Schilfermijt of Cheyletiella

Uw hondje heeft jeuk, hij of zij krabt veel en u vertrouwt het niet……
Er zijn nogal veel verschillende en uiteenlopende oorzaken voor jeuk en huidklachten bij
uw dier. Heel vaak worden de problemen veroorzaakt door schimmels of ectoparasieten.
Onder de ectoparasieten vallen vlooien, luizen en mijten. Er zijn verschillende soorten mijten.
In dit item willen we wat dieper ingaan op de Cheyletiella-mijt.

Zowel honden, katten als konijnen kunnen besmet worden met de
Cheyletiella-mijt. De mijt leeft in de oppervlakkige huidlaag, maar kan
bij ernstige schilfervorming ook tussen de schilfers leven.
De mijten kitten hun eieren vast aan de haren. Besmetting vind plaats
door direct contact, maar de mijten kunnen ook overgedragen worden
door luizen, vlooien en vliegen. De ziekte is erg besmettelijk. Vooral jonge
dieren zijn gevoelig, maar ook oudere dieren kunnen besmet worden.

Cocker Spaniëls, poedels en langharige katten kunnen asymptomatische dragers zijn.
Dit betekent dat ze wel de mijt bij zich dragen, maar er zelf niet ziek van zijn.
Wel kunnen zij op deze manier andere dieren infecteren.

Wanneer heeft de hond de Cheyletiella mijt bij zich ?
Bij de hond zijn de eerste tekenen van een Cheyletiella-infectie een doffe vacht met roos en veel
losse haren. Uiteindelijk zit de hele vacht van de hond onder de schilfers. Sommige dieren hebben
helemaal geen jeuk, andere dieren barsten van de jeuk. De huid ziet er bij de meeste dieren rustig
uit, maar het kan zijn dat er wat kleine wondjes, bultjes of rode plekjes aanwezig zijn.

De mijten zijn redelijk groot en zouden met een vergrootglas in de vacht van uw dier gezien kunnen
worden, maar het is makkelijker om wat haren en schilfers onder de microscoop te bekijken.
Meestal maakt de dierenarts daarvoor een oppervlakkig huidafkrabsel, zodat hij de haren, schilfers
en de oppervlakkige cellen van de huid kan onderzoeken. Het maken van een huidafkrabsel gaat als
volgt. Op een klein, scherp lepeltje druppelt de da. een beetje olie, hierdoor laten de cellen beter los.
Dan schraapt de da. voorzichtig over een klein stukje van de huid tot er wat cellen en schilfers op het
lepeltje zitten. Wanneer hij ook nog aan andere oorzaken voor de huid en vachtproblemen denkt,
kan het nodig zijn dat de da. een dieper afschrabsel nemen moet. De da. zal dan met het lepeltje
wat langer doorschrapen totdat de huid gaat bloeden.

Het is gebruikelijk om op verschillende plekjes een afkrabsel te maken, omdat sommige mijten erg
moeilijk te vinden zijn. Dit ziet er heel gemeen uit, maar meestal hebben de honden er niet zoveel
last van en is het een hele simpele manier om tot ‘n diagnose te komen. En binnen een paar dagen
is de afgekrabte huid weer genezen. De afkrabsels worden op een microscoopglaasje gedaan en
onder de microscoop onderzocht. Als er een mijt in het afkrabsel aanwezig is kan men aan zijn
uiterlijke kenmerken zien om welke mijt het gaat.

Als er een sterke verdenking op Cheyletiellose bestaat kan ook volstaan worden met het nemen
van een plakbandmonster. Daartoe plakt de da. een stukje plakband op de huid van uw dier.
Bij het verwijderen van het plakband worden er oppervlakkige cellen en schilfers meegenomen
met eventuele mijten, die we dan onder de microscoop kunnen zien.

Tot slot is het nog mogelijk om met de stofzuiger een stofmonster van de vacht van uw dier te
nemen. Met behulp van een speciale methode kunnen dan de mijten worden aangetoond.
Deze toch iets bewerkelijker methode wordt toegepast als andere methoden gefaald hebben
om de mijt aan te tonen, maar er toch een sterke verdenking op Cheyletiellose bestaat, of voor
het opsporen van dragers. Het vinden van één mijt is diagnose bevestigend.

De behandeling.
Cheyletiellose is heel goed te behandelen.
Niet alleen het dier dat de Cheyletiella-infectie heeft moet behandeld worden, maar alle andere
dieren in huis moeten ook behandeld worden, zelfs als ze (nog) geen verschijnselen van infectie
vertonen. Omdat Cheyletiella zeer besmettelijk is, is het zeer onwaarschijnlijk dat uw andere
dieren niet geïnfecteerd zijn. Daarnaast kan een ogenschijnlijk gezond dier drager zijn van de
mijt en zo een continue infectiebron voor uw andere dieren zijn. Er zijn twee manieren om de
mijt aan te pakken. Ten eerste is het mogelijk om uw dier(en) 2 - 3 maal, met een week tussentijd,
te wassen met een speciale shampoo. Verder is het ook mogelijk om uw dier twee maal, met 1 mnd
tussentijd, een pipetje in de nek te geven (Stronghold).

Besmettelijk voor de mens !
Cheyletiella is een zoönose, dat wil zeggen dat het ook besmettelijk is voor de mens.
In 20 - 40 % van de gevallen waarbij een huisdier Cheyletiella heeft, wordt ook de mens besmet.
Bij de mens zijn de eerste verschijnselen meestal rode plekjes op de armen en romp.
Meestal valt de jeuk erg mee. Als het dier behandeld wordt gaan over het algemeen de huidklachten
bij de mens ook over.
Zoniet, dan is het verstandig om toch even langs uw huisarts te gaan....




                                                   << INDEX-PAGINA >>

                                           © v h Labber Kampje Cavaliers