|
4. Kijk een
hond niet star recht in zijn ogen.
Wanneer twee vreemde honden elkaar tegenkomen gaan ze eerst bepalen
wie er van hun tweetjes de sterkste is. De hoogste in de rangorde
heet dat. Dat doen ze als volgt: ze kijken elkaar recht in de ogen,
de eerste die zijn ogen wegdraait heeft verloren. De ander is de
baas, maar ze hoeven nu niet te vechten, omdat de rangorde is
bepaald. Zo simpel is dat. Wanneer nu allebei de honden star blijven
kijken, dan moet er gevochten worden om uit te maken wie er de baas
is. De hond die het gevecht wint, is de baas. Om nu een gevecht met
een (vreemde) hond te voorkomen moet je een hond dus niet langdurig
in de ogen gaan kijken. Zeker niet als dit een dominante hond is,
want daar komen misschien brokken van.
5. Ga
niet aan de hond zijn staart trekken of er op staan.
De staart is voor de hond een middel waarmee hij kan zeggen hoe hij
zich voelt. Hij kan vrolijk zijn en ermee kwispelen. Als hij net
iets stouts heeft gedaan en van je vader of moeder op zijn kop heeft
gekregen, klemt hij de staart misschien tussen zijn benen. Dat
betekent: “ik ben bang”. Staat de staart rechtop hoog in de lucht,
dan is de hond meestal boos. Let dus op dat je een hond die met zijn
staart stijf omhoog staat of die tussen zijn benen is geklemd, niet
zomaar gaat aanhalen of vastpakken, want dan kun je wel eens gebeten
worden. De hondenstaart is dus zeker geen speelgoed.
6. Stoor de hond niet tijdens het eten.
Van nature is de hond gewend zijn eten te verdedigen. Dat leert hij
als klein puppy in het nest. Hij leert dan dat als hij maar hard
genoeg gromt en soms zelfs bijt, de andere honden van zijn eten
afblijven. Alleen de baas van zijn familie (zijn moeder of vader)
mogen en kunnen het eten afpakken. Als jij dus niet zijn
allerhoogste baas bent in huis kun je maar beter niet met je handen
in zijn voerbak gaan zitten. Tenslotte vind jij het ook niet leuk
als de hond jouw lekkers onder je neus vandaan gapt.
7. Als je met een hond wilt spelen, let dan vooral op zijn sterke
tanden.
Honden spelen heel graag met jullie. Vooral stokken en ballen
achterna rennen is dolle pret. Let er wel op dat je de hond niet zo
wild maakt dat hij opspringt en per ongeluk in je hand hapt in
plaats van in de stok, want dat doet best wel even zeer. Leer de
hond bijvoorbeeld eerst te gaan zitten voordat je de bal of stok
weer weggooit.
8. Kom nooit tussen vechtende honden en ga er zeker niet aan
trekken.
Honden kunnen leuk met elkaar aan het spelen zijn en opeens wordt
het menens en gaan ze een robbertje vechten. Het kan ook zijn dat de
hond een hekel heeft aan de hond van de hoek of omdat een andere
hond bijvoorbeeld zijn speelgoed of bot heeft afgepakt. Wat dan ook,
wanneer twee honden vechten zien of horen ze even niets meer.
Wanneer jij dan met je handen aan je hond gaat trekken weet de hond
even niet meer dat dat jouw handen zijn. Hij denkt dan dat ie
gebeten wordt en bijt terug. Zo wordt het alleen maar erger. Laat de
honden dus vechten, meestal is het gauw over. Als het echt te erg is
ga je gauw een volwassene roepen. Dus nooit zelf mee bemoeien.
9. Ook al ben je bang van honden, ren nooit hard weg van een hond.
Ten eerste is de hond toch altijd veel sneller, ten tweede heeft de
hond jachtinstinct. Als er iets of iemand snel van hem wegrent zegt
een stemmetje binnen in de hond (zijn instinct) dat hij er achteraan
moet jagen en het beet moet pakken. Erg vervelend als jij dat
toevallig bent. Gelukkig hebben de meeste baasjes van honden hun
hond geleerd dat zij niet achter iemand aan mogen rennen en jagen,
maar neem bij een vreemde hond toch maar het zekere voor het
onzekere en ga niet hard weghollen. Wanneer jij gewoon blijft staan
en geen aandacht aan de hond schenkt, doet hij dat ook niet aan jou.
10. Jij hebt twee handen; de hond heeft alleen maar zijn tanden om
iets vast te houden.
Wanneer een hond (per ongeluk) in je bijt, houd je handen dan stil
of sta stil! Dit klinkt raar, maar doe toch maar. De meeste honden
willen helemaal niet bijten maar alleen vasthouden. Als je nu weg
gaat trekken of lopen, gaat de hond alleen maar harder bijten en
krijg je lelijke plekken. Als je blijft staan laat de hond vanzelf
weer los, want iets wat niet beweegt, is voor de hond niet zo
interessant. Dus : niet bewegen en stil blijven staan.
11. Als je met een hond speelt, let dan op dat er een volwassene in
de buurt is. Zeker met vreemde honden.
Honden zijn ontzettende leuke speelkameraden, maar ze kunnen per
ongeluk in je hand bijten, omdat ze niet weten dat een kinderhand
niet zo sterk is als hun eigen bek vol tanden. Ook kunnen ze je vast
houden, zoals je grote broer of zus misschien wel eens doet om je te
plagen. Het is dan handig als er een volwassene in de buurt is, die
de baas is over de hond en naar wie de hond goed luistert. Een hond
kijkt nu eenmaal meer tegen de grote mensen op dan tegen jou. Hij
ziet jou meer als zijn speelkameraadje en kan met jou dus ook wel
eens ruzie krijgen zoals jij met je vriendjes. Luister altijd goed
naar de volwassene als die zegt dat je iets niet mag doen met de
hond. De hond is immers geen speelgoed.
12. Geen enkele hond is hetzelfde.
Let op, dat wat je met je eigen hond misschien makkelijk kan
uithalen, je met een andere hond niet kunt doen. Ook al zijn ze
bijvoorbeeld van hetzelfde ras en lijken ze precies op elkaar. Ga
een vreemde hond dus nooit zomaar omarmen of op hem hangen. Dat
vinden honden soms erg eng of raar. Tenslotte zou jij het ook best
eng vinden als een vreemd iemand op straat je zomaar zou beetpakken.
Meestal zijn honden hele leuke kameraden, je moet ze alleen kennen
en begrijpen en je moet de zogenaamde “hondentaal” met ze spreken,
want zij kennen geen mensentaal, dus moet jij een beetje hondentaal
leren.
bron :
http://www.namaras.nl
<< index-pagina >>
© van het Labber Kampje Cavaliers |
|