A.__________________________________________________________________
aalstreep donkere gekleurde
haarstreep van schoft tot staartaanzet (Mopshond)
aardhond hond die het wild of
ongedierte onder de grond opspoort en aanvalt of
naar buiten drijft
(Terriërs, Dashonden).
blatio retinae
het loslaten van het netvlies van het oog, waardoor de zintuigcellen
van het
netvlies niet meer kunnen
functioneren en het losgelaten deel van het netvlies
“blind” is.
abrikoos een roomgele tot
oranjegele kleur
acanthosis
nigricans olifantshuis, huidafwijking waarbij een kale
huid ontstaat
achterhoofdsknobbel vaak onjuiste benaming voor de
jachtknobbel, de kam op het achterhoofds-
been;
Correct: de
uitsteeksels links en rechts van het achterhoofdsgat, die het
gewricht vormen met de atlas
(zie ook skelet)
adrenaline hormoon dat wordt aangemaakt
in de bijnier; komt vrij bij opwinding en ver-
hoogt de bloeddruk.
afgezette
borst te kort borstbeen met te sterke kromming
(bij Teckels en Bassets).
afstaande
vacht kenmerkend voor bepaalde spitshonden; de
vacht staat van het lichaam af en
heeft gewoonlijk stevig
onderhaar.
aftekening bruine, grijze, zwarte of
andersgekleurde vlekken of platen aan het hoofd
en op het lichaam.
A.K.C. American Kennel Club;
Amerikaanse overkoepelende kynologische organisatie;
wordt ook voor de door hen
uitgegeven stamboom gebruikt.
A.K.K. Algemene Kynologische
Kennis; in 1947 werd het examen AKK ingesteld en werd
afgenomen tot 1994; zie ook: KK 1 en KK 2
alleel
gen met zijn tegenhanger
allergie overgevoeligheid voor
een of meer stoffen. Een hond wordt niet geboren met
een allergie
maar ontwikkelt deze; 75% van de patiënten ontwikkelt een
allergie tussen
de 1- en 3-jarige leeftijd. Er zijn rassen waarbij allergieën vaker
voorkomen:
West
Highland White Terriër, Boxer, Engelse en Franse Bulldog,
Newfoundlander, Mopshond, Labrador- en Goldenretriever, Shar Pei, Poedel,
Teckel en
Yorkshire Terriër.
Aangezien een allergie zich moet ontwikkelen, zullen
klachten zelden
eerder te zien zijn voor 6 maanden leeftijd (3 maanden in geval
van voedselallergie).Behalve
deze allergische reactie zijn atopische gevoeliger
voor bacteriële-
en
gistinfecties van de huid. Afhankelijk van de betrokken
allergenen,
kan atopie
seizoensgebonden zijn (pollen) of niet (huisstof).
Voorbeelden van
veel voorkomende
allergenen zijn:
huisstofmijt, voedselmijt, meelmijt, pollen en
huidschilfers, zie: mijt.
Bij veel
dieren met langdurige huidproblemen moet de oorzaak gezocht worden
in een
allergie; wanneer de resultaten van het onderzoek in deze richting
wijzen
én
verschillende andere huidziekten zijn uitgesloten, zal het onderzoek
zich
verder hierop
richten. In principe zijn er bij honden drie belangrijke allergische
huidaandoeningen: vlooienallergie, voedselallergie en atopie.
alpha is de Nederlandse
Vereniging van Gedragstherapeuten voor Honden.
alpha
dier het in rang hoogste dier in een
roedel.
A.L.S.H. Annexe au Livre des
origines Saint-Hubert; zie ook L.O.S.H
In België kan
iedere hond, ook als hij geen stamboom heeft, deelnemen aan
tentoonstellingen.
Verkrijgt een hond op een show een kwalificatie U of ZG, dan
kan hij ingeschreven
worden in het A.L.S.H.. Vanuit dit bijvoegsel van het
stamboek kunnen honden van
enkele generaties later worden opgenomen in
het L.O.S.H. Nederland kent deze
manier van stamboomregistratie niet (meer).
ampulla
verbreding van de zaadleider.
amyloïdose (amyloïdosis)
ophoping van en eiwitsubstantie in vooral lever, milt en nieren;
gezond
orgaanweefsel wordt
hiedroor beschadigd. Bij de Shar-Pei zien
we een
erfelijke vorm: F.S.F.
anaalklieren
rondom de anale opening bevinden zich 3 soorten klieren met elk een
eigen
functie: de anaalklieren, de
circumanaalklieren en de anaalzakkliertjes.
De anaalklieren
liggen aan het eind van de endeldarm en produceren slijm,
zodat de ontlasting
gemakkelijk naar buiten kan glijden.
Zie ook: Wetenswaardigheden.
anaalzakklieren
veroorzaken o.a. jeuk en scheiden stinkende afweerstof uit
anabolisme
opbouw, bv. van diverse
soorten eiwitten, zoals spiervezels; zie: stofwisseling
androsteron
mannelijk geslachtshormoon; verantwoordelijk (evenals testosteron)
voor het
ontstaan van de
secundaire mannelijke geslachtsmerken, d.w.z. kenmerken die
een dier een
mannelijk voorkomen geven.
aneurine vitamine B1 (of thiamine).
Gebrek
eraan levert storingen in het zenuwstelsel
op.
aneurysma zwelling als gevolg van een
breuk of verwijding van een slagader of de wand
van het hart.
angst van angst is sprake bij
een indirecte bedreiging (b.v. de geur van een voor-
werp, maar niet de
aanwezigheid ervan). Is er sprake van een directe,
concrete
bedreiging, dan spreken we van
vrees. Angst kan worden
geuit door
vluchtgedrag, maar ook door het aannemen van een lage houding, waarbij
de
staart tussen de benen wordt gedragen, de oren naar achteren liggen, de
mondhoeken naar achteren worden getrokken en de romp naar beneden
wordt
gehouden. Angst kan veroorzaakt worden door tal van factoren,
zoals slechte
socialisatie in de socialisatieperiode, overname van het gedrag
van
de angstige moeder of
eigenaar, een traumatische ervaring of vele
slechte ervaringen.
Ook erfelijkheid kan
bij angst een rol spelen.
ankylose
gewrichtsverstijving
ankylostomiasis
mijnwormziekte, ziekte die wordt veroorzaakt door de larve van de
haakworm
anorchisme
het afwezig zijn van teelballen
anoxentie
zuurstofgebrek van het bloed
anoxie
zuurstofgebrek van de weefsels
anthelminticum
ontwormingsmiddel
anthracosis
stoflong
anticoagulans(ant)
antistollingsmiddelen
antigeen
(antigen) stof die het afweersysteem activeert
antilichaam beschermingsstof,
afweerstof, antistof die in het lichaam wordt aangemaakt na
inenting of bij
infectie
anus uitmonding van de
endeldarm
aorta grote lichaamsslagader
apex
groeitop, b.v. van long- tand- of kieswortel
aplasie
geen- of beperkte groei van organen of lichaamsdelen
appèl gehoorzaamheid van de
hond, noodzakelijk voor elke opvoeding, africhting
en opleiding
appelhoofd bol voorhoofd, meestal met
uitpuilende ogen (dwergrassen)
apporteren het aanbrengen van een
weggelegd of weggeworpen voorwerp, bij de jacht het
brengen van wild
arachnoidea spinnenwebvlies; middelste van
de 3 hersenvliezen
arterie slagader
arteriosclerose slagaderverkalking
articulatio gewricht
artrose gewrichtsveranderingen met
als kenmerk ziekelijke veranderingen van
kraakbeen en bot in en rond de
gewrichten (zonder ontsteking).
Botwoekering is het gevolg. Pijn en kreupelheid zijn de
symptomen.
Achterliggende
oorzaken zijn o.a. een slechte gewrichtsaansluiting (o.a. bij
heupdysplasie), losse
botdelen (o.a. bij OCD, elleboogdysplasie en trauma, zoals
bij botbreuk in het
gewricht, abnormale belasting en luxatie), of ontstekingen.
Artrose wordt
gekenmerkt door een warm overvuld en pijnlijk gewricht.
Aanvankelijk wordt alleen
startpijn waargenomen, waar het dier ‘doorheen loopt’.
as is afkorting van
antistoffen
ascaris
spoelworm
ascites
vochtophoping in de buik
ascorbinezuur vitamine C: belangrijk voor de
vorming van bindweefsel en kraakbeen
assimilatie opbouw van chemische
stoffen in (levende) organismen, i.t.t. dissimilatie
coördinatiestoornis
van de beweging van willekeurige spieren;
verminderde
spiercontrole
atopie
is een allergie voor stoffen in de omgeving. Van atopie is sprake
als honden
spontaan bepaalde antilichamen
aanmaken tegen stoffen, die normaal in
hun omgeving aanwezig zijn. De
afweerreactie die dan volgt kan problemen
opleveren in verschillende delen
van het lichaam (longen, huid en neus).
Zo kunnen pollen, huisstofmijten,
sterke reinigingsmiddelen, bepaalde
voedingsmiddelen en de stof van b.v. het dekentje
in de mand, de huid
irriteren en huiduitslag veroorzaken. Waarschijnlijk speelt
bij het ontstaan
van een atopie de erfelijke aanleg een belangrijke rol.
Bepaalde rassen
krijgen dan ook vaker atopie dan andere, b.v. de Duits Herder, Boxer,
Cairn Terriër, West Highland White Terriër, Golden
Retriever en Labrador
Retriever. Wanneer uw hond
huidklachten vertoont, die passen bij atopie,
én als andere
huidziekten, inclusief andere allergieën zijn uitgesloten, is het
mogelijk uit te
zoeken waarvoor uw hond
allergisch is. Dit gebeurt door middel
van een combinatie van een uitgebreide huidtest
(24 allergenen) en bloed-
onderzoek. Honden met atopie
moeten meestal levenslang en met
verschillende medicijnen behandeld worden. Dit
komt doordat een allergie
niet te genezen is; het is wel mogelijk om te
proberen de allergie zoveel
mogelijk onder controle te brengen,
zodat de hond er minder
last van heeft.
atresie
afsluiting van een lichaamsopening door vergroeiing; ontbreken van
een
lichaamsopening door
een groeistoornis bij het embryo, b.v. van de anus
atrioventriculair spierstrook tussen de boezems
en kamers van het hart
atrium boezem of voorkamer van
het hart
atrofie slinken van weefsels
auris externa
uitwendig oor
auris
interna inwendig oor
auris
media middenoor
auto-immuniteit vorming van antistoffen,
gericht tegen de eigen lichaamsweefsels
auto-immuunziekte ziekte waarbij het normale
afweersysteem van de hond in de war is en zich
gedeeltelijk tegen
het eigen lichaam keert
autonoom
zenumstelsel onwillekeurige of vegetatieve zenuwstelsel;
werkt geheel buiten de wil om,
regelt vooral de
werking van de verschillende borst- en buikorganenautosoom
elke chromosoom dat niet direct te maken heeft met de bepaling van
de sekse
avidine
is een stof die de werking van vitaminen tegengaan en schakelt de
werking van
vitamine B uit
avitaminose gebrek aan vitaminen
B.__________________________________________________________________
baard lang haar aan de
onderkaak
backen (Dts.)
zie bakken
bacterieën
1 cellige plantjes
bakken bolle wangen (sterke
wangspieren); fout bij Boxers
bananenstaart gecoupeerde staart die met een
boog omhoog en naar voren buigt
(fout bij diverse
Terriers)
basaal
metabolisme is grondstofwisseling
bastaard hond van onzuiver ras
bat-oor
zie tulp- en vleermuisoor, breed, staand, van boven rond, oor
behang lang afhangend oor (b.v.
de Cocker Spaniel) uitdrukking uit jagerskringen
beladen
schouders schouders die, in front gezien, te zwaar
aandoen; meestal een gevolg van
niet genoeg afgeplatte
ribben, soms in combinatie met te zware bespiering
(te constateren
doordat de schouderbladtoppen te ver van elkaar af liggen)
belijning het silhouet van een
hond. Bij de beoordeling worden vaak hals-schoft-
ruglijn en de borst-buiklijn
bekeken
belton (Eng.)
wit met hele kleine gekleurde vlekjes (Engelse Setter);
blue belton:
wit met zwarte vlekjes;
orange belton:
wit met oranje vlekjes;
lemon belton:
wit met gele vlekjes;
bench
(Eng) ruimte waarin de hond zich bevindt
op een tentoonstelling
(letterlijk Engels:
bank waarop de hond ligt)
beslaat veel
grond korte rug, korte lendenen, goede schuine
schouder, schuin darmbeen, dus van
boven kort, van
onderen lang
bevedering lange haren aan benen,
staart en oren (Setter)
bever (Eng.) speciale wildkleur bij Dwergkees
black en tan (Eng.)
geheel zwart gekleurd met roestbruine aftekening boven de ogen, aan
de snuit,
borst, benen en
onder de staart (Dobermann, Rottweiler)
blauw verdund zwart
bles brede witte streep van
de achterhoofdsknobbel tot de neus. Ogen liggen in
gekleurde platen
evenals de oren
blitzen (Dts.)
zichtbaar zijn van de tanden bij gesloten mond
bloedlijn afstamming
blue belton (Eng.)
zie belton
blue merle (Eng.) letterlijk blue-marbled (= blauw gemarmerd); de ondergrond is grijs
(zwart en witte haren in gemengde
samenstelling) en deze ondergrond is bezaaid
met zwarte platen en vlekken. Dit
kleurpatroon komt b.v. bij de Collie, Sheltie en
de Welsh Corgi voor.
blue roan (Eng.) schimmelkleur bij Cockers (zwart met witte of grijze haren)
bodem
eng in polsen (voorknie) naar binnen
gedraaid
boeg voorste punt van het
boeggewricht
boeggewricht het gewricht dat de verbinding
vormt tussen schouderblad en opperarmbeen
bolvormig
oog tussen de oogleden vooruitspringend oog
bone (Eng.) botten van de benen
bovenhaar glad-, kort-, krul-, lang-,
ruig-, ruw-, stekel- of stokhaar
bovenvoorbijter de bovenste snijtanden staan voor en geheel vrij van die van de
onderkaak;
dit is altijd fout;
in erge mate: varkensgebit (te korte onderkaak)
bracco (It.)
staande hond
brakkeren luid halt geven, wanneer de
hond vast op het spoor ligt
brand bruinrode aftekening aan
benen, borst en wangen; zie ook tan
braque (Fr.)
staande hond
brindle (Eng.)
gestroomd
broek dichte, zware beharing
aan de achterkant van de dijen (Duitse Herder)
bruto
energie is energie wat voedsel levert en
wat de hond eruit haalt
butterfly nose
(Eng.) gevlekte neus (roze vlekken in zwart); fout
bijtrem hond bijt niet door in
een bepaalde situatie
C.__________________________________________________________________
C.A.C.: Certificat d’Aptotude au
Championat, dit is een nationale
kampioenschapsprijs
C.A.C.I.B. : Certificat d’Aptitude au
Championat International de Beauté, dit is 'n
internationale kampioenschapsprijs
C.A.C.I.T. : Certificat d’Aptitude au
Championat International de Travail, dit is 'n
internationale
Werkkampioenschapsprijs
Caopectate
een homeopatisch middel, zorgt voor herstel van de darmvlokken;
Dit middel alleen
toedienen als de hond echt ziek is, dus niet bij
1 dag diaree
!
caroteen het is een voor of
provitamine A en wordt door dieren in de lever
omgezet in vitamine A.
cardia
is de afsluiting van de slokdarm en de toegang tot de maag
celmembraam
enkel dun vlies, omgeeft de cel
centrusomen
zijn onderdeeltjes (orgaantjes) van een cel en delen chromosomen,
de
zgn. celdeling en centrusomen of
centrusoma trekken de
chromosomen uit elkaar.
chabot (Fr.)
lang haar aan hals en borst.
charbonné (Fr.)
zwarte haarpunten aan beige, bruine of geel-rode vacht
(Briard, Mechelaar,
Tervuerense Herder).
chien courant (Fr.)
lopende hond, brak of drijfhond.
chromatiden
gehalveerde chromosomen, dus de nieuwe chromosomen voor de
nieuwe
cel
chromosomen dragers van de erfelijke
eigenschappen. Bevinden zich in het kernplasma
van een kern.
Chromosomen hebben een evenbeeld en liggen
gerangschikt in kettingen.
circumanaalklieren scheiden stof af die de
schaamlippen soepel houden en scheiden
geurstof uit
cobby (Eng.)
massief, gedrongen, kort in rug, vierkant, stevig en gespierd
(Bouvier)
colostrum/biest moedermelk, geeft de
antistoffen door en zorgen dat de darmen zich
goed leegmaken.
croupe
(kruis) achterste deel van de rug tussen
lendenen en staartwortel
crossing
over is een uitwisseling van een
chromosomenpaar
CRT
Capillair Refill Time
CRT is de aanduiding
om de zien hoeveel tijd het slijmvlies nodig heeft
om zich te vullen met
bloed, slijmvlies behoort zich binnen 1 seconde
te herstellen
culotte (Fr.)
broek
cytoplasma inhoud van een cel, het
bevat de bouwstoffen
D._____________________________________________________________________________________
dek kleur die de rug bedekt
dekhaar bovenhaar van de hond
degeneratie lichamelijke en karakter
erfelijke verslechteringen van een ras door
gevolg van inteelt of
kruisingen
diaree is de aantasting van de
darmvlokken, de darmvlokken zijn kapot
diffrentatie
het niet doorgeven van informatie na de celdeling
dip (Eng.)
inzinking, net achter de schoft
dipliod
2 n chromosomen
dish-faced (Eng.)
enigszins holle of wipneus bij b.v. de Pointer; tegenovergestelde
van down-faced
dominant letterlijk: overheersend;
onderdrukt het homologe gen
domisticatie
overgang van wilde dieren tot huisdieren
down-faced (Eng.)
weinig of geen stop (b.v. Bull Terrier); tegenovergestelde
van
dish-faced
down
liggen bij de africhting op een bepaalde
plek gaan liggen en daar blijven
liggen. De hond mag de plaats
slechts verlaten op uitdrukkelijk
bevel.
draadhaar zeer harde, ruige vacht (Terriers)
driekleurig wit, zwart en bruin (b.v.
Sennenhonden); in het Engels: tri-colour
drift meute = groep lopende
honden
droog meer algemeen: normaal
bespierd, zonder vet of losse huis
dudley nose
(Eng.) vleeskleurige neus
E.__________________________________________________________________
ectoparasieten uitwendig: = insecten :
vlooien, luizen, vliegen
uitwendig: =
spinachtigen : mijten en teken
ectropion
naar buiten gekruld ooglid
een
baring samenvatting voor het gehele
geboorteproces (parus)
eensporigheid zie snoeren, sporen (= bij het
gaan vormen de afdrukken van de
voeten één spoor)
effen éénkleurig
embryo is versmelte/bevruchte
eicel (zygote) na de dekking
emurgie
is het bepalen van de hoeveelheid voedsel voor een hond
en chaleur (Fr.)
loops
endoparasieten inwendig : = wormen in het
lichaam
entropion
naar binnen gekruld ooglid (deze afwijking wordt als erfelijk
beschouwd).
epistasie
dominant gedrag van een gen over een gen van een ander
genenpaar
evileren
is het uitdunnen van de vacht/haren
expressie gezichtsuitdrukking, veeal
een combinatie van ogen, oren,
beharing etc.
F.__________________________________________________________________
faking (Eng.)
Engelse term voor veranderingen aanbrengen, zodat de
keurmeester,
resp. koper, wordt bedrogen; b.v.
vacht kleuren,
het operatief verhelpen van ongewenste lichaamsbouw, e.d.
fauve (Fr.)
wildkleurig (grau romig-geel)
fawn (Eng.)
reekleurig
fenotype = genottype + milieu
uiterlijke verschijningsvorm
fenotype = het zichtbaar worden van
een erfelijke aanleg, de zgn. uiterlijke
uitingsvorm een bepaalde
aanleg kan zichtbaar worden door de
omgeving waarin de hond leeft, dit is het
milieu.
field trial (Eng.)
veldwedstrijden (jachthonden)
flankeren zigzag afzoeken van een
terrein door een jachthond :
(revieren gebeurt door een politie- of
speurhond)
foetus fase na embryo als de
organen zicht worden
follikels laagje cellen om de
eicel
fond hoofdkleur
franje de lange haren aan de
oren, zoals b.v. bij de Cockers
Frans
staan de voorvoeten draaien bij het
polsgewricht naar buiten;
de ellebogen worden als
steun tegen het
lichaam gedrukt
frons rimpel in het voorhoofd
(St. Hubertushond, Chow-Chow,
Basenji, Cocker Spaniel)
front vooraanzicht van de
hond (voorborst + voorbenen)
frown (Eng.)
lichtere frons (Cockers)
F.S.H.
Follikel Stimulerend Hormoon
G.__________________________________________________________________
gameten gameten zijn
geslachtshormonen met n chromosoom en staan
onder invloed van hormoonklieren
ganging up
groepsvorming
gangwerk wijze van voortbewegen
(stap, draf, galop)
garnituur lang haar aan snor, baard
en wenkbrauwen (Schnauzer)
gebonden
gangen onvoldoende uitgrijpen (een te korte gang),
waarbij de benen te
veel onder het lichaam blijven)
gebruikshond hond die behoort tot een ras,
waarvan de oorspronkelijke
bestemming het verrichten van een
bepaalde arbeid was :
(o.m. herders, veedrijvers, jachthonden)
gecoupeerd
oor gesneden oor, waardoor het kunstmatig staat
gecoupeerde
staart kunstmatig ingekorte staart
gehoekt de hoek die de
verschillende beenderen van voor- en achterhand
met elkaar maken
gen drager van erfelijke
eigenschap; bevat alle erfelijke gegevens;
ieder gen heeft
'n
bepaalde taak, b.v. haarlengte, haarkleur, etc.
genetica leer van de erfelijkheid
genotype totaalpakket aan informatie
van een cel (2n)
gesticheld zwarte haren in een rode
vacht (Teckel)
gestrekt schofthoogte is minder dan
de romplengte (Duitse Herder)
gestroomd effen strepen op een andere
kleur ondergrond (Hollandse Herder, Boxer)
getijgerd onregelmatig gevlekt (b.v.
Teckel); vergelijk met blue merle
geverder
wild patrijzen, fazanten
gevlekt kleine vlekken op witte
ondergrond
gewinkeld letterlijk gehoekt,
germanisme, te sterk gehoekt (met name achter)
gisten en
schimmels bij de hond vooral de huidschimmels
glasoog blauw oog met lichte iris
(blue merle honden, Duitse Dog, Bobtail, Huskie
Dalmatische Hond);
ook: porceleinoog
gonaden geslachtsorganen of
geslachtsklieren vorming, zorgen voor de vorming
van voortplantingscellen
(primaire geslachtskenmerk) en zorgen voor
aanmaak van geslachtshormonen,
de secundaire geslachtsmerken
grauwe
staar vertroebeling van de ooglenzen
grizzle (Eng.)
grauw dek in plaats van zwart
groene
staar ook Glaucoom genoemd; verhoging van
de oogdruk
H.__________________________________________________________________
haakstaart staart waarvan het laatste
deel zijwaarts afbuigt
haak
slaan jagersterm: het maken in volle
rengalop van een hoek van 90 C
door een achtervolgde haas
haarwild hazen, konijnen, vossen
habituatie
selectieve geheugen (selecteren, filteren van informatie voor
het
geheugen)
hackney (Eng.)
zie steppen
hals
geven bepaald soort blaffen wanneer de
hond het spoor gevonden heeft
hangend
oor slap, lang (alle Laufhunde), gedraaid
(Basset) en laag aangezet oor of
een wat
kleiner vlak en
hoger aangezet oor (Teckel, Rottweiler)
haploid
geslachtscel
harlekein
grillig vlekkenpatroon in de vacht, dat doet denken aan het blue
merle
patroon bij Collies (Duitse Dog,
Pinchers); bij de Teckel spreken we van
getijgerd
patroon
haw (Eng.)
onderste ooglid uitgezakt, waardoor het rode bindvlies zichtbaar is
zoals bij bv. de
Bloedhond
hazen-rein
zich, tijdens het volgen van een spoor, daar niet vanaf laten
brengen
door toevallig passerend wild
hazevoet
ovale, zogenaamde “lange” voet (de twee middelste tenen zijn langer
dan de buitenste) bij b.v.
de Greyhound
helix een dubbele
gespiraliseerde keten van suikers (S) en fosfor (P)
met dwarsverbindingen
heupdysplasie misvorming van het
heupgewricht
herdershond iedere hond die behulpzaam is
bij het hoeden van schapen en vee
heterogametisch
de reu is heterozygoot voor het geslacht, n.l. XY
heterosis
bastaardkracht door kruising van twee rassen
heterozygoot
fokonzuiver, d.w.z. op beide, homologe chromosomen liggen
verschillende
genen voor een bepaalde
eigenschap
hoeking
zie gehoekt
homogametisch
de teef is homozygoot voor het geslacht, nl. XX
homologe
chromosomen het overeenkomstige chromosoom
homozygoot
fokzuiver, d.w.z. op beide, homologe chromosomen ligt hetzelfde gen
voor
één bepaalde eigenschap
hoog
aangezet de staartwortel is hoog op het kruis
ingeplant; ook de aanzet van de oren
hoogbenig verouderde term: honden
waarvan de hoogte gelijk of nagenoeg gelijk is
aan de romplengte (=
normaalbenig)
hoogte van de
hond wordt gemeten van bodem tot schoft
hound-marked (Eng.)
driekleur als bij de Fox-hounds
hound
staan lichte draaiing van de voorvoeten
naar binnen
Hubertusklauw
vijfde (soms ook zesde) teen aan de achterbenen; bij Franse Herders
als
dubbele Hubertusklauwen
voorgeschreven; ook wel wolfsklauw genoemd
humoraal wil zeggen dat er
antistoffen in het bloed aanwezig zijn
hypofyse hersenaanhangsel of
hormoonschakelaar, dat zorgt voor het in stand
houden van
de testikels en
zorgen voor de vorming van het hormoon
testosteron en spermatozoïden
hypostasie
recessief gedrag van 'n gen ten aanzien v/e gen van 'n ander
exemplaar
I.___________________________________________________________________
Iers
patroon witte bles, borst, halsring,
voeten, staartpunt; in 't Engels: Irish spotting
ig
is afkorting van antistoffen
in-breeding (Eng.)
inteelt (zie hoofdstuk: genetica)
in heat (Eng.)
loops
inteelt paring van verwanten
zoals broer en zus, vader met dochter en moeder
met zoon
intentiebeweging een hond wil iets doen, maar
maakt het niet
intermediair letterlijk: tussenliggend;
door kruising van twee individuen ontstaat er
een fenotypisch, totaal
nieuwe eigenschap
interstitiële
cellen van Levdig cellen die zorgen voor de aanmaak van de
secundaire geslachtskenmerken.
sec.
geslachtskenmerken betreft de hormonen testosteron en androsteron
isabel
verdund bruin (gelig-wit) onder invloed van d-factor; niet erkend
bij
de Dobermann
Irish spotting
(Eng.) zie: Iers patroon
J.___________________________________________________________________
jabot kraag van lang haar aan
hals en nek (Australische Terrier, Schipperke)
K.__________________________________________________________________
kameelrug verkeerde karperrug, welving
te veel naar voren, dus te dicht bij de schoft
karakter eigenschappen die de
individuen van een ras gemeen hebben.
Het zijn temperament leergierigheid,
moed, uithoudingsvermogen, bijzondere
aanhankelijkheid, enz….
karperrug sterk gewelfde lendenen,
ruglijn loopt niet recht maar bol (Bedlington Terrier,
Engelse- en Franse
Bulldog); het tegengestelde is zadelrug
kattevoet
korte, ronde voet (Terriers)
keelhuid losse, ruimhangende huid
onder de keel; tegenstelling: droge hals
kern belangrijkste deel van
de cel, bevat kernplasma met daarin de chromosomen.
Kern is de
regelkamer van de cel en bepaalt alles
kernmembraam
dubbel, dun vlies om de kern van een cel, speelt een belangrijke rol
keurmeester bevoegd persoon om een ras te
beoordelen
kipppeborst
zie afgezette borst
klieren zijn weefsels e/o
organen die hormonen afscheiden
kliertjes van
Bartholin produceren slijm om de dekking te
vergemakkelijken
kloon ontstaan door
ongeslachtelijke voortplanting en is een exacte kopie van de
ouder (b.v. stekken,
enten)
knicken (Dts.)
door de polsen zakken naar voren toe
knikstaart staart met een voelbare
scherpe knik, vaak dicht bij de punt (Eng, kinkytail);
erfelijke fout
knopoor hoog aangezet oor, half
staand, half naar voren hangend, waardoor de
gehooropening bedekt
wordt (Fox-Terrier)
koehakkig
de hakken (spronggewrichten) staan te dicht bij elkaar, met de
voeten naar
buiten; is altijd
fout!
koordhaar haar vervilt tot koorden
koppel twee honden van één ras,
onverschillig welk geslacht
kortbenig zie laagbenig
korte
jacht jacht met behulp van de reuk en
het geweer (b.v. zweetspoor)
korthaar ook wel gladhaar genoemd.
Zeer kort glad aanliggend dekhaar, zonder of met
weinig wol
kraag lang haar aan hals en
nek
kroeshaar het haar is gedraaid, zodat
bij langere haren vervilting ontstaat,
zoals de Poedel
kruis zie croupe
kruisen de benen voor elkaar
plaatsen; ook: tonen; trappen, breien
kruisgang(er) de diagonale benen tegelijk
bewegen in draf: linksvoor + rechtsachter,
rechtsvoor +
linksachter; tegengestelde van telganger
kruisgebit 1e helft van
het gebit is correct scharend, andere helft is ondervoorbijt
kruising paring van honden van
hetzelfde ras, die niet met elkaar verwant zijn
krulhaar vaak ontbreekt de gran
(het harde bovenhaar); b.v. bij Poedels
krulstaart opgerolde staart
(Keeshond, Chow-Chow en Mopshond)
kryptomerie
het verschijnsel dat een eigenschap niet tot uiting kan komen door
de
afwezigheid van een ander gen
kryptorchisme
het ontbreken van beide testikels in de balzak
kuif rechtopstaande flinke
bos haar op het hoofd (Dandie Dinmont Terrier,
Chinese Kuifhond);
zie ook top-knot
kurketrekkeroor
gedraaid, hangend oor (b.v. Bloedhond)
kussens eeltballen onder de voet
kwalificatie beoordeling van de honden
op een tentoonstelling:
U = uitmuntend, ZG = zeer goed, M = matig.
Deze worden
toegekend op basis van de standaard eisen
kwalitatieve
eigenschappen 'n bepaalde eigenschap is wel of niet aanwezig (b.v.
vachtkleur), meestal
bepaald door één of twee
genenparen
kwantitatieve
eigenschap een eigenschap met twee uiterste grenzen en een
tussengebied (b.v. HD),
die te meten is en bepaald
wordt door meerdere genenparen;
wordt gemakkelijk beïnvloed door het
milieu
kynologie kennis van de hond
L.__________________________________________________________________
laagbenig verouderde term: honden
waarvan de hoogte veel minder is dan de
romplengte = kortbenig (Welsh
Corgi)
lange
hond hond voor de lange jacht
lange
jacht jacht met behulp van het gezicht;
b.v. bij Windhonden
lang
haar zacht, lang dekhaar met een
goede ondervacht, zonder onderwol of
dun en zijdig
lay-back (Eng.)
neus die naar achteren ligt (Bulldog, Pekingees)
lefzen de afhangende lippen van
de bovenkaak. Ze worden flink genoemd
wanneer ze, zoals bij de Boxer,
diep afhangen en droog, wanneer zij,
zoals bij de Bull Terriër vast aanliggen
leggy (Eng.)
te lange benen, te hoog in verhouding tot het lichaam
lemon belton (Eng.)
bleek-gele vlekjes op wit (b.v. Pointer); zie belton
lengte van de
hond wordt gemeten van boeg tot zitbeensknobbels
letaale
mutatie is een verandering, dusdanig, dat het
individu niet meer levensvatbaar is:
letaal is dodend.
letaalfactor een erfelijkheidsfactor die
tot zware misvormingen kan leiden
letaal
gen geeft geen levensvatbaarheid voor
de geboorte (b.v. gele kleur bij muizen)
L.H.
hormoon Luteïne Hormoon
lichtoog geel oog
lièvre (Fr.)
haaskleurig (bruin-zwart gemeleerd)
line-breeding (Eng.)
lijnteelt (terugfokken op de voorouders)
locus
is de vaste plaats van een gen in een chromosoom
lopende
hond drijvende hond, brak
L.O.S.H.
Livre d’Origine de St. Hubert (Belgisch hondenstamboek)
los in de
schouders of de banden van de schoudergordel zijn te
zwak en daarom draaien
de ellebogen
los in de
voorhand bij het lopen naar buiten (of voorbenen
kruisen of slingeren)
M.__________________________________________________________________
mantel kleur die de rug en ca.
de helft van de benen bedekt
markeren kijken waar het
aangeschoten wild neerkomt, waarna het
geapporteerd wordt
masker donkere aftekening om de
ogen en snuit (Boxer, Sloughi)
meisose of
reductiedeling deling, met als doel het aantal chromosomen te
halveren na de
bevruchting = verdeling ( 2n
wordt: n-n-n-n )
metabolisme stofwisseling
meute = pack; groep
drijfhonden (lopende honden)
middenhand het gedeelte tussen schoft en
kruis
milieu alles wat van buitenaf
invloed kan hebben op het individu
mitose is verdeling overlangs
van chromosomen in 2 gelijke delen ( 2n )
modificatie onderlinge, niet-erfelijke
verschillen door invloeden van buitenaf
(b.v. couperen)
modificerende
genen genen die kleine veranderingen in kenmerken
aanbrengen,
b.v.
wit-modifiers; anders gezegd: genen die zelf geen kenmerken
veroorzaken, maar
die kenmerken wel beïnvloeden in hun
uitingsvorm
monogeen
eigenschappen die door één gen worden overgedragen
monorchisme
het aangeboren ontbreken van één der testikels, oftewel éénzijdig
kryptorchisme
multipele
allele de reeks van genen, die
aanspraak kunnen maken op dezelfde locus
mutatie sprongsgewijze
verandering in een erfelijke eigenschap
mond het zacht aanpakken van
levend of dood wild, zonder dit te drukken of te
beschadigen
mutatie de sprongsgewijs
blijvende veranderingen in de structuur van het DNA
molecuul ofwel een
verandering van de genetische structuur.
muzzle (Eng.)
voorsnuit
mytragondieën celorgaantjes die brandstof uit energie halen en verdwijnen bij de
bevruchting, bevatten ook al het
erfelijk materiaal van de moeder na
de bevruchting
N.__________________________________________________________________
nauw gaan of
staan voeten (en hakken) te dicht bij elkaar plaatsen
neusspiegel onbehaarde voorzijde van de
neus; bij de Duitse Brak is een lichte streep
over de neus verplicht
nez
pointu (Fr.) puntige neus
noodweeragressie agressie, die altijd wordt gevold
door een aanval, reden is angst
normaal
benig zie : hoogbenig
N.H.S.B.
Nederlands Honden Stamboek
O.__________________________________________________________________
oestrogeen vrouwelijk geslachtshormoon,
brengt de secundaire geslachtsmerken
te weeg (karakter,
uiterlijk, gedrag) en zorgt voor het dikker worden
van de
baarmoederwand
oestrogeen hormoon, zorgt voor
ontsluiting door ontspanning van het geboortekanaal
en de cervix
ondergeschoven in stand de achterbenen te ver
naar voren onder het lichaam plaatsen
onderhaar,
onderwol korte, wollige, dichte en vaak vettige
beharing onder het bovenhaar
onderbijter de ondersnijtanden staan
vóór die in de bovenkaak; meestal een zware fout,
maar b.v. verplicht
bij een aantal dogachtigen
onderhouds
metabolisme hoeveelheid energie wat een hond nodig heeft om
normaal te kunnen
functioneren
ondervacht de hond heeft over het
algemeen een dubbele vacht. Het onderhaar is
meestal wollig, dicht
ingeplant, vettig en zacht
ondervoorbijter
de tanden van de onderkaak steken voor die van de bovenkaak uit
ongedierte ratten, muizen, bunzings,
etc.
onvolkomen
dominantie (resp. resessiviteit) de heterozygoten zijn
altijd te herkennen, daar beide
eigenschappen min of
meer tot uiting (kunnen) komen
oorbel lange haren aan de oren
met zwarte punten (b.v. Kooikerhondje)
open
oog zie: haw
open
voet niet goed aangesloten tenen
opgetrokken
buik te snel oplopen van de onderbelijning
orange belton (Eng.)
oranje vlekjes op wit (Pointer); zie:belton
otterstaart wigvormige staart, dicht en
zeer vast behaard, maar aan de zijkanten sterker
behaard; maakt
platte indruk
out-cross
kruising van twee dieren zonder enige verwantschap (ook:
out-breeding)
ovaria of
eierstokken produceren eicellen en bestaan uit een groot
aantal blaasjes, de follikels.
In de eierstokken
bevinden zich onrijpe eicellen
overbijter/overbeet
zie: bovenbijter
overbouwd
het kruis ligt hoger dan de schoft (mag bij Brakken, moet bij
Bobtails)
overshot (Eng.)
overbijter
overspronggedrag een hond toont gedrag wat niet
normaal is in een bepaalde situatie,
de hond springt over een bepaalde
situatie heen
oxytocine
hormoon, zorgt voor uitdrijving van de pup en voor het melkschieten
P.__________________________________________________________________
paardestaart
zenuwbundel, komt uit het ruggemerg; verloopt deels nog in het
ruggemerg
voordat hij naar buiten
treedt
pack (Eng.)
drift of meute
palingstaart ronde staart, dicht en zeer
vast behaard, loopt in een punt uit
parus
geboorteproces
peper en
zout grijs-gemêleerde kleur b.v. Schnauzer
pigment zwarte randen aan neus,
lippen en oogleden
pigmouth (Eng.)
varkensgebit (te korte onderkaak)
placenta hier vindt de uitwisseling
plaats van zuurstof en voedingsmiddelen van
de moeder naar de pup en van
afvalstoffen van de pup naar de moeder
platen grote, aaneengesloten
vlekken op wit of licht gekleurde ondergrond
platte
ribben weinig gebogen ribben
pluim dicht en langbehaarde
staart (Heidewachtels, Setters)
polydactylie
veeltenigheid; komt voor bij de Lundehund
porceleinoog
zie: glasoog
prikoor puntig, staand oor
(Duitse Herder)
prinseteken
vierkant figuurtje op de schedel, gevormd door rimpels (Mopshond)
progesteron hormoon wat zorgt voor de
instandhouding van de dracht
prolactine
zorgt voormelkproductie door de melkklieren
pronk brede rij haren op de
rug die in tegengestelde richting groeien (Pronkrug)
protoza
1 cellige diertjes
R.__________________________________________________________________
ramsneus
licht gebogen neusrug (Teckels)
reu hond van het mannelijk
geslacht
revieren zie: flankeren
ring afgebakende ruimte,
waarbinnen de honden worden gekerd
ring-steward (Eng.)
ringmeester: man of vrouw, die zorgt dat alles naar wens verloopt
in
de ring (volgens de
reglementen)
roan(ing) (Eng.)
mengeling van gekleurde en witte haren (Cocker Spaniel)
rollende
gangen hierbij slingert het lichaam tussen de
voor- en achterbenen
(New Foundlander, Pekingees)
rolstaart zie: krulstaart
roman nose (Eng.)
zie : ramsneus
roofvogeloog zeer licht, geel oog met
felle uitdrukking
rozen-oor
naar achteren gevouwen oor (Engelse Bulldog, Whippet)
ruig- of
ruwhaar hard aanvoelende, ruige vacht
ruime
gangen goed uitgrijpen, de voeten goed ver
naar voren plaatsen en de
pas goed ver naar achteren afwikkelen
S.__________________________________________________________________
sabelstaart vrijwel rechtop gedragen
staart met naar voren gebogen
punt (Beagle)
sable (Eng.)
zwarte haarpunten aan beige, bruine of geel-rode vacht (Collie)
saddle (Eng.)
zie zadel
schaargebit goed, meestal vereist,
gebit: bovensnijtanden staan net vóór
ondersnijtanden en raken elkaar
scheppen voorwaarts zwaaien van de
benen
scherp hond die direkt aanvalt
zonder waarschuwing
scherpte een in het karakter
verankerde aanwezige agressiviteit
schoft punt waar de nek
overgaat in de rug; de punten van de
schouderbladen komen hier dicht bij
elkaar
schofthoogte de loodlijn van de schoft tot
de grond
schotschuw bang voor het schot (kan
erfelijke fout zijn)
schweiszspur (Dts.)
zweetspoor (= bloedspoor van aangeschoten wild)
scowl (Eng.)
zware frons bij de ogen (Bloedhond, Chow-Chow)
segugio (It.) lopende hond
sertoli
cellen verstrekken de zaadcellen van
voeding
show (Eng.)
tentoonstelling
sikkelhak te sterk gehoekt
spronggewricht, dat veelal achterwaarts niet
gestrekt kan worden
single-tracking
(Eng.) zie snoeren, sporen
slappe
middenvoet doorgezakte middenvoetsbeenderen; niet
verwarren met slappe pols
slingeren zijwaarts zwaaien van de
voorbenen
slip (Eng.)
de strook uit het keurmeestersboekje waarop de keurmeester zijn
beslissing inzake plaatsingen en
kwalificaties schrijft (en moet inleveren)
sneeuwvoet voet met veel haar tussen de
tenen en kussens (Samojeed)
snipey (Eng.)
honden die een te puntige neus hebben met te weinig lip
snoeren het normale, dichter bij
elkaar plaatsen van de voeten bij snellere gang;
ook eensporigheid,
single-tracking, sporen
somatische
mutatie is een mutatie in de lichaamscellen en is
niet erfelijk
sound (Eng.)
in alle opzichten (bouw en conditie en karakter) geschikt voor het
werk
speciaalclub
rasvereniging
speciaalprijs
bijzondere prijs, buiten de klasse-prijzen
sporen bij het gaan vormen de
afdrukken van de voeten één lijn; ook bekend als
eensporigheid,
single-tracking, snoeren
spreidtenen
zie open voet
spronggewricht het gewricht tussen
voetwortelbeenderen en scheenbeen/kuitbeen
(groot schenkelbeen)
staande
hond hond die het wild “voorstaat” (gun
dog) voor de korte jacht;
lange jacht:
Windhonden
staand
oor rechtopstaand oor, een staand oor
heeft dikwijls 6 maanden nodig voor het
goed staat
standaard opsomming van alle kenmerken
van een ras
staupe gebiss (Dts.)
door de hondenziekte aangetast gebit (wordt nu in twijfel getrokken)
steil onvoldoende hoekingen
voor en/of achter
stekelhaar korte, harde, ruige vacht
stellen het wild dwingen tot
stilstaan (bij verdedigingshond: de boef)
steppen hoog opgooien van de
voorbenen (Italiaans Windhondje); Engels: hackney
stokhaar het oorspronkelijke haar
dat uit dichte ondervacht met middellange dekharen
bestaat zoals bij de
Duitse Herdershond
stop overgang van voorhoofd
in neusrug ter hoogte van de ogen
stopgroef groef tussen de ogen
(Boxer)
strain (Eng.) fokstam of bloedlijn
T.__________________________________________________________________
tan (Eng.)
roestbruin; zie ook brand
tanggebit boven- en ondersnijtanden
staan loodrecht op elkaar; bij sommige rassen
toegestaan
teef hond van het vrouwelijk
geslacht
telgang(er) de benen aan één kant
gelijktijdig verplaatsen; dit in draf (Bobtail);
tegengestelde:
kruisgang(er)
territorium
gedrag afbakenen van het eigen territorim
testosteron mannelijk geslachtshormoon
wat zorgt voor de vorming van zaadcellen
(primaire
geslachtskenmerken)
teveel licht
onder de buik te ondiepe borst en/of te hoog op de benen (=
leggy)
ticking (Eng.)
kleine gekleurde vlekjes in het wit (Dalmatische Hond)
tiger (Eng.)
mengeling gekleurde en witte haren (Duitse Staande Hond)
tipoor staand oor, waarvan de
punt naar voren valt (Collie)
tonvormige
ribben te veel geronde ribben
top-knot (Eng.)
pluk zacht haar op de schedel (Ierse Waterspaniel,
Dandie Dimont
Terriër, Afghaanse Windhond)
tot
verbellen bepaalde manier van blaffen
wanneer
tunnebeet
hoektand op hoektand, dwars door het vel
turn-up (Eng.)
opgebogen lijn van onderkaak (Engelse Bulldog)
tulpoor breed, staand, van boven
rond oor (Franse Bulldog)
type rasbeeld; dat wat het
ras uitmaakt
U.__________________________________________________________________
undershot
ondervoorbijter
V___________________________________________________________________
vang brede en diepe snuit
(o.a. bij jachthonden)
variatie in de erfelijkheid is
erfelijk overdraagbare veranderingen
varkensgebit zie bovenvoorbijter
varkensstaart staart met bochtje (Engelse
Bulldog); bij Teckels diskwalificerend
veder
(gevederd) lange haren aan de achterzijde van de
benen en aan de staart
veel grond
beslaan zie: beslaat veel grond
vervilt
haar treffen we bij Hongaarse rassen aan
(Komondor)
verwaaiïng
lucht, verspreid door de wind, opnemen
verzamelde
draf Engels: collected trot; iets ingehouden
draf
Vier äugler (Dts.)
tan-aftekening boven de ogen
vierkant schofthoogte = romplengte
(Terriërs); zie cobby
vierkant
kruis vlak liggend kruis door vlak liggend
bekken (Terriërs)
vinnen te rijke beharing aan de
voeten tussen de tenen :
(niet goed bij b.v. Spaniels)
virussen kleine klompjes eiwit met
erin DNA of RNA
het DNA van de
cellen, gekoppeld aan het DNA van de celkernen, maakt
aanmaak van alleen
maar virussen mogelijk
vlag zeer lang haar aan de
onderzijde van de staart (Setter)
vleermuisoor zie: tulpoor; ook bat-oor (bat-ear)
vleesneus vleeskleurige neus (o.a.
bij chocolade, bruine, en blonde honden)
vlinderneus rose strepen in een zwarte
neus (Steenbrak)
voorborst voorste deel van het
borstbeen dat uitsteekt vóór de voorbenen
voorhand voorste deel van het
lichaam tot de schoft
voorlok lang haar op het
voorhoofd dat over de ogen valt (Kerry Blue Terriër)
voorstaan jagersterm: aanwijzen van
het wild
vrolijk
gedragen staart over de rug, hoog gedragen staart
W.__________________________________________________________________
wammen zware, losse keelhuid (St.
Hubertushond)
weven zie: kruisen
wheaten (Eng.)
tarwekleurig
wijd in
front te brede borst (gangen dan soms
waggelend)
wild dassen, vossen,
konijnen, etc.
wipneus opgebogen neus (Pointer);
zie: dish-faced
wisselneus neus, die wisselend donker
of licht wordt, naar gelang
de omstandigheden
: zonlicht,
loopsheid
wolfsklauw zie: Hubertusklauw
wolvevoet
krachtige, lang-ovaalvormige voet; lijkt op de smallere hazevoet
(Franse Brakken)
Z.__________________________________________________________________
zachte
bek het niet beschadigen van
geapporteerd wild
zadel kleur die het lichaam
bedekt, met uitzondering van benen, hoofd,
hals en staartpunt (Airedale- en Welsh
Terriër)
zadelrug meestal slappe,
doorgezakte rug; altijd ongewenst
zoonose ziekte overdraagbaar van dier op mens en vice versa
zwanehals
lange, dunne, gebogen hals (Whippet); fout bij Teckels
zweet jagersuitdrukking voor
bloed van een aangeschoten wild
zweetspoor bloedspoor, gevormd door
bloeddruppels van een aangeschoten dier
zwevende
gangen lichte en verende gangen, waarbij de hond
telkens een moment zweeft
(Afghaanse Windhond)
zygote
bevruchte eicel, in de zygote bevinden zich alle chromosomen en al
het erfelijk materiaal
STAMBOEKEN:
A.K.C American Kennel Club
(USA)
K.C.S.B.
Kennelclub Studbook (GB)
L.O.F. Livre d’Origine
Français (F)
L.O.S.H. Livre d’Origine Saint
Hubert (B)
N.H.S.B.
Nederlands Hondenstamboek (NL)
|
|