Ogen, Lens Luxatie.

De ooglens bevindt achter de iris en een gedeelte is zichtbaar door de opening van de pupil.  

De lens wordt normaliter op zijn plaats gehouden door de lensbandjes die uit dunne 'draden' bestaan.

Wanneer deze lensbandjes afbreken komt de lens los te liggen in het oog.  

Deze kan dan door de pupilopening in de voorste oogkamer schuiven of naar achteren in het glasachtig lichaam achterblijven. (Wanneer de banden gedeeltelijk afbreken spreekt men van lens-subluxatie)

Schematisch overzicht van Lens Luxatie:

Wanneer de lens tegen het hoornvlies aan komt te liggen, brengt dit schade toe. Afvoerkanalen van vocht in de voorste kamer worden geblokkeerd en de oogdruk neemt dus toe. Met als gevolg het ontstaan van een Glaucoom.

Niet alleen een erfelijke afwijking kan zorgen voor lensluxatie. Ook trauma, infectie en glaucoom kunnen dit teweegbrengen.

Behandeling van LL is afhankelijk van waar de lens gelocaliseerd is (in de voorste kamer of in het glasachtig lichaam), de aanwezigheid van glaucoom en wat de hond nog kan zien met het aangetaste oog. Bij een zeer snelle diagnose kan het wegnemen van de lens uit de voorste oogkamer voldoende zijn. In de meeste andere gevalen is het oog niet meer te redden en kan er misschien beter worden gekozen tot het verwijderen van het gehele oog. Wanneer de lens zich in het glasachtig lichaam bevindt, wordt er eerder gekozen voor het (levenslang) indruppelen van het oog om de pupil klein te houden en de lens er achter te houden. Deze vorm van LL zou niet pijnlijk zijn voor de hond.

Bij de erfelijke afwijking zijn beide ogen aangetast. In sommige gevallen komen de lensen in beide ogen (bijna) tegelijkertijd los te liggen, in de meeste gevallen echter zit er tussen het loslaten van de lens in het ene oog en het loslaten van de lens in het andere oog een periode tussen die weken, maanden en zelfs jaren kan duren.

De signalen voor LL kunnen varieren van weinig tot zeer veel pijn aan het oog, rood worden van het oogwit, wazig worden van het hoornvlies en blindheid. Wacht u niet met het maken van een afspraak bij uw dierenarts! Na een aantal uren kan er al te veel schade zijn aangericht om het oog/zicht te kunnen redden.

Honden met LL dienen niet gebruikt te worden voor de fok. Echter, de aandoening wordt veelal pas zichtbaar op een leeftijd van 4-7 jaar en de meeste fokhonden hebben dan al reeds gezorgt voor nageslacht. Men dient er rekening mee te houden dat dit nageslacht drager/ lijder kan zijn. Jaarlijks testen door een gediplomeerd oogarts dient uitgevoerd te worden om de kans dat er toch met een lijder wordt gefokt te verkleinen.

 

                                                                                          << index-pagina >>

                                                                                     © van het Labber Kampje Cavaliers