Breuken
 

Een breuk is een scheur in weefsel, bijvoorbeeld spierweefsel; door het ontstane gat puilt ander
weefsel, bijvoorbeeld darmen. Als dat weefsel knel komt te zitten spreken we van een ingeklemde
breuk. De scheur noemen we breukpoort. We kennen verschillende breuken op verschillende plekken
in het lichaam. De meest bekende zijn wel de navelbreuk, de liesbreuk en de dambreuk.

In vaktermen heet een breuk ook wel hernia.
Ook ‘de’ hernia is een breuk, namelijk een breuk van de bindweefselring in de tussenwervelruimte
waardoor het weke centrale deel uitpuilt en tegen het ruggenmerg drukt; daardoor ontstaan pijn
en verlammingsverschijnselen.

Door een ongeval kan er bijvoorbeeld ook een scheur in de buikspieren ontstaan, waardoor de
darmen via de dan ontstane breukpoort onder de huid komen te liggen, of, als de huid ook nog
gescheurd is, geheel in de buitenlucht terecht komen. Het spreekt vanzelf, dat zo’n scheur zo
snel mogelijk gerepareerd moet worden. We noemen zo’n breuk een hernia ventralis.

Bij een ongeval kan er bijvoorbeeld ook een scheur ontstaan in het middenrif (diafragma), waardoor
buikinhoud in de borstholte terecht komt. Dit noemen we een hernia diafragmatica. Ook deze hernia
moet zo snel mogelijk worden gerepareerd; zo gauw als de conditie van de patiënt een operatieve
ingreep onder narcose toelaat.

We hebben het in dit item over de :
: navelbreuk (hernia umbilicalis)
: liesbreuk (hernia inguinalis)
: dambreuk (hernia perinealis).

De navelbreuk hoeft vrijwel nooit geopereerd te worden, maar de dambreuk en de liesbreuk altijd wel.

Navelbreuk (hernia umbilicalis).
Een navelbreuk is een aangeboren opening ter plekke van de navel, waardoor buikvet onder de huid
terecht komt. We voelen dan op de plaats van de navel een zachte bult, die meestal gemakkelijk terug
te drukken is in de buikholte.

De grootte van de bult of breukzak hangt af van de grootte van de breukpoort. In verreweg de meeste
gevallen is de navelbreuk klein (< 5 mm) en daarom is het niet nodig om deze te opereren. Ze groeien
vanzelf dicht. Zelfs de wat grotere navelbreuken groeien vaak nog vanzelf dicht (5 – 10 mm).  
Grote navelbreuken moeten mogelijk geopereerd worden. Geadviseerd wordt om dat te doen als de hond
circa 6 maanden is. Een navelbreuk raakt eigenlijk nooit ingeklemd en als het toch gebeurt kan men altijd
tijdig ingrijpen. De breukzak is bij inklemming hard en pijnlijk in plaats van zacht en pijnloos.
Natuurlijk moet er bij een ingeklemde breuk nooit gewacht worden met operatief ingrijpen.

Maar zoals reeds gesteld, het gebeurt eigenlijk nooit. We hebben dus even de tijd. Voordelen daarvan zijn:
misschien groeit de breukpoort intussen alsnog dicht en bij een oudere hond is het weefsel sterker en het
narcose risico kleiner.

Liesbreuk (hernia inguinalis).
Bij een liesbreuk is het gevaar op inklemming veel groter dan bij een navelbreuk. Bovendien zien we in de
praktijk een liesbreuk meestal niet vanzelf dicht groeien. Wij adviseren in alle gevallen van een liesbreuk,
ongeacht de leeftijd, maar het liefst als de hond ouder is dan 3 maanden, te opereren. Een liesbreuk is te
herkennen door zachte druk op de buik uit te oefenen, van voor naar achter, waarbij er dan een bult
(breukzak) zichtbaar worden in één of beide liezen. Ook hier is de inhoud van de breukzak (meestal vet,
soms darmen) weer gemakkelijk terug te duwen. Ook hier is de breukzak bij inklemming hard en pijnlijk in
plaats van zacht en pijnloos.
De operatie is eigenlijk altijd succesvol.

Dambreuk (hernia perinealis).
Sterke spieren rond de anus die verbonden zijn met eveneens sterke spieren, die aan het bekken
vastzitten, zorgen samen ervoor dat de ontlasting via de endeldarm en via de anus naar buiten wordt
gedrukt. Deze spieren zorgen ervoor, dat de ontlasting maar 1 kant op kan en dat is rechtuit naar de
achteruitgang. Als die spieren scheuren, ontstaat er ruimte, links en/of rechts, zodat de endeldarm
met inhoud (ontlasting) kan uitstulpen naar links en/of rechts door de breukpoort.
Het probleem daarbij is, dat er een dichte zak ontstaat, waarin steeds meer ontlasting geperst wordt.
De hond kan zijn ontlasting niet meer voldoende gemakkelijk kwijt via zijn anus en moet eindeloos en
vruchteloos persen.
Een lijdensweg!

De dambreuk treedt éénzijdig of beiderzijds op. We zien aan de buitenkant links en/of rechts van de
anus een dikke bult. Deze is gevuld met ontlasting, die in de uitpuiling van de endeldarm zit. Vaak zien
we toch ook vet in de breukzak en ik heb er ook wel eens een blaas met prostaat aangetroffen.

De breuk raakt weliswaar nooit ingeklemd, maar de dagelijkse ellende voor de hond bij het ontlasten is
een dwingende reden om te opereren. Kortom een dambreuk moet in alle gevallen geopereerd worden.
En toch zien we nog heel vaak, dat geadviseerd wordt de hond maar te laten lopen, omdat, zo wordt
dan gesteld, de operatie te ingewikkeld is en de kans op anus verlamming en incontinentie te groot.
Er wordt dan even voorbij gegaan aan het dagelijkse lijden.

Toch is middels een operaties bewezen dat er geen blijvende incontinentie hoeft plaats te vinden.
Direct na de operatie kan wondzwelling optreden en ook een infectie is in dat gebied niet uit te
sluiten. Er kan dan tijdelijk bij het blaffen eens een keer een keuteltje verloren worden, maar dat
gaat snel voorbij.

Wat zijn die arme dieren happy als ze weer eens ouderwets kunnen poepen!


Wij raden wel aan om de hond tijdens de operatie te castreren.
Heel vaak is persen tengevolgevan een vergrote prostaat de oorzaak van de dambreuk.
In het verre verleden hebben wij wel eens een recidief gezien of een nieuwe hernia aan de andere
kant bij honden die niet gecastreerd waren.

Wij zijn in principe geen voorstander van castratie, maar in dit geval is het een ‘must’ !


                                                        << INDEX-PAGINA >>

                                                                © van het Labber Kampje Cavaliers