|
Het bevat
minder vet en suiker waardoor het lichter verteerbaar is. Het eerste
24 uur na de bevalling is de biest het rijkst aan afweerstoffen,
daarna loopt het snel terug en komt de gewone melk op gang. Is de moeder
nog aanwezig maar wil zij niets van de pups weten? Probeer dan
zoveel mogelijk biest
(eerste melk) op te vangen.
Wij doen dit met een kleine injectiespuit van 1 of 2 ml (zonder
naald uiteraard). Druk op de tepels van de moederhond tot u melk
ziet, zuig dit op met het spuitje. Houdt hierbij wel rekening dat
dit een langdurige kwestie is! Maar indien de biest niet aanwezig
is, is dit ook geen probleem want ook zonder biest kan de
pup opgroeien.
Heeft u een beetje biest opgevangen verdeel dit dan over de pup(s)
die u heeft door middel van
druppeltjes in de bek. Iedere druppel is belangrijk voor de pup!
* Immunoglobuline.
Immunoglobulines (afgekort Ig) of antilichamen zijn
eiwitten
die door de mens en andere gewervelde dieren worden geproduceerd als
antwoord op het binnendringen van het lichaam van een
lichaamsvreemde stof of lichaamsvreemde cellen,
antigenen.
Ze vormen daarmee een belangrijk onderdeel van het
immuunsysteem.
Immunoglobulines komen in het bloed en in de
extracellulaire vloeistof
in weefsels voor.
De werking :
Immunoglobulinen binden aan een
epitoop
van het antigeen. Dit kan verschillende effecten hebben:
Neutralisatie
: Dit betekent dat het antilichamen aan bepaalde gedeeltes van
het antigeen binden, waardoor het antigeen geen interacties met
cellen
of
moleculen
meer aan kan gaan. Het antigeen verliest hierdoor zijn werking. Dit
gebeurt onder meer bij gifstoffen (bijvoorbeeld geproduceerd door
bacteriën, zgn.
exotoxines)
of
virussen.
Opsonisatie
: Door omringen van antigeen met antilichamen wordt
fagocytose
(het als het ware opeten van cellen) vergemakkelijkt. Dit komt omdat
fagocyterende cellen
receptoren
bezitten voor het constante deel van immunoglobuline (Fc-receptoren).
Het
complementsysteem
wordt geactiveerd. Dit leidt tot verbetering van de opsonisatie,
omdat fagocyterende cellen ook complementreceptoren bezitten.
Hierdoor wordt fagocytose nog verder vergemakkelijkt. Ook kan het
binden van complement leiden tot directe vernietiging van het
antigeen.
Celgemedieerde cytotoxiciteit die afhankelijk is van
antilichamen : Dit is ook wel bekend onder de Engelse afkorting
ADCC,
die staat voor antibody dependent cell-mediated cytotoxicity. Dit is
vernietiging van het antigeen door
NK-cellen.
Deze cellen bezitten ook Fc-receptoren en door binding aan
antilichamen geven zij bepaalde stoffen af die het antigeen doden.
* Albumine.
Albumine is kwantitatief het belangrijkste
eiwitmolecuul
in het
bloedplasma.
Omdat het in de gezonde situatie niet uit de bloedhaarvaten kan
treden, speelt het een belangrijke rol bij de handhaving van de
juiste druk in de bloedvaten.
Is de albumineconcentratie in het bloed hoger dan buiten de
bloedbaan, dan wordt er water naar de bloedvaten toegetrokken.
Albumine heeft derhalve een water aanzuigende werking. Op deze
manier wordt de juiste druk verkregen. Hierdoor wordt enerzijds
voorkomen dat te veel water vanuit de bloedbaan naar de weefsels
gaat en anderzijds dat te veel water naar de bloedbaan toestroomt.
De hoeveelheid water in de bloedbaan blijft daardoor nagenoeg
constant, en daarmee het totale bloedvolume.
Daarnaast verzorgt albumine het transport van stoffen in het bloed.
Zowel lichaamseigen stoffen als lichaamsvreemde stoffen zoals
medicijnen.
Albumine wordt toegediend bij de behandeling en preventie van
diverse vormen van
shock.
Dit is een situatie waarbij het circulerend bloedvolume (in absolute
of relatieve vorm) te kort schiet, door bloedverlies of
bloedvatverwijding, om een adequate weefseldoorstroming te
verzorgen. Dit kan gebeuren bij ernstige bloedingen door
bijvoorbeeld operaties, bij ernstige brandwonden of bij
bloedvergiftiging.
<<
INDEX-PAGINA
>>
|