|
Al deze
goedaardige tumoren kunnen heelkundig worden verwijderd als ze
groeien of de hond hinderen.
Kwaadaardige tumoren.
Het epiteliotrope lymfoom is een tumor, die wordt veroorzaakt door
een abnormale toename van
witte bloedcellen in de huid. Hij uit zich in de vorm van roodheid,
die jeuk veroorzaakt en progressief
evolueert naar plaques en huidletsels. Het dier sterft aan
metastasen.
Het epidermoïde carcinoom verschijnt op de romp en de poten en is
het gevolg van langdurige
blootstelling
aan de zon. Er zijn zelden uitzaaiingen, behalve als hij voorkomt op
de voetjes van de
hond, zoals
meestal het geval is bij zwarte poedels. Hoewel een heelkundige
verwijdering in de
meeste gevallen
volstaat, moet men echter een amputatie van teentjes, of zelfs het
gehele lid,
overwegen als de
tumor op de tenen zit.
Naast een heelkundige verwijdering, kunnen al deze kwaadaardige
tumoren, die meestal bij oudere
honden voorkomen, behandeld worden met chemotherapie of
radiotherapie.
Sommige Behandelingsmethodes op een rijtje:
Chirurgie.
De tumorchirurgie is nog altijd de meest gebruikte methode om kanker
te bestrijden.
De tumor zal door de dierenarts zo ruim mogelijk worden weggesneden.
De hierdoor ontstane wond
moet nog wel kunnen worden gesloten.
We nemen als
voorbeeld de verwijdering van een mastocytoom
in de huid van een poot. Het mastocytoom lijkt op dit moment de
meest voorkomende vorm van kanker
bij de hond te worden. Bij chirurgische verwijdering van een
mastocytoom moet redelijk veel, ogen-
schijnlijk gezond ogend weefsel om de tumor heen, worden weggenomen.
De huid in dit gebied is vaak
echter al zo strak gespannen, dat er geen mogelijkheid meer kan zijn
om de verschillende huiddelen
aan elkaar te hechten. In zulke gevallen zal gebruik worden gemaakt
van plastische chirurgie om een
nieuwe wondafdekking te creëren. Aangezien de kans aanwezig is, dat
in de randen van de ontstane
wond toch tumorcellen achterblijven, moet al het verwijderde weefsel
worden onderzocht door een
patholoog.
Wanneer bij dit onderzoek inderdaad tumorcellen worden gevonden in
de zogenaamde
snijranden, kan de hond in aanmerking komen voor een nabehandeling
in de vorm van chemotherapie
of radiotherapie.
Chemotherapie.
De behandeling
d.m.v. chemotherapie bij honden staat binnen de diergeneeskunde nog
steeds ter
discussie. Eigenaren van honden maken al snel de vergelijking met de
hen bekende bijwerkingen bij
mensen, zoals kaalheid, braken en doodziek zijn in de periode
tijdens en tussen de behandelingen.
Dit beeld doet
zich echter veel minder voor bij de behandeling van honden, omdat
gebruik wordt
gemaakt van aangepaste, lagere doseringen van de medicijnen. Immers
kwaliteit van leven staat
bovenaan en de bijwerkingen, zoals bekend uit de kankerbehandeling
bij mensen, zijn voor dieren
niet acceptabel.
Honden worden
niet kaal, met uitzondering van de draadhaar rassen (in het algemeen
die rassen,
die moeten worden getrimd) en zijn meestal ook niet ziek van de
behandeling.
Braken doet
zich in ongeveer 30% van de gevallen voor, maar dit kan goed worden
bestreden door
het geven van medicijnen. De algemene principes, die gelden voor
honden die worden onderzocht
voor en behandeld tegen kanker, zijn, dat ze geen pijn mogen lijden,
niet mogen braken en geen
honger mogen hebben.
Door het
gebruik van aangepaste doseringen is het niet altijd zo, dat
genezing in het vooruitzicht kan
worden gesteld. Wel een verlenging van het leven van de hond en deze
periode wordt, door nieuwe
inzichten, steeds langer. Voor honden met lymfeklierkanker geldt
bijvoorbeeld, dat zeker de helft van
deze patiëntengroep m.b.v. chemotherapie het eerste jaar van
behandelen overleeft, terwijl zonder
behandeling deze dieren vanaf het moment van diagnosestelling nog
maar zo'n 6 weken te leven hebben.
Chemotherapie
brengt evenwel ook risico's met zich mee, die een effect kunnen
hebben op de eigenaar
en zijn leefomgeving. Feit is, dat de hond wordt behandeld met
risicovolle medicijnen om de kankercellen
te vernietigen, maar dat deze zelfde medicijnen ook gezonde cellen
bij mens en dier kunnen aantasten.
Voordat tot deze vorm van behandelen wordt overgegaan, dient de
eigenaar hierover goed te worden
geïnformeerd. Extra voorzichtigheid is noodzakelijk bij contact met
het dier, het speeksel, de ontlasting
en de urine, in de periode aansluitend op het toedienen van de
cytostatica (celgroeiende en celdelende,
remmende geneesmiddellen), maar ook wanneer thuis medicijnen moeten
worden gegeven.
De afstand naar het behandelcentrum, die regelmatig moet worden
afgelegd, kan ook problemen met
zich meebrengen…
Een eigenaar, die voor chemotherapie kiest, moet vooraf op de hoogte
zijn van alle consequenties.
De behandelend dierenarts dient voldoende kennis te hebben over deze
vorm van behandelen en
voldoende tijd vrij te maken voor voorlichting.
Een hond met
chemotherapie behandelen is niet niets en kan slechts op een beperkt
aantal plaatsen
in ons land worden uitgevoerd.
Hormonale
therapie.
Hormonale
therapie kan de tumor zelf aangrijpen, maar ook dienen om de
omgeving van het gezwel
te behandelen. Een voorbeeld hiervan is behandeling met
bijnierschorshormonen (corticosteroïden),
zoals prednisolon. Kanker kan nare en pijnlijke bijwerkingen hebben
en dit wordt o.a. veroorzaakt
door een ontstekingsprikkel vanuit de tumor op de omgeving. Zo'n
ontsteking, bv. vaak aanwezig
rond hersentumoren, kan door deze therapie worden geremd, waardoor
tijdelijk de klachten afnemen
en het welzijn van het dier kan worden verbeterd.
Anderzijds is
het niet aan te bevelen om bij een hond met maligne lymfoom
(lymfeklierkanker) al met
een behandeling met prednisolon te beginnen, wanneer je als eigenaar
chemotherapie overweegt.
Starten met een behandeling met corticosteroïden vóór het starten
met chemotherapie, verkleint bij
deze groep patiënten de kans op succes op lange termijn aanzienlijk.
Radiotherapie.
Radiotherapie
is een andere naam voor bestraling en kan op verschillende manieren
plaatsvinden.
Het is een behandeling met ioniserende straling, die kan bestaan uit
elektromagnetische golven of
deeltjes. Radiotherapie is niet overal mogelijk in Nederland en
weliswaar alleen bij oppervlakkig
gelegen tumoren. Voor bestraling van dieper in het lichaam gelegen
tumoren moeten de dieren
helaas nog altijd naar bestralingsinstituten in Parijs of Zürich.
Het doel van
radiotherapie is de vernietiging van de tumorcellen onder
bescherming van het
normale weefsel. Ook hiervoor geldt, dat de behandeling kan
plaatsvinden, met als doel genezing of
om het nog resterende deel van het leven van het dier te
veraangenamen, de zgn palliatieve zorg :
wat het welzijn van een zieke hond verbetert, maar hem niet geneest.
Bestraling kan ook weer in
combinatie met andere therapieën worden ingesteld.
Kankerpreventie.
Inmiddels is er
ook steeds meer kennis over processen, die kankerverwekkend zijn.
Goede voorlichting kan een preventieve rol spelen in het ontstaan
van kanker.
Bij de hond
zijn van belang :
*
Mammatumoren
: uit recent onderzoek blijkt, dat er een relatie bestaat tussen het
ontstaan van
melkkliertumoren en het hormoon
progesteron,
gevormd in de eierstokken van de teef, aansluitend
aan de loopsheid of aanwezig in antiloopsheidinjecties. Een
castratie (verwijdering van de eierstokken)
van de teef voor de eerste, of uiterlijk de tweede, loopsheid, blijkt
te prefereren boven antiloopsheid
injecties of het gewoon loops laten worden. Dit is natuurlijk niet
weggelegd voor fokteven.
* Prostaatcarcinoom:
bij het advies een
reu te castreren, dient rekening te worden gehouden met
het feit, dat een gecastreerde reu een verhoogde kans heeft op het
ontwikkelen van kwaadaardige
prostaatkanker.
<<
INDEX-PAGINA
>>
© van het Labber Kampje
Cavaliers |