Honden A-B-C

 

 

 

A     Afhankelijke rang (stijgen in rang als ranglagere)

In de natuur heeft men vastgesteld dat jongen van dominante moeders al snel dominant worden over de oudere en sterkere dieren waar over hun moeder dominant is. De moeder steunt namelijk haar jong bij onderlinge conflicten. We noemen dit een afhankelijke rang. Dit principe gaat alleen op wanneer moeder aanwezig is. Is moeder er even niet dan zal het jong in dezelfde roedel een ondergeschikte rol spelen. Is de moeder altijd aanwezig, veranderd afhankelijkheid in onafhankelijke rang. De pup kan de dominante positie zelf handhaven.
Dus: In een gezin met kinderen jonger dan ongeveer 12 jaar, hebben deze kinderen in
principe een afhankelijke rang. Zij zijn niet in staat zelf dominant te zijn over de hond, maar ontlenen hun gezag over de hond aan de aanwezigheid van de ouders. Bij afwezigheid van de ouders zal de hond, indien het kind in zijn ogen iets fout doet, het als zijn recht zien dit te corrigeren met alle gevolgen van dien. De afhankelijke ranghogere positie die zo veilig is en weldadig voor het kind met de ouder erbij, maakt het kind zonder ouder naast zich namelijk extra kwetsbaar in de omgang de hond (dit kan ook gelden waar twee honden aanwezig zijn en is afwezigheid van de baas conflicten ontstaan, als baas de jongste hond steeds corrigeert waarde oudere hond bij is).

Hoe creëer je een afhankelijke rang?

  1. Als eerste eten geven.
  2. Eerder aandacht geven.
  3. Niet corrigeren waar ander bij is.
  4. Op bed laten slapen.
  5. Eerder begroeten.
  6. Voorop laten lopen.

Allelomimetisch gedrag

Dit is een vorm van sociaal gedrag, het met elkaar meedoen ( ganging up). Een groep honden stort zich op een andere hond. Dit komt voor als er veel frustratie, onderliggende spanning in een groep is. Sociale regels bestaan niet meer en alle remmen zijn los.(Dit gedrag kan al voorkomen bij honden vanaf 7 weken).

B  Baknijd/bezits-agressie 

We spreken over bezitsagressie wanneer een hond iets verdedigt dat hij belangrijk vindt tegen mensen of andere dieren die hem benaderen. Dit gedrag uit zich niet alleen bij dominante honden maar ook bij onderdanige honden. De hond is bang dat een bepaald voorwerp hem wordt afgenomen en verdedigt dit dus. De hond kan blaffen, grommen of zelfs bijten wanneer iemand te dicht in de buurt komt. We spreken van baknijd wanneer dit gedrag zich uit bij de voerbak. Bij pups komt dit gedrag voor maar ook bij volwassen honden zien wij dit gedrag vaak. Waar komt dit gedrag vandaan?
Binnen een groep honden mogen pups tot ongeveer 12 weken ongestoord eten. Zelfs het mee-eten van een stuk vlees wordt niet gecorrigeerd. Maar na deze leeftijd is dat afgelopen. De volwassen hond jaagt de jonge pup bij zijn maaltijd vandaan en accepteert het niet dat de pup dichtbij komt.
Wanneer een laaggeplaatste hond in de groep mag gaan eten, nadat alle rang hogeren hem voor zijn gegaan, zal ook deze laaggeplaatste hond zijn voer mogen verdedigen tegen anderen. Ook wanneer deze anderen ranghoger zijn. Je kunt je voorstellen dat deze laaggeplaatste hond lang heeft moeten wachten tot hij eindelijk bij het eten mocht komen, eerste hebben de rang hogeren hun buik volgegeten. Doordat de hond dan eindelijk mag gaan eten zul je begrijpen dat hij zich niet meer van dat eten wil laten halen en agressie zal inzetten om het te mogen behouden.

Omdat wij natuurlijk niet willen dat een hond baknijd ontwikkelt, is het belangrijk hem te laten merken dat uw aanwezigheid rond zijn voerbak, uw aanraking tijdens zijn maaltijd of zelfs uw hand in zijn bak of het wegnemen van zijn bak alleen maar goeds betekent. Het beste is natuurlijk dit aan te leren wanneer de hond nog pup is. Door de pup te laten merken dat mensen rond zijn voerbak een welkome aanvulling op zijn maaltje betekenen en geen gevaar vormen wordt de ontwikkeling van baknijd in de kiem gesmoord.
Dat krijgt u voor elkaar door extra lekkere dingen bij zijn normale voer te gooien, door heel weinig voer te geven en er steeds een beetje bij te doen, te aaien tijdens de maaltijd zonder de hond ook maar het idee te geven dat u zijn bak wilt afpakken.

Is baknijd/bezitsagressie al een probleem?
In sommige situaties is het bijzonder handig dat een hond iets loslaat wat hij in zijn bek heeft. Belangrijk is hierbij dat er geen dreiging richting de hond is. Leg geen dreiging in uw stem en zorg dat uw geen dreigende houding of mimiek laat zien. Wanneer de hond leert dat iets loslaten hem iets lekker oplevert zal hij leren dat bezitsagressie niet nodig is.
Hoe kunnen we dit aanpakken?
Houd in 1 hand een lege voerbak en gooi met de andere hand iets lekker sin deze voerbak. Herhaal dit meerdere keren. U kunt gebruik maken van een pollepel om wat lekkers in de voerbak te gooien en de voerbak op de grond zetten wanneer u de hond niet vertrouwt. Wanneer deze oefening geen spanning oplevert bij de hond gaat u 2 bakken gebruiken. In de ene bak legt u twee brokjes en in de andere iets superlekkers. Beide bakken houdt u vast en u geeft eerst de bak met de gewone brokjes. Wanneer de hond zijn snuit uit de bak haalt zegt u snel “los” en houdt u de andere bak met het superlekkers voor de neus van de hond. Dit wordt weer herhaald. Wanneer deze oefening weer zonder spanning wordt uitgevoerd gaat u de hoeveelheid gewoon voer in de ene bak opvoeren. Weer die bak als eerste aanbieden. U zegt nu echter “los” voordat alle voertjes weg zijn. Als het goed gaat tilt de hond zijn kop meteen op, hij weet namelijk dat er in die andere bak iets superlekkers zit. Dit blijf je weer herhalen.
Het doel van de training is te bereiken dat de hond op het commando “los” direct zijn neus uit de etensbak haalt en bij jou iets lekkers komt halen. Een tweede bak is op den duur dus niet meer nodig.
Zolang je nog met trainen bezig bent laat je de hond op een rustige plek eten. Niemand bemoeit zich daarmee en loopt ook niet langs.
Door op deze manier het commando los aan te leren kun je het ook gaan toepassen op andere situaties. Bijvoorbeeld bij het omruilen van een speeltje of een kluif. Begin met speeltjes die niet belangrijk zijn, gebruik het commando “los” en geef iets lekkers of anders leuks aan de hond zodra hij het speeltje los heeft gelaten. Oefen dit meet allerlei speeltjes en wanneer dit goed gaat kun je gaan oefenen met het speeltje waar meestal de problemen mee ontstonden. Dat je dan een supergoede beloning moet hebben spreekt voor zich, een superspeeltje laat zich niet zomaar ruilen. Dit blijf je oefenen totdat de hond goed kan ruilen en zonder problemen een speeltje of kluif loslaat.
Blijf wel voorzichtig te werk gaan en let ten alleen tijden op je eigen veiligheid en die van de hond.
Wanneer je meerdere honden hebt oefen je dit apart met elke hond en niet met meerdere honden in de kamer!!

BARF

Bones And Raw Food,

BARF moet voor
50% bestaan uit beenderen (karkassen, nekken, runderbotten,...)
40% groentenmix (70% hiervan moet bestaan uit bladgroenten extra vit. A-K-B-C  fosfor, jodium en extra essentiële vetzuren)
10% organen ( rundhart, kippenmagen, kippenhartjes, rundlever, rundernieren... GEEN VARKENSVLEES kan de ziekte van Aujeszky bevatten)
Als extra kun je nog per maaltijd toevoegen:
*plantaardige olie
*biergist
*kelp

De hoeveelheid dat je mag geven moet je berekenen. De volledige maaltijd is 5% van het gewicht van je hond dus een hond van 20 kg moet 1kg voeding hebben. Daarna voed je met het oog. Eens per week laat je je hond 24 uur vasten.

Er bestaan enkele goede boeken over BARF
*Give Your Dog a Bone van Dr. Billinghurts (Engels)
*Gezonde hondenvoeding van Geert De Bolster (Nederlands)

Bekrachtiger

Bij bekrachtiging komt de beloning direct na het goede gedrag. Het laat het gedrag toenemen. Je hebt primaire bekrachtiging bijvoorbeeld voer en secundaire bekrachtiging, de clicker, het woordje 'braaf'/'goed zo', het pakken van de hondenriem of een balletje.
Stem gebruik is ook een secundaire bekrachtiger je kunt dmv klassieke conditionering met behulp van voer of een aai het commando 'braaf' aanleren.
Je kunt dit als beloning gebruiken maar als een hond in een af/lig positie moet blijven is het niet handig om heel uitbundig je stem te gebruiken want dan zal de hond snel opspringen.

Benchtraining

Een bench, kamerkennel, is vaak een metalen of kunstof kooi die speciaal voor honden is bedoeld. Het gebruik van de bench kan mits goed aangeleerd, nuttig zijn bij de zindelijkheidstraining en bij het voorkomen van ongewenst gedrag als je hond gaat wisselen of als hij alleen thuis is.
Een hond is een roedeldier als het roedel niet compleet is kan dat veel onrust geven bij een hond vandaar dat je een hond niet zomaar alleen thuis kunt laten dat zul je hem stap voor stap moeten aan leren. Een bench kan daar een prima hulpmiddel bij zijn.
De voordelen van het gebruik van een bench zijn:

  1. Een hond zal zich prettiger voelen in de bench wanneer hij alleen thuis moet blijven. De bench is voor de hond een soort hol waarin hij veilig is, zijn rust kan vinden en zijn eten of een botje krijgt.
  2. Ideaal als je even niet op je pup/hond kunt letten of als je kinderen hebt en je hond en kind niet alleen wil laten dan kun je de hond met iets lekkers in de bench doen terwijl jij met andere dingen bezig bent.
  3. Wanneer een hond nog niet (helemaal) zindelijk is, vergroot het gebruik van de bench de kans dat het toch "droog" blijft terwijl je weg bent (ook 's nachts!). Een hond zal namelijk zijn eigen hol niet graag bevuilen. Alleen in uiterste nood (en zo lang blijft je natuurlijk niet weg) zal de hond zich in zijn eigen bench ontlasten.

Het verblijven in een bench moet stap voor stap aangeleerd worden.
Zet de bench met een lekker kleed of kussen erin op een tochtvrije, rustige plek waar je hond nog wel de boel kan overzien. Je geeft je hond hier dagelijks zijn maaltijden en een kluifje. Als de hond buiten zijn bench in slaap valt dan til je hem in de bench, legt een klein brokje neer en gaat er voor zitten totdat hij in slaap valt. Je laat het deurtje nog gewoon open staan en je blijft tijdens deze training in huis. Als je hond gaat piepen of blaffen reageer je niet totdat hij stil is en dan zou hij na zijn slaap er uit mogen komen. Als je wel zou reageren op het gepiep of het geblaf leer je de hond dat hij bij dit gedrag aandacht krijgt en zal hij het de volgende keer nog eerder en harder gaan doen een hond herhaalt namelijk gedrag wat hem iets oplevert. Mocht het piepen of blaffen zo heftig zijn en je na lang wachten nog niet naar binnen kunt leidt de hond dan even af door bijvoorbeeld je telefoon even over te laten gaan, is hij daardoor stil kun je na 5 tellen naar binnen gaan.
Blijft je hond al rustig in de bench, of zoekt hij hem uit zich zelf, op dan zou je het deurtje dicht kunnen doen terwijl je nog gewoon thuis bent. Als de hond wakker is geworden en rustig gedrag vertoond kun je zonder te veel aandacht er aan te schenken het deurtje openen. Pas wanneer je hond rustig in de bench blijft liggen met het deurtje dicht, terwijl je thuis bent, neem je de laatste stap. Als je (eerst voor korte tijd) weggaat, stuur je de hond met iets lekkers in de bench en je koppelt er bijvoorbeeld ‘tot straks’ commando aan.
Doordat het voor een hond onnatuurlijk is om alleen gelaten te worden is het ook raadzaam om zeker de eerste nachten je hond of pup op je slaapkamer te laten slapen. Geef de pup de tijd om aan zijn nieuwe omgeving te wennen. Haal je pup op tijd op bij de fokker zodat je de hele dag de hond nog even aan de bench en omgeving kunt laten wennen. S’avonds neem je de bench mee naar boven en kun je tijdens de nacht het deurtje sluiten. Als de nachten naar wens verlopen en je de hond niet altijd op je slaapkamer wil hebben kun je de bench steeds een stukje richting de gang verplaatsen zodat de hond uiteindelijk in de gang of woonkamer gaat slapen.

Bijtrem

In een wolvenroedel is er alleen een bijtrem van Alpha teef naar Alpha reu, naar pups in de roedel maar niet van Alpha teef naar andere teven in de roedel. Er is geen bijtrem naar wolven buiten de roedel en zelfs als een andere wolf zich laag opstelt of zijn buik/keel laat zien, is dit geen garantie op overleven.
De hond behoudt in tegenstelling van de wolf juveniele (jeugdige) eigenschappen en komt geestelijk niet tot volwassenheid. Dit is in ons voordeel en maakt dat wij onze honden kunnen houden in deze maatschappij. Zo is aan het juveniele gedrag te danken dat ze ook na de puptijd nog spelen en dat ze vreemde honden niet doodbijten terwijl dat dus eigenlijk geen gestoord gedrag zou zijn .
Je spreekt pas van een roedel als honden elkaar ongeveer 4 keer per week zien.

C   Correctie

Positieve correctie/ straf = toevoegen van een vervelende prikkel waardoor het gedrag verminderd.
Ruk aan de slipketting, schreeuwen, schoppen. Deze correctie is moeilijk te timen en moeilijk om de juiste dosering toe te passen, wat weer kan leiden tot negatieve aandacht, dus belonend.(als je niet hard genoeg een positieve straf toevoegt dan werkt de correctie als een bekrachtiger).

Negatieve correctie/ straf = we halen iets weg wat de hond graag wil hebben bv aandacht,iets lekkers of een speeltje. De hond in de auto zetten als hij op het veld loopt te blaffen. Dit is dus wel degelijk een straf. Ook bij zeer opgewonden honden als er bezoek komt is wegzetten in een andere kamer een prima negatieve correctie/ straf. Dit is een acceptabel en sterk training middel.

D   Deemoedplas

Niet al het binnen plassen komt voort uit onvoldoende zindelijkheidstraining. Sommige honden doen zogenaamde deemoedplasjes. Het laten lopen van een beetje urine is een natuurlijke reactie van een hond, die een andere hond of een mens wil laten weten dat de ander veel hoger in rang is dan hijzelf.
Het is een manier om respect te tonen. Deemoedplasjes worden gedaan in situaties waarin de hond onzeker is (bijvoorbeeld wanneer hij wordt gestraft) en is bedoeld om eventuele agressie van de ander te remmen.
Pups doen sneller een deemoedplas dan een volwassen hond, maar ook bij sommige (deemoedige) volwassen honden zien we dit gedrag.
Stel jouw pup vertoont dit gedrag als je thuis komt, probeer je hondje dan direct op te tillen of mee naar buiten te nemen voordat het plassen begint, daarna kun je hem uitvoerig begroeten.

Dominant

Wanneer spreek je van dominant gedrag? Wanneer spreek je van dominant zijn?

Als voorbeeld neem ik even een hond die na het doen van zijn behoefte flink met zijn achterpoten geur achter laat voor de volgende hond die daar langs komt
Het is dominant gedrag maar het zegt niets of de hond dominant is. Het woord dominant gedrag gebruik je altijd in 'relatie' met. Dominant zijn, heeft met standen van oren en staart te maken. Een hond die zonder interactie met soortgenoten of mensen ergens loopt met een hoge houding, geeft daarmee zelfverzekerdheid aan. Tijdens een ontmoeting met een totale vreemde zal de houding dus zekerheid of onzekerheid uitstralen want er is nog geen sprake van een relatie. De dominantie is dus alleen afleesbaar uit houdingen en niet uit gedrag. Dominant zijn is op strategische plekken liggen, als eerste door de deur, trekken aan de lijn samen met route bepalen, als eerste eten, enz. Wij mensen kunnen honden wel aansporen om dominante gedragingen toe te eigenen. Wanneer een hond maar vaak genoeg dominant gedrag kan vertonen en hierbij niet gecorrigeerd of zelfs beloond wordt kan er op een subtiele wijze een rangwisseling plaatsvinden. De eigenaar wordt zich dat meestal te laat van bewust . Hij wordt dan geconfronteerd met een rangordeprobleem en loopt het risico zelfs gebeten te worden. Want een ranghogere mag een ranglagere corrigeren.

Droge neus

Wat je mensen vaak hoort zeggen is 'een hond met een droge neus is ziek en een hond met een natte neus is dus gezond'.De vochtigheid van de hondenneus zegt niets van de gezondheid van de hond. Een hond kan niet zweten via zijn huid en raakt overtollige warmte kwijt via de voetzooltjes, tong en via zijn/haar neus. Honden hebben een vochtige neus om op die manier geuren goed op te kunnen nemen. Zonder vocht zou het moeilijk zijn om alle geurmoleculen naar de geurcentra te krijgen. Wanneer een hond een droge neus heeft binnen kan het maar zo zijn dat hij dus niets te snuffelen heeft. Zodra je dan echter naar buiten gaat waar hij lekker kan snuffelen wordt de neus weer vochtig: er zijn weer interessante geurtjes om te ontdekken en te bepalen in de geurcentra.

E   Extinction burst

Een geweldige toename van gedrag, vlak voordat het uitdooft.

F   Feromonen

Het woord Feromoon komt uit het Grieks en betekent de drager van de opwinding. Het zijn stoffen die de andere sexse aantrekken. Je kunt ze niet zien, niet waarnemen en niet ruiken maar honden ruiken ze wel en het is voor hen een heel belangrijk communicatie middel. Honden halen met een snuif bij een andere hond de informatie over leeftijd, het geslacht, wel of niet gecastreerd, het wordt oa gebruikt om territorium af te bakenen enz. Dierlijke feromonen worden zoals musk worden verwerkt in parfums. Nu zijn er ook bepaalde therapieën bij honden waar feromonen gebruikt worden.

G   Geweten

Een hond heeft geen geweten, hij zal je niet willen plagen of straffen (omdat je hem alleen hebt gelaten of omdat hij tijdelijk naar een pension is geweest).

Honden denken niet in goed of fout maar in veilig of onveilig.

Heb je de hond ooit bestraft bij binnenkomst voor een plas of iets wat hij stuk heeft gemaakt zal een hond alleen door jou manier van binnenkomst, je stem, houding of mimiek, gedrukt lopen of kijken en niet omdat hij iets heeft gedaan wat niet mocht.

Een hond weet namelijk helemaal niet meer dat hij dat gedaan heeft en is het voor de eigenaar van belang na te gaan waarom de hond dit gedrag vertoonde want een hond doet iets niet zomaar of vanuit protest. Hij moet leren om alleen te blijven, hij moet leren om te knagen op dingen die daarvoor geschikt zijn en hij moet leren om buiten zijn behoefte te kunnen doen.

Gedrag

Helaas denken veel mensen dat de hond bepaalde gedragingen uitvoert voor zijn baas. Maar niets is minder waar hij voert alleen gedragingen uit waar de hond zelf beter van wordt (of voor een beloning of om correcties of een onaangename prikkel te voorkomen,vermijdingsgedrag). Niets mis mee natuurlijk, desondanks is wel mogelijk om een goede samenwerking te hebben met je hond, waar beide veel plezier aan kunnen beleven.

Gedragssynchronisatie

Een fenomeen wat samenhangt met de dominantieverhoudingen is de gedragssynchronisatie. Dit wil zo veel zeggen dat de alphahond (de baas) het gedrag vaak bepaald. Het gedrag van de ranghoogste wordt overgenomen door de ranglageren (baas houdt niet van regen dus dan de hond ook niet). Ook kan de individuele hond zich aanpassen aan de stemming die heerst binnen de roedel.
Stel baas is bang in het donker, hond neemt dit gedrag over.Dat noem je facilisatie. Dit komt alleen maar voor als de baas ranghoger is dan de hond, stemming gaat altijd over van laag naar hoog. (Voordeurbel complex, bel gaat jij als baas bent moe en hebt geen zin om gestoord te worden. Opgefokt ga je de deur openen, hond voelt dit en kan dat onthouden als de bel weer gaat).
Indien er probleemgedrag is ontstaan doordat de hond de stemming van de baas overneemt is dit gekomen omdat de eigenaar dominant is over de hond.

Gras eten

Waarom honden gras eten is nog niet bewezen. Sommige hondenkenners zeggen dat het duidt op vitamine te kort of dat het met maag/darmklachten te maken heeft. Door het eten van gras zou een hond makkelijk kunnen braken zodat er een verlichting van de klachten ontstaat. Maar nu blijkt dat honden heel makkelijk kunnen braken en daar geen gras voor hoeven te eten. Wat vast wel bij ieder van jullie bekend is dat het gegeten gras in de ontlasting er onverteerd uitkomt en dat is omdat honden niet tegen de cellulose kunnen (cellulose is de basissubstantie van de plantaardige celwand)

H  

I

J   Jaloezie

Er zijn in de omgang met honden situaties te bedenken die de indruk wekken dat je hond jaloers is. Veel mensen met zo'n hond aaien bv geen andere honden meer omdat hun eigen hond daar direct een stokje voorsteekt om dat contact tegen te gaan. Sommige honden willen bv niet dat je intensief omgaat met andere mensen of dat je aan het telefoneren bent en hij alle aandacht wil. Dit duidt echter niet op jaloezie maar als je iets beter kijkt zie je dat er sprake is van een rangordeprobleem. Een hond die zich hoger is rang voelt neemt het recht om te bepalen of en hoe je met andere omgaat. Als hogere in rang heeft hij het voorrecht aandacht van je te krijgen. Doe je niet wat hij wil dan probeert hij gewoon de spelbreker te verjagen. In zijn hogere positie is dat nu eenmaal zijn recht en zijn plicht.

K  Kennelsyndroom

Een hond moet na zijn geboorte binnen enkele weken wennen aan mensen, zodat hij deze als 'eigen' herkent. Wordt een pup grootgebracht in een prikkel arme omgeving dan spreken wij van het kennelsyndroom. Honden kunnen, als ze geen kennis gemaakt hebben met mensen, honden of kinderen, voor deze groepen angst ontwikkelen. Als de pup in deze socialisatiefase niet gesocialiseerd word, kan hij een kennelsyndroom ontwikkelen. Als hij dit heeft dan kan dit op latere leeftijd zo goed als nooit meer gecompenseerd worden.

L   Lachen

Sommige honden laten bij binnenkomst van baas of bezoek een gedrag zien wat sommige mensen als 'lachen' interpreteren. Het is echter soms moeilijk wanneer een hond natuurlijk gedrag vertoont of aangeleerd gedrag laat zien. Een hond die door omstandigheden conflict gedrag vertoont kan daardoor tegelijkertijd gedragingen laten zien uit 2 of meer hoofdinstincten (voorbeelden van die instincten zijn 1 agressie, 2 angst, 3 spel, 4 vriendschap enz)
Stel een teefje heeft pups en laat agressie zien omdat ze haar pups wil beschermen maar ze is ook blij dat de baas binnenkomt, vriendschap. Doordat je deze gedragsystemen tegelijkertijd ziet, zie je een soort lachen van de hond. Als je dit nu aanmoedigt door aan dat gedrag aandacht te besteden zal je hond door je reactie dat vaker laten zien en heb je een lachende hond.

Leren. Hoe leren honden en wat is gedrag?

Het gedrag wat een hond laat zien wordt door veel factoren bepaald. Wat voor ras is het bijvoorbeeld, is het een reu of een teef, en wat heeft hij genetisch gezien meegekregen. Het is afhankelijk wat hij heeft meegemaakt en wat voor ervaringen heeft hij opgedaan met mensen, geluiden, nieuwe situaties enz. Er zijn ook veel gedragingen die een hond van zijn eigen baas heeft geleerd doordat het gedrag hem iets heeft opgeleverd, denk aan het opspringen of blaffen, wat een eigenaar nog leuk vond toen het een klein en schattig pupje was. Maar een hond kan ook gedrag overnemen van een andere hond (of kat) die al in huis is.

Een hond leert niet alleen van zijn baas maar ook vanuit zichzelf, door zijn eigen ervaringen. Als de deksel van de vuilnisbak niet goed gesloten is en de hond daar allerlei lekkers uit kan pakken zal hij dit de eerst volgende keer weer proberen. Maar mocht het zo zijn dat als de hond iets lekkers uit die vuilnisbak wil pakken en de deksel valt op dat moment met een hard geluid op de grond waardoor hij schrikt zal hij het de eerst volgende keer wel uit zijn hoofd halen om weer bij dat enge ding in de buurt te komen.

Waardoor wordt een bepaald gedrag in gang gezet? Dat komt omdat de hond reageert op een signaal ofwel prikkel van binnen of van buitenaf. Als een hond een konijn of een kat voorbij ziet rennen en hij zit niet aan de riem dan komt zijn natuurlijke prooidrift naar boven en zal hij er achter aan gaan. Het kan ook een prikkel van binnenuit zijn. Als hij dorst heeft dan gaat hij water drinken.
Hier is veel onderzoek naar gedaan, o.a. door de Russische geleerde Pavlov die met proefhonden werkte. Als ze voedsel kregen dan liet hij tegelijkertijd een bel horen. Na een paar keer hadden de honden geleerd dat de bel eten betekent, dit noem je passief leren of ook wel associatie leren. Ze begonnen dan ook al bij het horen van de bel hevig te kwijlen.

De Amerikaan Skinner werkte met duiven. Hij liet een duif tegen een plaatje tikken voordat hij voer kreeg. Het voer was dus de beloning voor het tikken tegen het plaatje. Dit noem je vrijwillig of operant leren, dit is leren van de gevolgen van je eigen gedrag.
Om het weer even naar de honden te vertalen noem ik twee voorbeelden. De hond gaat zitten en krijgt als beloning een brokje. Of de hond komt de bal terugbrengen en als beloning wordt de bal nog een keertje gegooid.
Beide leerbeginselen worden gebruikt bij het opvoeden en trainen van honden. Als een hond begint met dingen te leren dan wordt hij in het begin altijd beloond. Heel simpel omdat hij gedrag wat beloond wordt zal gaan herhalen. Gedrag wat niet beloond wordt verdwijnt over het algemeen vanzelf. Als de hond begrijpt wat van hem verwacht wordt dan wordt er niet meer altijd een brok gegeven. De hond zal dan steeds beter zijn best gaan doen omdat hij nooit weet wanneer het hem iets oplevert. Of de beloning wordt in een andere vorm gegeven. Met de stem bijvoorbeeld, of met een knuffel, of misschien wel door het gooien van de bal waar hij zo graag achteraan rent.


Wat is belangrijker tijdens de opvoeding van de hond, de beloning of de straf?

Timing

Voor zowel de beloning als de straf is de timing van het grootste belang. Een beloning die na 2 seconden gegeven wordt heeft niet het effect dat de baas zou willen dat het heeft (een straf of beloning moet binnen een halve seconde plaatsvinden). Hij beloont dan namelijk niet het gewenste gedrag. Honden leven van moment tot moment. Het ene moment zijn ze met iets bezig en het volgende moment weer met iets anders. Dan zijn ze ook alweer vergeten wat ze het moment ervoor hebben gedaan.

Straffen/corrigeren

Stem

Een straf die op het juiste moment en op de juiste wijze gegeven wordt, leert op den duur wat de hond niet moet doen. Er kan gestraft worden met de stem mits de hond geleerd heeft wat je met ‘foei’ of ‘nee’ betekend, maar daar gaat een bepaalde oefening aan vooraf.
Meestal leert een hond niet door hem te straffen, een straf moet direct komen als de hond het gedrag laat zien en wij mensen zijn dan vaak al te laat.
Straffen brengt veel stress met zich mee en door stress stopt het leren.
Dus voorkom ongewenst gedrag zoveel mogelijk, leer je hond wat hij wel mag doen en beloon hem daarvoor.

Negeren

Een andere manier van corrigeren is het negeren van de hond. Gedrag wat beloond wordt zal de hond gaan herhalen. Gedrag wat genegeerd wordt verdwijnt naar de achtergrond. Ik zal een voorbeeld noemen. Als een hond tegen je opspringt omdat je hem daarvoor ooit een knuffel hebt gegeven, naar hem hebt gekeken of hem heb weggeduwd zal hij dit gedrag kunnen gaan herhalen, want het heeft hem toen iets opgeleverd. Zou je nu zijn gedrag volledig negeren en negeren is niet kijken niets zeggen en geen lichamelijk contact maken op dat moment zal het gedrag uiteindelijk uitdoven.

Belonen of straffen

Een straf die op de juiste wijze en op het juiste moment wordt gegeven en die ook een straf is die een hond begrijpt, leert de hond wat hij niet moet doen. Een beloning, op de juiste wijze en het juiste moment gegeven en die hij als beloning ervaart leert de hond wat hij wel moet doen. Het gedrag wat beloond wordt gaat de hond herhalen en ander gedrag verdwijnt op den duur. . De beloning is vele malen belangrijker dan de straf. Wanneer een hond op een positieve manier wordt opgevoed dan zal hij een goede band met je krijgen. Beter dan dat hij het onder dwang zou doen. Honden zijn sociale dieren en reageren daarom goed op beloning en genegenheid. Het werken met de hond op een positieve manier is voor de baas ook veel leuker. Daarnaast moet in het oog gehouden worden dat voorkomen beter is dan genezen. Het is beter om in te grijpen op een moment dat de hond op het punt staat om iets te gaan doen, dan achter de feiten aan te hollen.

Loslopen? Begin er vroeg mee!

Wolven leven in roedels/groepen waarvan één wolf de leider is.
Hij of zij is de enige die bepaalt wat er gebeurt, iedereen volgt de leider want zonder hem of haar overleven ze niet.
Maak daar gebruik van en laat je pup zoveel en zo vroeg mogelijk op veilig terrein los lopen, je pup zal dicht in de buurt blijven. Beloon daarvoor met je stem en iets lekkers.
Leer je pup/hond (zeker aangelijnd) zo min mogelijk, zonder dat hij daar toestemming voor gekregen heeft, naar andere honden of mensen toe te gaan. Ziet hij ze, roep hem vrolijk naar je toe en beloon voor goed gedrag.

En leer je hond dat hij na een bepaalt commando wel met andere mensen en honden contact mag maken.

M  

N  Nagels knippen bij jouw hond

Nagels knippen.....gelukkig zijn er veel honden waarbij het nooit gedaan hoeft te worden. De nagels slijten vanzelf door het lopen op harde ondergronden en het gewicht van de hond. Bij deze honden is het belangrijk om af en toe te controleren of het zijnageltje niet te lang wordt. Knip je de nagels te kort af, dan knip je in het 'leven', waarbij bloedingen het gevolg zijn. Bij lichte nagels is dit leven makkelijker te zien dan bij zwarte nagels. Om te kort afknippen te voorkomen kun je de nagels altijd bij de dierenarts of trimsalon laten knippen.

De meeste honden vinden het niet prettig als er aan hun pootjes gekomen wordt en het knippen van nagels kunnen ze een enge bezigheid vinden. Om angst, stress en agressie te voorkomen kun je er voor zorgen dat het geen vervelende gebeurtenis voor jouw hond hoeft te zijn. In enkele stappen kun je jouw hond leren dat nagels knippen juist leuk is. Hiermee kun je stress, angst
en agressie voorkomen of doorbreken. Dit is voor jou en jouw hond wel zo prettig. Trainingsessies duren enkele minuten en je hebt voordat je begint altijd iets lekkers paraat want belonen voor goed gedrag moet binnen een halve seconde. Je kunt ze meerdere malen per dag herhalen

De eerste stap

Jouw hond leren dat het aan zijn pootjes zitten niet eng is maar hem juist iets leuks en iets lekkers oplevert. Je raakt met jouw hand een pootje aan, terwijl het voetje op de grond blijft staan en beloont voor goed gedrag met een stembeloning én iets lekkers. Dit herhaal je enkele malen en probeert een volgend pootje op deze manier aan te raken, dit herhaal je met alle pootjes.

De tweede stap

Je herhaalt de stappen zoals hier boven beschreven en tilt de pootjes nu één voor één iets op. Ga niet te snel en beloon bij goed/ontspannen gedrag voor elke aanraking en het optillen van iedere poot apart. Als jouw hond dat gedrag laat zien kun je de nagelschaar erbij pakken.

De derde stap

Laat jouw hond naar de schaar kijken of eventueel ruiken beloon direct met een stembeloning én iets lekkers. Daarna til je een keer een pootje op en raakt het pootje aan met een gesloten schaar. Dit bouw je met kleine stapjes op totdat je een heel klein stukje van de nagel kan afknippen. Op deze manier heb je al een boel bereikt en kunt alsnog besluiten of u de daadwerkelijke nagelverzorging zelf wilt doen of hulp wilt hebben van jouw dierenarts.
 

O  Ontwormen

Er zijn nog altijd massa's mensen die hun honden preventief ontwormen. Maar dit heeft geen enkel nut. Je kunt geen wormen wegnemen die er niet zijn. Je hond kan de dag nadat je hem een ontwormmiddel gegeven hebt wormen krijgen.

P   Persoonlijke-zone

Dat heeft elk individu, de kritische afstand is per individu en per relatie afhankelijk. Als je een hond aan de riem hebt en die ontmoet een andere hond aan de riem, gaat het niet om territoriaal gedrag maar om de persoonlijke zone die dan overtreden wordt.

Poep eten

Poep eten is onsmakelijk gedrag wat bij honden veel voorkomt. Het mag dan een vieze gewoonte zijn maar het is geen abnormaal gedrag. Bij teven met pups is dit zelfs normaal gedrag om het nest schoon te houden. Tot een week of drie kunnen pups zich zelf niet ontlasten en likt de teef rond de genitaliën (geslachtsorganen) en als de pups zich dan ontlasten likt ze alles gelijk op. Zo blijft het nest schoon. Normaal gesproken stopt de teef met dit opruimen als de pups over gaan op vast voer maar sommige teven gaan door totdat alle pups het nest verlaten hebben. Pups zien dit gedrag van hun moeder en is de kans groot dat ze dit gedrag na gaan doen.
Poep eten komt ook voor bij pups die in vervuilde nesten bij (brood)fokkers zitten omdat ze hun eigen nest niet willen bevuilen of vanuit verveling.

Poep eten is zelfbelonend gedrag de hond vindt het gewoon lekker. Het gedrag wat een hond iets positiefs oplevert, zal hij herhalen. Als de hond zijn beloning binnen heeft, heeft straffen geen zin meer. Probeer dit gedrag dus zoveel mogelijk te voorkomen en beloon voor goed gedrag. Zorg dat je altijd een beloning/lekkers voor de hond bij je hebt, een ‘ goed zo’ in combinatie met iets lekkers werkt beter dan alleen een ‘goed zo’.

Om het gedrag te doorbreken is het raadzaam om je hond met een korte lijn uit te laten en goed op te letten welke lichaamstaal hij laat zien als hij ontlasting ruikt. Gaat je hond stil staan, of zie je dat zijn staart hard gaat kwispelen, of zie je dat hij met een snelle oogbeweging kijkt of je hem in de gaten hebt?
Als je die signalen herkent roep je de hond vrolijk of geeft hem een ‘zit’ commando en voor dat (gewenste) gedrag kun je hem dan belonen.

Je kunt om het poep eten af te leren er voor kiezen je hond geen eten meer te geven uit zijn voerbak maar zijn voer gewoon dagelijks bij je te dragen (in een beloningstasje, broekzak of buiktasje).

Als je hond honger heeft zal hij snel leren dat hij zijn eten kan verdienen door naar je toe te komen.

Q  

R   Ritualisatie

Dieren die in sociaalverband leven gebruiken signalen naar elkaar om ongelukken te voorkomen. Zoals bijvoorbeeld het mondhoeklikken (pups stimuleren zo het uitbraken van voedsel bij de moederhond). Dit is geritualiseerd tot een agressieremmend gedrag, mondhoeken likken als onderdanig signaal naar de ander.

S   Socialisatie

De meeste hondeneigenaren willen een rustige hond die niet bang is, geen overmatige agressie vertoont en overal mee naar toe genomen kan worden.       Om dit alles te realiseren is een goede socialisatie belangrijk.

In de praktijk betekent dit dat een eigenaar zijn pup (tussen de 7e tot 12e levensweek) op een positieve manier laat kennismaken met kinderen, soortgenoten, verkeer en allerlei soorten mensen, dieren en geluiden. De eerste periode van socialisatie begint bij de fokker en de tweede bij het toekomstige baasje.

Het is van groot belang dat onze pup kennis maakt met allerlei soorten honden, want door het fokbeleid hebben we het onze honden moeilijker gemaakt om samen te communiceren. Denk hierbij aan gecoupeerde staarten en oren, zulk lang haar dat je de ogen of de lippen niet kan zien van een andere hond, waardoor de hond allerlei communicatie signalen mist. Een van de rassen wat voor een hond bijvoorbeeld moeilijk te lezen kan zijn is de Ridgeback, wij vinden zijn 'pronkrug’ zo mooi maar voor een hond kan dit als 'borstelen' worden interpreteert, een signaal wat op opwinding en agressie duidt.

De neutrale staart stand van een Beagle (wordt hoog gedragen) is wel degelijk anders dan de neutrale staart stand van een Windhond (wordt laag gedragen), vandaar is het van groot belang om je pup al op jonge leeftijd, kennis te laten maken met meerdere typen hond.


Spelen met je hond (*met dank aan Butch)

Spelen met je hond heeft voor de hond. (en niet in de laatste plaats voor de baas), een heel belangrijke functie, het kan een positieve uitwerking hebben op de relatie tussen baas en hond. Nb. voor de hond is spelen prooidrift, bijtdrift etc.

  1. Spelen is plezier voor twee, voor u en de hond.
  2. Spelen versterkt de band tussen baas en hond.
  3. Spelen voorkomt verveling, dus het kan het slopen van meubelstukken e.d. voorkomen.

Door de hond enthousiast te maken voor een bepaald speeltje, is dat speeltje mooi te gebruiken om de hond af te leiden in bepaalde situaties.

Het is wel belangrijk bij het spelen met uw hond, dat u bepaalt wanneer er gespeelt wordt. De ranglagere (de hond) mag wel met het spel beginnen maar u bepaalt (als ranghogere) of u op het spel in gaat.

Trekspelletjes: Dit spel is geen ontspanning maar het kan na een intensieve training wel ontlading zijn.

Dit kunt u doen met een stuk touw of wat er voor handen is, veel honden zijn hier gek op, doe het alleen als u er zeker van bent dat u sterker bent dan de hond, en laat de hond zoveel mogelijk recht naar achteren trekken, dit i.v.m. nekblessures, trek de hond ook niet aan het touw de lucht in, u kunt zich voorstellen wat er met de nekwervels gebeurt. U moet een trekspelletje altijd winnen, je gaat een competitie aan met je hond. Wie de buit heeft is de nummer een. Kies een favoriet stuk speelgoed van de hond en ruim dit na het spel ook weer op. Ander speelgoed kunt u gewoon in de kamer (of waar dan ook) laten liggen.

Jagen achter een balletje aan:

Dit is ook een leuk spelletje, de hond moet dan wel interesse hebben in een balletje natuurlijk, mocht dit niet het geval zijn zorg dan dat het balletje wel interessant voor de hond wordt, dit kunt u doen door zelf heel enthousiast met het balletje te gaan spelen, gooi het in de lucht en vang het weer op, ga ermee stuiteren, en u zult zien op een gegeven moment wil de hond meedoen.

Speuren:

Veel honden zijn er gek op, gewoon het favoriete speeltje verstoppen en de hond het speeltje laten zoeken, of neem drie plastic bloempotten, verstop een brokje onder een van de omgekeerde bloempotten en laat de hond het brokje opzoeken, en die gevonden is bent u natuurlijk laaiend enthousiast, begin gemakkelijk en bouw het langzaam op. Doe het in het begin niet te lang achter elkaar, het kost de hond heel veel energie

En zo kunnen we nog wel even doorgaan, gebruik uw fantasie om zelf leuke spelletjes te bedenken.

Want wat is er mooier om te zien, een vrolijke hond met een vrolijke baas.

Successievelijk ambivalent gedrag

Hierbij wisselt de hond de gedragingen uit twee of meerdere gedragsystemen met elkaar af, bv naderen, wijken en propeller kwispel (hoog, laag).

Stop met straffen!

Wanneer honden elkaar tegen komen spreken ze een andere taal dan hoe wij met een hond kunnen communiceren.

Honden zenden allerlei agressieremmende sleutelsignalen naar elkaar uit en een hond die zich klein maakt voor een andere hond, laat op die manier een onderwerpinggebaar zien en dat is vaak een duidelijk teken van ‘zich overgeven’

Als wij onze hond een standje geven en een hond zich klein maakt interpreteren wij dit gebaar vaak verkeerd en krijgen door die houding het idee dat we door moeten straffen omdat de hond 'begrijpt' dat hij fout is. Maar daarmee schaad je het vertrouwen van je hond, hij kan zich niet nog kleiner maken en vertoon jij al baas in dit geval onnatuurlijk dus gestoord gedrag. Het enige wat een hond in een dergelijke situatie dan nog kan doen is bijten.

Dus probeer straffen te voorkomen beloon juist goed gedrag, want gedrag wat een hond iets oplevert, zal hij graag herhalen.

T   Trekken aan de riem

Het doel is dat de hond op commando met een slappe lijn met je meeloopt. Je hond hoeft niet naar je te kijken of strak naast je te lopen, hij mag snuffelen en hij mag zich alleen ontlasten met jouw toestemming, zodat de hond zich aan jou aanpast en niet andersom.
Wandelen zonder trekken kun je alleen aan honden leren die ook los mogen lopen, of waarmee je fietst of regelmatig mee traint, anders vraag je iets onmogelijks van je hond.
Ga nooit aan de lijn trekken om aandacht te krijgen, je hond te corrigeren of te sturen. Hier kan je hond bang of onzeker van worden of ze kunnen daardoor in verzet komen.
Bouw de oefening langzaam op, de hond moet de kans krijgen om het wandelen zonder trekken ook aan te leren. Geef nadat je een stukje geoefend hebt het commando ‘vrij’, bij dat commando mag de lijn weer strak staan zonder dat je gaat mopperen of corrigeren.
Bij pups gebruik je nooit een correctie, want meelopen met de geleider moet leuk zijn. Bij deze leeftijd of bij sommige oudere honden begin je bij je been met het belonen met een brok, dit ga je al snel afbouwen anders wordt het de oefening ‘brokje volgen’.
Een hond leert trekken aan de riem omdat het succes oplevert. Hij wil het liefst zo snel mogelijk ergens naar toe en loopt dan harder dan zijn baas. En vaak werkt dat ook, dus trekken levert iets leuks op. Dat begint al vanaf de puppytijd. Eerst wil je hond niet aan een riem lopen en duurt het een poos voordat je ergens bent. Maar opeens heeft de pup de smaak te pakken en opgelucht loop je in flinke pas achter hem aan. Op dat moment spreek je van zelfbelonend gedrag. En zal de hond dit steeds vaker en sneller gaan doen om zijn doel te bereiken. Nu denken veel mensen dat als je tijdens het trekken een flinke ruk aan de lijn geeft de hond dit wel zal afleren maar meestal werkt dit niet omdat de hond het trekken aan de lijn en het sneller ergens komen veel belangrijker vind dat de correctie van de baas. Ook is die correctie heel verwarrend voor de hond want met die ruk ‘denkt’ de hond dat hij niet die kant op mag en toch loop je na die correctie samen door met je hond. Voor sommige honden kan een schreeuw of een ruk ook averechts werken en zien ze het als een aanmoediging om nog harder te trekken en dan ben je nog verder van huis. Dus je moet je hond gaan aanleren dat trekken (ongewenst gedrag), geen succes oplevert en wandelen met een slappe lijn (gewenst gedrag) wel succes oplevert.

Er worden door de 'handel' verschillende hulpmiddelen aangeboden die met wisselend succes ingezet kunnen worden:

  1. Halti
    Het is een soort paardenhalster dat om de neus van de hond gesnoerd wordt, als de lijn strak komt te staan. Deze wordt vaak gebruikt als een correctie middel waarbij het bijten over de snuit nagebootst kan worden. De halti gebruikt men meestal als de hond zo aan de riem trekt, dat wandelen niet leuk meer is. De halti, die op deze wijze gebruikt wordt is overbodig, en een hond onvriendelijk hulpmiddel. De halti kan soms wel ingezet worden bij bepaalde gedragsproblemen, samen met therapie, als tijdelijke oplossing.
  2. Gentle leader
    Deze is afgeleid van de halti de gentle leader snoert ook om de neus van de hond. Dit is een onvriendelijk hulpmiddel waarbij de hond continu een correctie krijgt en daardoor alles wat in zijn buurt komt als onprettig gaat ervaren (voorbij gaande kinderen, honden, fietsers enz).

U  

V  

W  

X  

IJ  

Z   Zindelijkheidstraining

Hoe kan je een pup nu het beste zindelijk maken?

De blaas van een pup is, net als baby’s nog niet op volle sterkte ontwikkeld en ze hebben niet de mogelijkheid om hun plas op te houden. Als ze moeten plassen dan moeten ze ook echt. Vandaar dat een pup dus heel vaak moet plassen. Dat gebeurt vaak na het eten, slapen, en in na of een pauze van een spel. Dus ga dan liefst direct met je hondje naar buiten om het zindelijk maken te stimuleren.

In het nest gaan de hondjes vanaf 7 weken al naar een vaste plek waar ze hun behoefte doen(daar is het veilig) en daar kun je gebruik van maken door dat direct in te voeren, als je de eerste dag met je hondje thuis komt. Zet hem na de reis direct ergens neer, waar hij zich kan ontlasten en prijs hem daarvoor. Als je een tuin hebt kun je er voor kiezen om daar een vaste plek te hebben voor de pup en als de omstandigheden het toelaten, is het raadzaam om de deur naar de tuin open te zetten.
Stel je ziet het gebeuren dat je hondje door zijn knietjes gaat, niet boos worden maar til je pupje op en er ontstaat automatisch een plasrem zodat je de tijd hebt om je hondje op de arm naar de vaste plek te brengen. Heeft het ontlasten al plaatsgevonden dan ruim je het zonder mopperen op en probeer je dit de volgende keer te voorkomen. Ga ondanks dat de hond uitgeplast is toch naar buiten zodat hij gaat leren dat hij zijn behoefte buiten moet gaan doen. Straf je hond nooit als hij iets in huis doet een hond kan daardoor urine gaan drinken of zijn ontlasting gaan opeten om zo straf te voorkomen of je riskeert dat een hond zich niet meer durft te ontlasten waar jij bij bent.
Laat je pup rond 23.00 uur nog een keer uit en neem hem (zeker de eerste dagen) mee naar je slaapkamer zodat je merkt wanneer hij onrustig wordt en weer naar buiten moet zodat je het plassen in doos of bench kunt voorkomen.

Ga om het plassen in huis te voorkomen niet de waterbak weg zetten, daardoor is de kans groot dat je stressdrinkers gaat creëren. Een hond moet de hele dag, tot zijn laatste uitlaat ronde, over water kunnen beschikken.

bron: http://www.hondenschooldelaar.nl

©Dogdaycare

 

 

                                                   << INDEX-PAGINA >>

                                       

                                       © van het Labber Kampje Cavaliers