|
Cataract |
|
Elke
niet-fysiologische witting of troebeling van de lensvezels en/of
kapsel wordt cataract genoemd. Deze troebeling is een optisch fenomeen en is o.a. te wijten aan een verandering in fysiologisch-lamellaire ordening van de lensvezels en/of aan structurele veranderingen in het lenskapsel zelf. Een andere reden is een wijziging in cellulaire eiwit-concentratie. |
|
Cataract kan
worden ingedeeld in o.a. : |
|
Vooraleer hier verder op in te gaan, willen we eerst even de bouw van een lens uitleggen. In het midden van de lens bevindt zich de kern of nucleus. Deze is volledig omgeven door de cortex. Langs de buitenkant zit het lenskapsel dat aan de voorzijde dikker is dan aan de achterzijde. |
|
In de ontwikkeling van lenstroebeling kunnen we verschillende stadia onderscheiden. |
|
Bij het optreden van de eerste tekenen van cataract, als minder dan 10-15% van het lens-volume troebel is, spreken we van een incepient (beginnend) cataract. |
| Bij verder voortschrijden komt er nog meer troebeling. Er zijn echter nog steeds gebieden in de lens die helder zijn en waardoor we het netvlies nog kunnen inspecteren. Deze vorm wordt dan immatuur (onrijp) genoemd. In dit stadium is de lens osmotisch erg actief. Dit gaat gepaard met veranderingen in de lens zelf: nl. binnendringen van vocht, vorming van spleten ("waterclefts") en toename in volume. |
| Vanaf het ogenblik dat het netvlies niet meer geïnspecteerd kan worden en de patiënt dus blind is aan dat oog, spreken we van een matuur (rijp) cataract. |
| Deze vorm kan dan nog verder evolueren naar een hypermatuur (overrijp) cataract. Een deel van de lens, vooral de cortex, gaat vervloeien o.i.v. enzymen (resorbtie cataract). Na verloop van tijd is het mogelijk dat het netvlies deels terug zichtbaar wordt en dat de patiënt een gedeelte van zijn gezichtsvermogen terug krijgt. Er is meer kans tot deze spontane resorbtie indien het cataract verscheen tijdens de eerste levensjaren van de hond. Bij nader onderzoek zien we dat er plooien verschijnen in het voorste lenskapsel. Dit gebeurt, omdat afgebroken lensproteinen en water doorheen het intacte lenskapsel uit de lens zijn gesijpeld, met als gevolg dat het lensvolume verkleind is en dat het lenszakje in verhouding te groot geworden is. Het verlies van lensinhoud in het oog geeft dan weer aanleiding tot ontstekingen (uveïtis). Soms zijn er ook oplichtende kristalvormige deeltjes zichtbaar, deze zijn afkomstig van afgebroken lensvezels en proteïnen. |
| Als er voldoende cortex vervloeit, dan is het mogelijk dat de kern van de lens naar de bodem van het lenszakje zakt. Dit noemen we dan een Morgagnian cataract. |
|
Bij de hypermature vorm zien we soms ook nog afzettingen van wit materiaal onder het voorste en achterste lenskapsel. |
| Nu wat meer uitleg over de mogelijke oorzaken van cataract. |
|
Vooreerst hebben we de erfelijke vormen. Deze zien we o.a. bij de standaard Poedel, Golden en Labrador Retriever, Cocker, Bobtail, Siberische Husky,Tibetaanse terrier en vele andere rassen. In dat geval wordt het ten stelligste afgeraden om met de aangetaste hond te gaan fokken. Bij erfelijk cataract zien we vaak een typische verschijningsvorm afhankelijk van het ras, bv. driehoekjescataract bij de retrievers, ook wel posterior polair subcapsulair cataract genoemd. Ook is er bepaalde leeftijd van optreden afhankelijk van het ras. We spreken van secundair cataract als de hond ook nog andere oogafwijkingen heeft, die in feite verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van dit cataract: bv. lensluxatie, retinale dysplasie en gPRA (gegeneraliseerde progressieve retina atrofie). Bij rassen waarbij gPRA voorkomt is het erg belangrijk het netvlies te testen vooraleer tot chirurgie over te gaan, want het feit dat de pupillen verkleinen onder invloed van licht geeft geen voldoende zekerheid om te besluiten dat het netvlies nog normaal werkt. Daarom wordt gebruikt gemaakt van een electroretinografie (ERG)-toestel. Eerst krijgt de hond een lichte verdoving en vervolgens druppelen we een produkt in de ogen om de pupillen te verwijden. De patiënt wordt minimuaal 15 minuten in het donker geplaatst. Erna wordt een contactlens op het hoornvlies geplaatst en 2 electroden op de kop (een op de neus, een op het oor). Het ERG toestel produceert lichtflitsen, deze wekken electrische potentialen in de retina op, die dan worden gemeten. Op de computer kunnen we via een curve aflezen of het netvlies nog voldoende werkt. Indien het resultaat slecht is, wordt geen lensextractie uitgevoerd. Het zou niets helpen omdat het achterliggende netvlies toch niet meer werkt. Voor gPRA zelf bestaat er tot nu toe nog geen behandeling. |
| Bij diabetes-cataract (suikerziekte-cataract) is het glucosegehalte in het bloed te hoog, uiteindelijk wordt dit in de lens omgezet tot sorbitol en fructose. Sorbitol veroorzaakt een hypertoniciteit met opstapeling van nog meer water in de lensvezels. De vezels zwellen en dit leidt tot verlies van transparantie. Het gevolg is het optreden van een beiderzijds, symmetrisch en snel ontwikkelend cataract. Bij onderzoek van een patiënt met lenstroebeling wordt steeds aan de eigenaar gevraagd of er klachten van PU/PD/polyfagie zijn. Polyurie/polydipsie betekent veel plassen/veel drinken, polyfagie betekent vraatzucht. Tevens worden ook bloed en urine op suiker getest. Suikerzieke patiënten die worden behandeld met insuline-inspuitingen hebben een erg grote kans om na verloop van tijd toch cataract te ontwikkelen. Zelfs als ze goed geregeld zijn behouden ze een licht verhoogde suikerspiegel, wat uiteindelijk nadelig is voor de lens. |
| Nog andere mogelijke oorzaken van cataract zijn o.a. trauma, toxische produkten en ontsteking. |
|
Congenitaal cataract is aanwezig op het moment dat de oogjes van de pups opengaan. In de praktijk wordt het vaak pas vastgesteld rond de leeftijd van 6-8 weken. Meestal is deze vorm niet progressief. Er kan zelfs een lichte verbetering optreden tijdens de groei, omdat de lens rond de plek nog groeit en de troebeling in verhouding tot de lensdiameter kleiner wordt. Juveniel cataract ontstaat meestal tussen het eerste en achtste levensjaar. Bij nog later optredende troebelingen spreken we van een seniel cataract. |
| Het is niet altijd voorspelbaar of de troebeling in de lens nu zal uitbreiden of niet. Is de witting enkel in de nucleus, dan is er meer kans dat die stationair zal blijven. Zien we vacuolen (blaasjes) aan de rand van de lens of in de cortex dan zal de troebeling heel waarschijnlijk wel verder uitbreiden. |
|
Het is belangrijk om cataract te onderscheiden van lenssclerose. In dit laatste geval treedt er een verdichting op in het centrum van de lens ten gevolge van de ouderdom. Dit is een normale fysiologische verandering. Gedurende het gehele leven vormt de lens nieuwe vezels, maar de snelste groei is wel gedurende het eerste levensjaar. Het lenskapsel beperkt echter de uitzetting van de lens. Daardoor komt het dat de oudere vezels in het centrum van de lens tegen elkaar geperst liggen. Dit zorgt voor de wit-blauwige schijn in het midden van de pupil. De hond kan echter wel blijven zien doorheen deze lens in tegenstelling tot "echt" cataract. De dierenarts kan met behulp van geschikte toestellen (een directe en/of indirecte oftalmoscoop) het netvlies nog steeds beoordelen. Enkel bij erg uitgebreide sclerose zijn kleine oftalmoscopische details niet meer zo scherp zichtbaar. Het is ook mogelijk dat seniel (ouderdoms) cataract en nucleaire sclerose samen voorkomen, of elkaar voorafgaan. |
|
Er zijn nog
andere wittingen mogelijk die we moeten onderscheiden van cataract.
Tot hiertoe bestaan er nog geen medicamenten die de cataract
ontwikkeling vertragen. Is er een plek in het midden van de
gezichtsas, dan kan er voor het dier verbetering zijn door het
gebruik van een mydriaticum. Dit product doet de pupil dilateren
(verwijden) zodat de patiënt terug voldoende kan zien rond deze
plek. Als het cataract erg uitgebreid is, dan helpt alleen een
lensextractie om het gezichtsvermogen te verbeteren. Enkel indien
het achterliggend netvlies nog normaal werkt.
<<
INDEX-PAGINA
>>
|