Kynologische termen van de kleurvererving.

Mono-hybride

Een kruising van ouderdieren die slechts op 1 punt verschillen.

Di-hybride

Een kruising van ouderdieren die in slechts 2 punten van elkaar verschillen.       

Poli-hybride

Een kruising van ouderdieren die in meerdere punten van elkaar  verschillen.  

Fenotype

de uiterlijke verschijning, dus het zichtbare.  

Genotype

de niet altijd zichtbare, maar wel aanwezige erfelijke aanleg.  

Dominant

de overheersende factor in de vererving (wordt ook voor gedrag gebruikt).  

Recessief

de onderworpen factor die zich te allen tijde door de dominante factor laat overheersen.  

Onvolkomen dominant.

Twee factoren die strijden om de macht en uiteindelijk allebei een beetje winnen, bijv. masker en gestroomd zijn.  

Homozygoot

een combinatie van 2 genen die precies aan elkaar gelijk zijn. BB

Heterozygoot

een combinatie van 2 genen die niet aan elkaar gelijk zijn. Bb  

Intermediair

een combinatie van genen waarbij geen sprake is van dominantie  of recessief, maar waarbij de factoren even sterk zijn en daardoor iets geheel nieuws laten zien. (mengvorm, bijv. blue merle)  

Epistasie

Als bij een combinatie van meerdere dominante factoren slechts 1 de toon aangeeft noemen we deze factor de epistatische factor.  

Hypostasie

De tweede dominante factor die niet tot uiting kan komen is de hypostatische factor.  

Kryptomerie

noemen we de situatie waarin de ene dominante factor niet tot uiting kan komen als een tweede dominante factor niet aanwezig is.  

Wit modefiers

erfelijke bepalers van de hoeveelheid wit dat uiteindelijk aanwezig is.  

Polymerie

een optelsom van plus- en min genen die gezamenlijk de erfelijkheid bepalen.  

Multiple allelen

Reeksen erfelijke genen, zoals agoutireeks, extensionreeks ect., ook wel A-locus, e-locus genoemd.  

Mutatie

Een spontaan optredende verandering die een gen blijvend veranderd. Naast de spontane mutaties zijn er ook mutaties die ontstaan door chemische invloed. (bijv. bestraling)  

Erfelijkheid termen

 

Inteelt

Kruising van nauw met elkaar verwant zijnde dieren.  

Inbreeding

Engels voor inteelt.  

Lijnteelt

kruising van ouderdieren die in de tweede en/of derde lijn met elkaar verwant zijn.  

Outcross

kruising van ouderdieren die totaal niet aan elkaar verwant zijn.  

Blue merle

Blauw gemarmerd.  

Brand

roestbruine aftekening bij de black and tan honden

Brindle

Engels voor gestroomd.

Caille

Frans voor wit met gestroomde platen.  

Charbonne

gelige haren met zwarte haarpunten.  

Fawn

Engels voor reekleurig.  

Fauve

licht tot donker beige kleur van de haren.  

Gestroomd

min of meer duidelijke streping op anderskleurige ondergrond

Getijgerd

zeer onregelmatig vlekjes patroon.  

Harlekijn

Niet meer gebruikte naam voor wit met zwarte vlekken bij de Duitse Dog.  

Houndmarked

houndkleurig, combinatie van wit/zwart/bruin.  

Isabel

lichte, gele kleur als verdunning van bruin. (miskleur Dobermann)  

Mantel

kleur die (als een mantel) bijna de gehele hond bedekt, alleen benen,hals en een stuk van de staart zijn anders gekleurd.  

Masker

een anders kleurig gezicht/voorsnuit.  

Platen

grote donkere vlekken op witte ondergrond.  

Roest

zwarte vlekjes die (meestal ongewenst) in de tan voorkomen.  

Sable

de grijze, bruine of oranje vacht met zwarte haarpunten

Schimmel

wit met vlekjes.  

Tan

bruin in verschillende tinten in het black and tan patroon.  

Ticking

Engels voor kleine vlekjes op een witte ondergrond

Tricolo(u)r

driekleurig: black and tan met witte aftekening.  

Zadelpatroon

kleurpatroon in de vorm van een (paardrij) zadel.

                                                                                          << index-pagina >>

                                                                                     © van het Labber Kampje Cavaliers