honden afkomstig van deze turfhond:

  • Schnauzers
  • Pinchers
  • Terriërs
  • Keesachtigen

Canis Familiaris Intermedius

Middelgrote honden, brede schedel, tamelijk korte brede snuit. Oervorm van de hedendaagse jachthonden.

Canis Familiaris Inostranzewi

groter type hond
krachtig hoofd
Noord-en Middeneuropa
Honden met deze afkomst:

  • noordelijke sledehonden e.d.
  • grotere keeshonden
  • doggen
  • St.Bernards
  • grote Middeneuropese herdershonden
  • Elandhond

Canis Familiaris Leinieri

grote hond
smal hoofd
voorganger van de noordelijke windhonden
Honden met deze afkomst:

  • Ierse Wolfshond
  • Schotse Deerhound
  • Barzoi

Canis Familiaris Matris Optimae/Bronshond

middelgroot
smalle, vlakke schedel
onbeduidende stop
smalle, spitse snuit

HERDERSHONDEN

Stamvader van de grote Zuid- en Middeneuropese herdershonden: anderen menen dat de oorsprong van de herdershonden de Canis Familiaris Inostranzewi is.

De zuidelijke windhonden zijn vermoedelijk niet van dezelfde afstamming als de noordelijke en hebben hun oorsprong waarschijnlijk ook niet in Europa. De reden van hun oorsprong is erg verschillend, men denke aan vormen als PARIAHOND, JAKHALS en INDISCHE WOLF (CANIS PALLIPES). Deze omstandigheid doet de vraag rijzen of hij het resultaat is van een paring met de DINGO. Het is niet duidelijk of het gaat om een paring met een verwilderde huishond of met een wilde hond die daarna huishond is geworden. ER komen vormen voor die deels sterk doen denken aan de keeshond, deels aan de windhond. Indien men uitgaat van de theorie dat in dat tijdperk een oorspronkelijke wilde hond bestond, dan zou men kunnen aannemen dat de op de windhond gelijkende PARIA-tussen de wilde hond en de voor-Egyptische windhond liggende vorm- de missende schakel moet zijn.

Als men de natuurlijke variabiliteit en de mutaties in acht neemt, kan men zeggen dat de mens de hondenrassen gevormd heeft.

Ca. 4000 v.C. hadden de Egyptenaren vooruitstrevende kynologen. Talrijke schilderingen, beeldhouwwerken en aantekeningen op papyrusrollen geven blijk van de hoge cultuur over de hond in dat land.

Zuiver gefokte rassen:

·   tegengekomen in de Egyptische kunst:

    • de pariakezen
    • blaffende drijfhonden (men vergelijkt de drijfhonden op de platen)
      • Om te beginnen een hond met een langgerekt lichaam en lage poten, die doet denken aan de WELSH CORGI (CARDIGAN)
        • een windhond met staande oren
        • lange neerhangende staart of in één of mindere krul over de rug gedragen.

De hond die we het beste kennen uit de oudheid is de CANIS MOLOSSUS of ASSYRISCHE DOG, is nakomeling van CANIS FAMILIARIS INOSTRANZEWI uit TIBET, via pariavorm met wolveninslag: type grote herdershonden: dog.

Van Tibet uit:

  • Molosserhond: China, India en Assyrie
  • banier van de oudheid
  • Noordelijke Middellandse zeehavens
  • Midden-Europa
  • Hun bloed vloeit nog duidelijk in veel moderne gebruiks- en gezelschapshondenrassen.

In onze dagen is hondenfok ver gevorderd: doel is geestelijk en lichamelijk gezonde, rastypische honden te fokken, aangepast aan het doel waarvoor ze bestemd zijn: jacht, verdediging, gezelschap, enz.

Vachtkleuren : 

Blue merle: blauw gemarmerd: d.w.z. grijsblauw met zwarte vlekjes
Bont platenbont: grote, donkere vlekken op een witte ondergrond
Zadeldek: kleurpatroon in de vorm van een zadel
Wheaten: licht tarwekleurig tot roodachtig goud
Driekleurig: vb. evenveel zwart, wit en roodbruin
Roan: een fijne mengeling van gekleurde en witte haren
Sable: grijze, bruine of oranje vacht met zwarte haarpunten
Gestroomd: gestreept effect van zwarte haren op een lichtgekleurde ondergrond
Grizzle: mengeling van blauwgrijze, rode en zwarte haren.

 

                                                                                          << index-pagina >>

                                                                                     © van het Labber Kampje Cavaliers