Lever, functie & anatomie

De lever bevindt zich tegen de gehele achterzijde van het middenrif. Het is een donkerrood gekleurd orgaan dat bij grote honden tot ongeveer 1 kilo weegt.
Volgens de klassieke anatomie wordt de lever onderverdeeld in een rechter en een linker leverkwab.
Volgens de functionele anatomie wordt de lever onderverdeeld in segmenten op basis van de vaatvoorziening.
Er zijn twee manieren waarop de lever van bloed wordt voorzien.
Door de leverslagader, welke zuurstofrijk bloed naar de lever brengt, en door de poortader, welke de lever van (voedingstoffenrijk) bloed voorziet afkomstig van de darmen.
De lever is de belangrijkste ‘chemische’ fabriek van het lichaam en maakt een groot aantal stoffen die het lichaam nodig heeft.

 
Onder andere maakt de lever gal, wat gebruikt wordt bij de spijsvertering. Deze gal wordt verzameld vanuit de levercellen en komt uiteindelijk via de galgangen in de galblaas.

Elke nier links bevat circa een miljoen afzonderlijke niereenheden, de nefronen rechts. Een nefron regelt de concentratie van kalium, kalk, waterstof en andere belangrijke stoffen in het lichaam en verwijdert stoffen die niet door het lichaam zelf worden aangemaakt, zoals gifstoffen en voedseltoevoegingen. Een nefrom bestaat uit een glomerulus en het kapsel van Bowman, dat het begin vormt van het nierbuisje. In de glomerulus ontstaat voorurine, die uit het bloed afkomstige stoffen bevat. In het nierbuisje wordt de voorurine geconcentreerd en worden waardevolle stoffen zoals glucose weer in het bloed opgenomen.

De reabsorptie van water en natrium vindt plaats onder invloed van twee hormonen, respectievelijk ADH en aldosteron. Het filtraat (urine) verlaat de nefron via de tubulus en een verzamelbuis.

 

 

                                                                                          << index-pagina >>

                                                                                     © van het Labber Kampje Cavaliers