Hypothermie.


Hypothermie of onderkoeling.
In tegenstelling tot reptielen, bij wie de lichaamstemperatuur afhangt van
externe bronnen (zon), zijn zoogdieren, onze hondjes dus ook, homeotherm.
Met andere woorden: ze produceren hun eigen warmte en houden hun
lichaamstemperatuur constant, los van de buitentemperatuur.

De normale temperatuur bedraagt bij honden tussen 38,5 en 39°C.
Bij een gezond dier kan die temperatuur enkele tienden van een graad
schommelen, afhankelijk van het moment van de dag, wanneer het dier
zich inspant of vóór de het krijgen van pups……

Temperatuur van de omgeving.
Pups zijn vooral in de eerste levensdagen uitermate gevoelig
voor de temperatuur van hun omgeving. Bij en na de geboorte
ondergaan ze een flinke daling van de lichaamstemperatuur
(hypothermie), mede omdat ze nat zijn. Hoe sneller de moeder
 ze droog likt en ze tegen de moeder aan kunnen liggen, hoe
korter deze periode van hypothermie duurt.

Aan het eind van een langdurige geboorte kunnen vooral de eerstgeboren jongen al
enkele afkoelingsperiodes hebben doorstaan. Vooral bij tegenvallende moederzorg,
melktekort of een te koude ruimte kan de temperatuur van jonge pups snel onder
de normale waarde zakken. Dat komt omdat pasgeboren pups nog niet in staat zijn
om hun lichaamstemperatuur constant te houden door het verhogen van de stofwis-
seling of het samentrekken van de bloedvaten in de huid zoals een ouder dier dat kan.

Het blijkt dat hypothermie bij pasgeboren pups vermeden kan worden bij een temperatuur
van ong. 29-32 graden, dit dient wel te worden gemeten in de directe omgeving van de
pup. In de nestkist als geheel moet de temperatuur echter voor het moederdier
niet onbehaaglijk warm zijn. De noodzaak om na de geboorte nog bij te verwarmen
is afhankelijk van de omgevingstemperatuur (die binnen een goed geïsoleerde werp
kist aanzienlijk hoger kan zijn dan daarbuiten !), van het gedrag van de moeder en
ook van het aantal jongen. Gezonde pups met hypothermie zijn onrustig, piepen
veel, komen niet aan of vallen zelfs af, ze hebben een te lage hartfrequentie, een
te trage ademhaling en drinken onvoldoende bij de moeder.

Moederloze pups moeten de eerste 4 á 5 dagen bij een omgevingstemperatuur
van 29-32 graden worden gehouden, geleidelijk dalend tot :
- in de 2e week 26-29 graden
- in de 3e week 23-26 graden
- in de 4e week 23 graden.

 

 

                                      << index-pagina >>

                                © van het Labber Kampje Cavaliers