Huidtumoren.

Wist u, en schrik nu niet al te hard, dat ook hondjes, net als mensen, kanker kunnen krijgen ?

Ik hoor u nu meteen denken, loopt mijn ook hondje gevaar?
In dit item wil ik u het eea vertellen over vormen van huidtumoren.

Net als wij mensen, worden ook onze honden steeds ouder en vooral de toename van de
gemiddelde leeftijd is de voornaamste reden voor het steeds vaker optreden van deze ziekte.


De brandende vraag is ook : hoe weet ik dat mijn hond kanker heeft?

Voordat een begin kan worden gemaakt met een behandeling, is een
diagnose nodig. Deze diagnose bepaalt of, en zo ja, hoe kan worden
behandeld. De diagnose kanker kan op verschillende manieren worden
gesteld, maar er zijn wel overeenkomsten tussen de verschillende soorten
kanker. Soms ontwikkelt een dier een abnormale knobbel of zwelling.
Soms verandert het gedrag: uw hond wordt minder actief, slaapt meer,
vertoont moeilijkheden bij het opstaan en gaan liggen, heeft een verminderde
eetlust, meer dorst en ga zo maar door. 

De VCS, Veterinary Cancer Society, heeft een lijst opgesteld met de 10 meest voorkomende symptomen
die op kanker kunnen wijzen:

1   Abnormale zwellingen die niet verdwijnen of groter worden.

2   Zweren die niet genezen.

3   Gewichtsverlies.

4   Verlies van eetlust.

5   Bloedverlies of andere uitvloeiingen uit lichaamsopeningen.

6   Verspreiding van een onaangename geur.

7   Problemen met eten of slikken.

8   Geen zin om te gaan wandelen, spelen of een verminderd uithoudingsvermogen.

9   Aanhoudende kreupelheid.

10 Problemen met ademhalen, urineren of ontlasten.

Het maakt niet uit welke klacht de hond heeft, bij een van de bovengenoemde klachten dient een
vakkundig onderzoek plaats te vinden. Vroegtijdige diagnose en behandeling zijn van levensbelang.

Goedaardige of kwaadaardige tumoren.
Een mastocytoom is een tumor, die vaak voorkomt bij oude boxers, labradors en terriërs.
Deze tumor uit zich meestal in de vorm van één of meerdere knobbels. Spijsverteringsstoornissen,
zenuwproblemen of bloedarmoede kunnen bijverschijnselen zijn. Bepaalde mastocytomen zijn goed-
aardig, maar andere veroorzaken uitzaaiingen en leiden binnen enkele weken of maanden tot de dood
van het dier. Ten slotte zijn de kliertjes rond de anus een plaats waar tumoren, circumanalomen
genaamd, zich kunnen ontwikkelen. Het verschijnen van deze knobbeltjes wordt in de hand gewerkt
door androgenen en komen  meestal bij reuen voor. Deze tumoren worden kleiner of verdwijnen zelfs
als de hond wordt gecastreerd.

Cysten, abcessen, hematomen en tumoren kunnen de huid van uw hond misvormen.
Van de tumoren, die het gevolg zijn van een abnormale vermenigvuldiging van de huidcellen, moet 'n
biopsie of een excisie worden gemaakt om de risico's voor uw vriend te kunnen bepalen.

Het risico inschatten.

Wanneer de huid van uw hond een tumor vertoont, moet meestal een biopsie worden
genomen of moet een excisie worden gedaan om het weefsel onder de microscoop te
kunnen bekijken. Het is namelijk van cruciaal belang, dat men weet welk weefsel het is
en of het goed- of kwaadaardig is, zodat een eventuele behandeling kan worden gestart
en het risico dat de hond loopt, kan worden ingeschat.
Een goedaardige tumor wordt gekenmerkt door het feit, dat hij geen uitzaaiingen veroor-
zaakt en de omliggende weefsels niet aantast, in tegenstelling tot de kwaadaardige tumor,
die uitzaaiingen veroorzaakt, die andere organen aantast, zoals de lever, de longen,

de klieren en het leven van uw vriend kan beëindigen. Hoe vroeger de diagnose wordt gesteld en
de behandeling wordt gestart, hoe groter de kansen op genezing zijn.

Goedaardige tumoren.
Een voorbeeld van een goedaardige tumor is het papilloom, dat vaak een virale oorzaak heeft.
Bij jonge honden gaan deze tumoren meestal spontaan weg en is er geen behandeling nodig.
Hetzelfde geldt voor het histiocytoom: dit is een goedaardig knobbeltje op de kop of de poten
van jonge honden. Een lipoom (zie Informatie, Lipoom) is dan weer een opeenstapeling van
vetweefsel, dat vaak voorkomt bij oudere obese teefjes.
Om 't risico van recidief (terugkerend ziekte of ziekteverschijnsel) te beperken moet 'n dieet
worden gestart.
Tot slot: een basalioom is een tumor van de cellen aan de basis van de opperhuid,
die vooral op de kop of de rug van poedels of cockerspaniëls voorkomt.

Al deze goedaardige tumoren kunnen heelkundig worden verwijderd als ze groeien of de hond hinderen.

Kwaadaardige tumoren.
Het epiteliotrope lymfoom is een tumor, die wordt veroorzaakt door een abnormale toename van
witte bloedcellen in de huid. Hij uit zich in de vorm van roodheid, die jeuk veroorzaakt en progressief
evolueert naar plaques en huidletsels. Het dier sterft aan metastasen.
Het epidermoïde carcinoom verschijnt op de romp en de poten en is het gevolg van langdurige
blootstelling aan de zon. Er zijn zelden uitzaaiingen, behalve als hij voorkomt op de voetjes van de
hond, zoals meestal het geval is bij zwarte poedels. Hoewel een heelkundige verwijdering in de
meeste gevallen volstaat, moet men echter een amputatie van teentjes, of zelfs het gehele lid,
overwegen als de tumor op de tenen zit.

Naast een heelkundige verwijdering, kunnen al deze kwaadaardige tumoren, die meestal bij oudere
honden voorkomen, behandeld worden met chemotherapie of radiotherapie.

Sommige Behandelingsmethodes op een rijtje:

Chirurgie.
De tumorchirurgie is nog altijd de meest gebruikte methode om kanker te bestrijden.
De tumor zal door de dierenarts zo ruim mogelijk worden weggesneden. De hierdoor ontstane wond
moet nog wel kunnen worden gesloten. 
We nemen als voorbeeld de verwijdering van een mastocytoom
in de huid van een poot. Het mastocytoom lijkt op dit moment de meest voorkomende vorm van kanker
bij de hond te worden. Bij chirurgische verwijdering van een mastocytoom moet redelijk veel, ogen-
schijnlijk gezond ogend weefsel om de tumor heen, worden weggenomen. De huid in dit gebied is vaak
echter al zo strak gespannen, dat er geen mogelijkheid meer kan zijn om de verschillende huiddelen
aan elkaar te hechten. In zulke gevallen zal gebruik worden gemaakt van plastische chirurgie om een
nieuwe wondafdekking te creëren. Aangezien de kans aanwezig is, dat in de randen van de ontstane
wond toch tumorcellen achterblijven, moet al het verwijderde weefsel worden onderzocht door een
patholoog. Wanneer bij dit onderzoek inderdaad tumorcellen worden gevonden in de zogenaamde
snijranden, kan de hond in aanmerking komen voor een nabehandeling in de vorm van chemotherapie
of radiotherapie.

 

Chemotherapie.

De behandeling d.m.v. chemotherapie bij honden staat binnen de diergeneeskunde nog steeds ter
discussie. Eigenaren van honden maken al snel de vergelijking met de hen bekende bijwerkingen bij
mensen, zoals kaalheid, braken en doodziek zijn in de periode tijdens en tussen de behandelingen. 

Dit beeld doet zich echter veel minder voor bij de behandeling van honden, omdat gebruik wordt
gemaakt van aangepaste, lagere doseringen van de medicijnen. Immers kwaliteit van leven staat
bovenaan en de bijwerkingen, zoals bekend uit de kankerbehandeling bij mensen, zijn voor dieren
niet acceptabel. 

Honden worden niet kaal, met uitzondering van de draadhaar rassen (in het algemeen die rassen,
die moeten worden getrimd) en zijn meestal ook niet ziek van de behandeling.

Braken doet zich in ongeveer 30% van de gevallen voor, maar dit kan goed worden bestreden door
het geven van medicijnen. De algemene principes, die gelden voor honden die worden onderzocht
voor en behandeld tegen kanker, zijn, dat ze geen pijn mogen lijden, niet mogen braken en geen
honger mogen hebben.

Door het gebruik van aangepaste doseringen is het niet altijd zo, dat genezing in het vooruitzicht kan
worden gesteld. Wel een verlenging van het leven van de hond en deze periode wordt, door nieuwe
inzichten, steeds langer. Voor honden met lymfeklierkanker geldt bijvoorbeeld, dat zeker de helft van
deze patiëntengroep m.b.v. chemotherapie het eerste jaar van behandelen overleeft, terwijl zonder
behandeling deze dieren vanaf het moment van diagnosestelling nog maar zo'n 6 weken te leven hebben.

Chemotherapie brengt evenwel ook risico's met zich mee, die een effect kunnen hebben op de eigenaar
en zijn leefomgeving. Feit is, dat de hond wordt behandeld met risicovolle medicijnen om de kankercellen
te vernietigen, maar dat deze zelfde medicijnen ook gezonde cellen bij mens en dier kunnen aantasten.
Voordat tot deze vorm van behandelen wordt overgegaan, dient de eigenaar hierover goed te worden
geïnformeerd. Extra voorzichtigheid is noodzakelijk bij contact met het dier, het speeksel, de ontlasting
en de urine, in de periode aansluitend op het toedienen van de cytostatica (celgroeiende en celdelende,
remmende geneesmiddellen), maar ook wanneer thuis medicijnen moeten worden gegeven. 
De afstand naar het behandelcentrum, die regelmatig moet worden afgelegd, kan ook problemen met
zich meebrengen…

Een eigenaar, die voor chemotherapie kiest, moet vooraf op de hoogte zijn van alle consequenties.
De behandelend dierenarts dient voldoende kennis te hebben over deze vorm van behandelen en
voldoende tijd vrij te maken voor voorlichting. 

Een hond met chemotherapie behandelen is niet niets en kan slechts op een beperkt aantal plaatsen
in ons land worden uitgevoerd.

 

Hormonale therapie.

Hormonale therapie kan de tumor zelf aangrijpen, maar ook dienen om de omgeving van het gezwel
te behandelen. Een voorbeeld hiervan is behandeling met bijnierschorshormonen (corticosteroïden),
zoals prednisolon. Kanker kan nare en pijnlijke bijwerkingen hebben en dit wordt o.a. veroorzaakt
door een ontstekingsprikkel vanuit de tumor op de omgeving. Zo'n ontsteking, bv. vaak aanwezig
rond hersentumoren, kan door deze therapie worden geremd, waardoor tijdelijk de klachten afnemen
en het welzijn van het dier kan worden verbeterd.

Anderzijds is het niet aan te bevelen om bij een hond met maligne lymfoom (lymfeklierkanker) al met
een behandeling met prednisolon te beginnen, wanneer je als eigenaar chemotherapie overweegt.
Starten met een behandeling met corticosteroïden vóór het starten met chemotherapie, verkleint bij
deze groep patiënten de kans op succes op lange termijn aanzienlijk.

 

Radiotherapie.

Radiotherapie is een andere naam voor bestraling en kan op verschillende manieren plaatsvinden.
Het is een behandeling met ioniserende straling, die kan bestaan uit elektromagnetische golven of
deeltjes. Radiotherapie is niet overal mogelijk in Nederland en weliswaar alleen bij oppervlakkig
gelegen tumoren. Voor bestraling van dieper in het lichaam gelegen tumoren moeten de dieren
helaas nog altijd naar bestralingsinstituten in Parijs of Zürich.

Het doel van radiotherapie is de vernietiging van de tumorcellen onder bescherming van het
normale weefsel. Ook hiervoor geldt, dat de behandeling kan plaatsvinden, met als doel genezing of
om het nog resterende deel van het leven van het dier te veraangenamen, de zgn palliatieve zorg :
wat het welzijn van een zieke hond verbetert, maar hem niet geneest. Bestraling kan ook weer in
combinatie met andere therapieën worden ingesteld.

 

Kankerpreventie.

Inmiddels is er ook steeds meer kennis over processen, die kankerverwekkend zijn.
Goede voorlichting kan een preventieve rol spelen in het ontstaan van kanker.

Bij de hond zijn van belang :

* Mammatumoren : uit recent onderzoek blijkt, dat er een relatie bestaat tussen het ontstaan van
melkkliertumoren en het hormoon
progesteron, gevormd in de eierstokken van de teef, aansluitend
aan de loopsheid of aanwezig in antiloopsheidinjecties. Een castratie (verwijdering van de eierstokken)
van de teef voor de eerste, of uiterlijk de tweede, loopsheid, blijkt te prefereren boven antiloopsheid
injecties of het gewoon loops laten worden. Dit is natuurlijk niet weggelegd voor fokteven.

* Prostaatcarcinoom: bij het advies een reu te castreren, dient rekening te worden gehouden met
het feit, dat een gecastreerde reu een verhoogde kans heeft op het ontwikkelen van kwaadaardige
prostaatkanker.

 

 

                                                      << INDEX-PAGINA >>

                                                  © van het Labber Kampje Cavaliers