ABC termologie van het skelet.


Skelet v/e Cavalier King Charles Spaniel
 

A

Annulus fibrosus

sterke bindweefselring van de tussenwervelschijf van de wervellichamen.

 

Artritis

Ontsteking van het gewrichtskraakbeen.

 

Arthritis-perifeer

Ontsteking rondom een gewricht.

 

Arthrose

gewrichtsbeschadiging.

 

Atlas

1ste wervel, ja-knikkende beweging. 2de wervel is de draaier, nee-schudden.

B

Been soorten

massief been bestaat alleen uit botcellen en celtussenstof.

Sponsachtig been zit vol holtes die opgevuld worden met rood beenmerg

(aanmaak van bloedcellen en bloedplaatjes.)

 

Beenderen soorten

Holle of pijpbeenderen Platte beenderen Korte beenderen

 

Been verbindingen

Starre verbindingen. Halfstarre verbindingen. Bewegelijke verbindingen

 

Beenvlies

zit om het bot. Hierin bevinden zich bloedvaten voor aanvoer van voedingsstoffen

en zuurstof en afvoer van afvalstoffen. In het beenvlies vindt de celdeling plaats

die verantwoordelijk is voor de diktegroei.

 

Bekken

Bestaat uit darmbeen / zitbeen / schaambeen

 

Boeggewricht

gewricht tussen schouderblad en opperarm.

 

Boezem

holte in beenplaat van de schedelbeenderen.

 

Botcel

ruwe stervormige cel.

C

Callus

bobbel die ontstaat na een beenbreuk.

 

Calve ziekte

Ziekte van Legg Calve waarbij de heupkop langzaam af sterft.

D

Draaier

2de wervel voor de nee-schuddende beweging. 1ste wervel is atlas (ja-knik)

 

Diaphragma

Middenrif.

 

Doornuitsteeksel

Uitsteeksel aan de bovenzijde van de wervels.

E

Epifiarschijven

Groeizone voor de lengte groei.. Kraakbeenschijf aan het uiteinde van het bot.

G

Gewrichtskapsel

iets dikker beenvlies over het gewricht

 

Gewrichtsmuizen

losse kraakbeenstukjes die rondzweven in de gewrichtsholte.

 

Gewricht soorten

kogel = beweegt in alle richtingen.

scharnier = beweegt in een richting.

zadel = beweegt in 2 loodrecht op elkaar staande vlakken

rol = het ene been rolt over het andere been.

straf = geringe beweging mogelijk.

H

Haemale boog

boog onderaan de staartwervels. Waar bloedvaten doorheen lopen.

 

Halfstarre verbinding

beweeglijke soepele verbinding

 

Haverse kanalen

voedingskanalen. De aanvoer van voedingsstof en zuurstof.

 

Hielbeen

aanhechtingsplaats van de achillespees.

 

Hernia-vertrebalis

verlamming aan de achterhand.

 

Holle beenderen

Pijpbeenderen, bevatten gele beenmerg.

K

Kaakboezem

boven kaakbeenderen.

 

Katrol/sprongbeen

voetwortelbeentjes.

 

Korte beenderen

Massieve sterke structuur

 

Kraakbeen

stevig weefsel dat een beetje vervormbaar is. bijv oorschelp, neustussenschot en

luchtpijp.

 

Kruisbeenwervels

Drie met elkaar vergroeide wervels.

L

L.P.C

losse proces coronoïdeus.

Een los stukje bot in gewricht bijv. in de elleboog.

1ste vorm = een waarbij de gehele punt afbreekt.

2de vorm = de punt in stukjes uiteen valt.

3de vorm = waarbij de P.C. gedeeltelijk afbreekt en ingeklemd blijft tussen

Spaakbeen en elleboog

 

L.P.C

Een uitstulping die eerst in kraakbeen, later uit bot bestaat.

M

Massief been

bestaat alleen uit botcellen en celtussenstof.

 

Myositis

ontstoken pezen en spieren.

N

Nekband

brede band bij halswervel, is verwijd tot verticale plaat.

O

O.C.D

osteochondritis = erfelijke afwijking.

 

Osteoblasten

botvormers, zijn cellen die been vormen (door afzet van kalk en fosforzouten)

 

Osteoclasten

botruimers, cellen die celtussenstof kunnen afbreken en opruimen.

P

Patella

knieschijf.

 

Patella luxatie

loszittende knieschijf, vaak veroorzaakt door ondiepe groef geleiding.

 

Patella luxatie vorm

1. Patella luxatie naar mediaal = knieschijf binnenkant van de knie schiet weg.

2. Patella luxatie naar lateraal = knieschijf naar buiten schiet weg.

3. Habituele patella luxatie = knieschijf verschuift een kort moment.

4. Stationair patella luxatie = knieschijf schuift eraf en springt af en toe terug.

 

Pelvis

heupbeen.

 

Platte beenderen

Platte beenderen

R

Reticuline vezel

vezelrijke band die loopt over de doornuitsteeksels.

 

Ribben

13 paar waaronder;

9 paar ware of echte, verbonden aan het borstbeen,

3 paar valse, met kraakbeen verbonden aan het laatste paar ware ribben.

1 paar zwevende, aan de onderzijde niet verbonden.

S

Scapula

schouderblad.

 

Schedelbeenderen

platen die eigenlijk in elkaar schuiven, bv; fontanel.

 

Sesambotje

verbeende peesplaat.(ook hulpstukken)

 

Skelet onderverdeling

Beenderen v.d romp, wervels en borstkas

Beenderen van gordels en ledematen

Beenderen van de schedel

 

Sleutelbeen

Heeft een hond niet, alles wordt op zijn plaats gehouden door spierbanden en pezen

 

Somatonedine

geeft sein aan de lever om deze aan te maken. Voor spierweefsel en melkproductie.

 

Somatotropine

groeihormoon (eiwit) is diersoort specifiek

 

Sponsachtig been

gevuld met rood beenmerg waarin aanmaak bloedcellen plaatsvindt.

 

Starre verbinding

volledige vergroeiing en naadverbindingen..

 

Sternum

borstbeen.

 

Synovitis

ontsteking in gewrichtskapsel.

T

Tendinitis

ontstoken tunnel, pees en binnenkapsel van de peesschede

 

Tendovaginitis

ontstoken tunnels van de peesschede

 

Telefoonbotje

elleboog uitsteeksel.

V

Voorhoofdsboezem

voorhoofdsholte of holte van voorhoofdsbeenderen.

W

Wervel verdeling

7 halswervels / 13 rug of borstwervels / 7 lendenwervels 3 kruisbeen of heiligbeen

wervels /20-23 staartwervels

Z

Ziekte van

Calve Legg Perthes

de heupkop sterft langzaam af.

<< INDEX-PAGINA >>