De anatomie van de hond

 


Het hondenlichaam is te verdelen in drie gebieden:


Voorhand:
Het gedeelte van het hondenlichaam van de snuit tot aan de schoft, inclusief de voorbenen.

Middenhand:
Het gedeelte van het hondenlichaam vanaf de schoft tot aan de nierstreek.

Achterhand:
Het gedeelte van het hondenlichaam vanaf de nierstreek tot en met de staart, inclusief de achterbenen

Voorhand:
De voorhand is het gedeelte van het hondenlichaam van de snuit tot aan de schoft, inclusief de voorbenen.
De voorhand moet van voren gezien, bij de meeste rassen, een loodrechte beenstand vertonen.
Hierbij staat het onderbeen loodrecht ten opzichte van het lichaam en staan de voeten licht naar buiten.
De benen zijn heel belangrijk voor het voortbewegen van de hond. De constructie van de benen is zodanig dat de botten onderling steeds van richting verschillen. Hierdoor zijn de benen geschikt voor een krachtige afzet, een goed strekken en een elastisch neerkomen. Als de hoeken tussen de botten te verwaarlozen zijn dan zijn de benen steil. Dit zorgt voor een korte pas, waardoor de gang stotend wordt. Als er duidelijke hoeken zitten tussen de botten (vooral bij kniegewricht en het spronggewricht) dan zorgt dit voor een soepele gang.

Fouten die voorkunnen komen zijn:
* Naar buiten gebogen onderbeen
* Voeten die overdreven naar buiten zijn gedraaid (Franse stand)
* Ellebogen (overgang tussen bovenbeen en onderbeen) die naar buiten uitsteken,
meestal zullen de voeten dan naar binnen zijn gedraaid (losse ellebogen)

Achterhand:
De achterhand is het gedeelte van het hondenlichaam vanaf de nierstreek tot en met de staart, inclusief de achterbenen. Net als de voorhand moet ook de achterhand een loodrechte beenstand vertonen. Hierbij staat het onderbeen loodrecht ten opzichte van het lichaam en staan de voeten licht naar buiten. De benen zijn heel belangrijk voor het voortbewegen van de hond. De constructie van de benen is zodanig dat de botten onderling steeds van richting verschillen. Hierdoor zijn de benen geschikt voor een krachtige afzet, een goed strekken en een elastisch neerkomen. Als de hoeken tussen de botten te verwaarlozen zijn dan zijn de benen steil. Dit zorgt voor een korte pas, waardoor de gang stotend wordt. ls er duidelijke hoeken zitten tussen de botten (vooral bij kniegewricht en het spronggewricht) dan zorgt dit voor een soepele gang.

Fouten die voorkunnen komen zijn:
* Naar buiten gebogen onderbeen (o-benen)
* Naar elkaar gebogen spronggewrichten (koehakkigheid)
* Voeten en onderbeen zijn naar binnen gebogen (nauwe stand)

Termen:
Neusspiegel:
De neusspiegel is de onbehaarde voorzijde van de neus, waarin de neusgaten zitten.
Snuit:
De snuit is het voorste gedeelte van het hoofd.
Stop:
De stop is de overgang tussen snuit en schedel.
Schedel:
De schedel is het gedeelte van het hoofd waar de ogen en oren zitten.
Achterhoofdsknobbel:
De achterhoofdsknobbel zit aan de achterkant van de schedel.
Hals:
De hals verbindt het hoofd met de romp.
Keelhuid:
De borst van een hond bestaat uit drie gedeeltes:
het borstbeen, dit zit aan de voorkant van de hond;
de voorborst, deze loopt vanaf het borstbeen tot aan de achterkant van de voorbenen;
en de onderborst, deze loopt vanaf de achterkant van de voorbenen tot het einde van de borstkast (de 13 ribben).
Voorbeen:
Het voorbeen bestaat uit een schouder, een opperarmbeen, ellebooggewricht,
spaakbeen en ellepijp.
Voet:
De voet bestaat uit de middenvoet en de tenen.
Schoft:
De schoft is het punt waar de hals overgaat in de rug.
Deze ligt recht boven de voorbenen.
Op dit punt wordt de hoogte van de hond gemeten.
De hoogte van een hond wordt daarom uitgedrukt in het aantal centimeters dat de schofthoogte of schouderhoogte is.
Rug:
De rug loopt van de schoft tot aan de nierstreek.
Nierstreek:
De nierstreek is het begin van de achterhand van een hond.
Kruis / Kroep:
De kroep of kruis is de plaats waar de staart aanzet is.
Staart:
De staart is het enige onderdeel van de anatomie dat per ras kan verschillen. Het verschil zit in het aantal staart wervels wat tussen de 6 en 23 kan liggen. Een Bobtail wordt bijvoorbeeld geboren met maar 6 staartwervels, terwijl een Duitse Dog wordt geboren met 23 staartwervels. De staart speelt een belangrijke rol bij het springen gebruikt. Verder bij het overdragen van emoties.
 

                                     << INDEX-PAGINA >>

                           © van het Labber Kampje Cavaliers